
Na de aardbeving van 1693 wilden de burgers van Noto een theater bouwen tijdens de wederopbouw van de stad. Pas in 1853 echter werd de huige plek aangewezen voor de bouw van een theater en werd de ingenieur Francesco Sortino gevraagd het project te leiden nadat vanaf 1851 geld werd ingezameld door onder andere het verkopen van loges aan de rijke burgers en het innen van een jaarlijkse bijdrage voor de gewone individuele loges voorzien voor edellieden.
De bouw van het theater liep traag onderhevig aan politieke en economische moeilijkheden en het overlijden van Sortino.
In 1863 werden de werkzaamheden verder gezet door Francesco Cassonne.
Op 4 december 1870 opende het theater zijn deuren ook al was het theatergebouw eigenlijk nog niet helemaal afgewerkt.
In de loop der jaren werden er ook geen verdere onderhoudswerken uitgevoerd waardoor het stadsbestuur in 1921 genoodzaakt werd om met spoed restauratiewerken uit te voeren uit angst voor een dreigende instorting.
De ingenieurs Coppa en Perna werkten aan de foyer, de theatertribunes, de loges en het stucwerk. Toch bleken nog meer werkzaamheden noodzakelijk en dus werd er ook gewerkt aan de binnenmuren, vloeren, trappen, boxen,... Zelfs de stoelen in het theater werden vervangen. Ook in 1932 en 1933 vonden nog kleine restauratiewerken plaats zoals de vervanging van de toneelvloer en de decoraties in het gewelf.
In 1990 werd het theater aangepast aan de huidige regelgevingen en na een restauratie die zeven jaar duurde heropende het theater zijn deuren in 1997.
De gevel van het theater is gebouwd in neoclassicistische stijl en bestaat uit twee verdiepingen met een entreeportiek en Corintische pilasters. Ook zijn er vele decoraties aangebracht op de gevel zoals harpen, violen en kapitelen met bloemmotieven.
Het interieur is gebouwd in de vorm van een hoefijzer met een capaciteit van 320 zitplaatsen waaronder drie rijen loges en een galerij met tachtig stoelen.
De eerste rij loges wordt versierd met gouden motieven op een witte achtergrond, de tweede rij met citers en hippogrieven en de derde rij met festoenen.
Verder omvat het interieur een orkest gescheiden van de stallen door een ijzeren hek, een portiek en twee trappen (een voor zangers en muzikanten en een als toegang tot de galerij).

In 2012 werd het theater (oorspronkelijk Teatro Comunale Vittorio Emanuele II) vernoemd naar de actrici Tina di Lorenzo (1872-1930).
(Op de fotopagina kunt u nog andere foto's bekijken van Sicilië)