Op 6 april gaat de reis 's morgens vroeg, en dus ook zonder file, voor het eerst naar Schiphol waar we na het omzeilen van enkele wegomleggingen ruimschoots op tijd aankomen voor onze vlucht naar Curacao.
10 uur later schiet de temperatuur, vergeleken met België en Nederland, met minstens 25°C de hoogte in en staan we te wachten op de shuttle van het autoverhuurbedrijf met het zinderende asfalt voor ons.
Onze airbnb weten we niet veel later vlot te vinden dankzij de geweldige offline te gebruiken app 'maps.me' maar de zoektocht naar water en een kleine snack op paasmaandag verloopt iets minder vlot. Zo goed als alle winkels zijn gesloten maar de plaatselijke toko brengt redding alvorens het licht zowel letterlijk als figuurlijk uitgaat door het tijdsverschil van zes uur.
Om 7u30 kwetteren de volgens dat het een lieve lust is en zetten wij onze vakantie op Curacao alvast in met een eerste bezoekje aan Willemstad waar we meteen botsen op een parkeermeter die niet werkt met een bankkaart (ondanks dat daarvoor alles wel is voorzien) maar met muntjes. Bij het woord 'gulden' ontstaat er een kortstondige error in ons hoofd tot we overschakelen naar de Antilliaanse gulden als gebruikte munt. Een vriendelijke dame die een kraampje aan het opzetten is langs de kade ruilt onze euro's voor gulden en maakt daarbij waarschijnlijk wel een klein beetje winst. Onze winst is alvast dat we de parkeermeter kunnen gebruiken.
De wandeling brengt ons als eerste tot bij het Kura Hulanda Museum waar we goedgezind binnen stappen om vervolgens geconfronteerd te worden met de slavernij-geschiedenis waardoor we een pak stiller weer buiten komen en nadien de vrolijkheid opzoeken van de felgekleurde huisjes en steegjes rondom het museum.
Die steegjes brengen ons terug richting de Koningin Emmabrug die bij het oversteken af en toe behoorlijk blijkt mee te deinen op de golven van de oceaan.
Vandaar gaat het langs de Handelskade, de drijvende markt, het Wilhelminaplein en het Fort Amsterdam met zijn felle okergele kleur.
De dag leert ons ook dat in Curacao geld omwisselen op een andere plek dan de luchthaven een sterk staaltje geduld vereist. Bij het postkantoor valt er na 35 minuten wachten blijkbaar geen geld om te wisselen en bij de bank duurt het 40 minuten wachten en een hele papierwinkel (rijbewijs, foto van je paspoort, waar logeert u, u boardingpass graag) eer ik eindelijk kan buiten lopen met een hoopje Antilliaanse gulden. Een beetje cash geld kan je altijd wel gebruiken op Curacao maar er bestaat natuurlijk ook zoiets als geld uit de muur halen ... wat zou gekund hebben als ik niet, naar goede gewoontje, mijn bankkaart nog in de Airbnb heb liggen.
De dag nadien wisselen we de stad af met natuur en rijden we naar het westen van Curacao om de ruige kustlijn te ontdekken. Na een rit van ongeveer een uurtje rijden we de parking op van het Shete Boka National Park waar ik mijn reisgenootje alvast een leeg plekje wijs op de parking zonder door te hebben dat we eerst door het autoraampje inkom hadden moeten betalen. De kassierster heeft er alvast een medewerker op uitgestuurd om ons dat even te melden en na de aanschaf van ons inkomticketje wijst de vriendelijke man ons alle richtingen aan. We blijken ook nog een keuze te hebben: de hele kustlijn te voet afleggen of korte autoritten door het park maken gevolgd door korte wandelingen naar de verschillende inhammen.
Gezien het extreem warme weer lijkt 2 uur wandelen ons geen gezonde optie en kiezen we dus voor de autoritten gecombineerd met de kortere wandelafstanden.
De baaien in het Nationaal Park zijn adembenemend en het is volop genieten tussen de mangroven, lavavelden en cactussen van de woeste natuurkracht die zich ontvouwd aan de kustlijn. De oceaanstromingen laten de rollende golven met schuimende toppen met een enorme kracht tegen de kliffen beuken waardoor het water spectaculair de hoogte in wordt gestuwd. Elke baai die we bezoeken toont zijn eigen taferelen aan natuurkracht en eindigen doen we bij de natuurlijke boogbrug nabij Boka Wandomi.
Het bezoek aan het de baaien heeft ons ook nog een wel een primeur gebracht. Tussen het wandelen door komen we de ene na de andere hagedis tegen die voor, naast of achter onze voeten wegschiet maar mijn reisgenootje spot ineens een grote leguaan tussen het lavagesteente. Het is daar dat we voor het eerst ontdekken dat een leguaan een behoorlijk grote boodschap kan produceren terwijl je er op staat te kijken.
Na een twee uur durend bezoek aan het Nationaal Park zoeken we even verkoeling op in de auto waarna we op zoek gaan naar het Turtuga Trail. Alle aanwijzingen ernaartoe die we vonden op het internet leiden tot niets ... veel makkelijker is het opmerken van de wegwijzer 'Turtuga Trail' en die dan gewoon te volgen.
De baai waarlangs het pad loopt, maakt aanvankelijk geen goede eerste indruk waarbij we geschokt zijn door de hoeveelheid afval die we zien drijven aan de oever maar enkele tientallen meters verder verandert het hele uitzicht en ontvouwt de baai zich met prachtige kleuren en glinsterend water richting de oceaan.
Zoals gebruikelijk waait er een stevige wind die er niet veel later voor zorgt dat mijn enige bescherming tegen de zon gaat vliegen en ik mijn pet zie ronddobberen in Ascencion Bay. We zien mijn pet nog lange tijd meedeinen op het water maar schildpadden krijgen we maar niet in ons vizier. Na meer dan een half uur turen naar het wateroppervlak en met het idee dat er werkelijk niets te zien valt, zien we ineens in de verte drie kleine schildpaddenkopjes boven het water uitsteken. Weliswaar te ver van ons vandaan om ze op foto vast te leggen maar gezien hebben we ze zeker.
Afsluiten doen we de dag bij Watamula Hole op het uiterste puntje van het eiland en na een welverdiende verfrissende duik in het zwembad zijn we klaar om morgen weer een stukje van Willemstad te verkennen.
Na dit keer vlotjes een parkeerticket uit de automaat te hebben gehaald met onze muntjes gaan we op pad langs de Breedestraat waar we al regelmatig langs mooie Street Art passeren richting het Curacao Museum. Na een heel eindje stappen en het regelmatig vragen van de weg halen we terug 'maps.me' erbij die ons langs een zandweggetje stuurt langs de achterkant van een kerkhof om vervolgens te eindigen in een woonwijk met nog steeds geen museum in zicht. De mevrouw die in haar tuintje de bloemenstruiken aan het verwennen is, schiet ons te hulp en een tweetal minuutjes later staan we na een wandeling van een uur in de verschroeiende hitte bij het museum dat blijkbaar toch over een parking voor auto's blijkt te beschikken.
Het Curacao Museum beschikt over een eenvoudig maar mooi hoofdgebouw maar geeft naar onze mening een beetje een verwaarloosde indruk en er lijken zowel binnen in het museum als buiten in de tuin meer mogelijkheden te liggen dan nu worden benut. Wel is het leuk om in de hal in de tuin de cockpit van het eerste KLM-toestel te kunnen zien dat ooit de oversteek maakte van Nederland naar Curacao.
Na een bezoek aan het museum lopen we langs de kade, waar twee immense cruiseschepen voor anker liggen, naar het Rif Mangrovepark waar we een kilometer langs houten vlonders tussen de mangroven lopen. De volgens kwetteren onophoudelijk maar zijn moeilijk te spotten al slagen we er wel in een gele specht en een grote waadvogel in het vizier te krijgen.
Na een verkwikkende lunch gaan we in Willemstad nog verder op zoek naar Street Art en passeren we langs steegjes met felgekleurde tekeningen maar vinden we de allermooiste muurschilderingen op een huis aan de rand van Park Leyba.
Teruggaan richting de wijk Otrobanda en onze auto doen we over de Koningen Emmabrug die dit keer nog meer lijkt te wiebelen en ons nog een laatste keer trakteert op een prachtig uitzicht op de kleurrijke Handelskade.
Op vrijdag rijden we 's morgens vroeg naar Fort Beekenburg, een ruïne die vrij toegankelijk is en die gelegen is aan de Caracasbaai waar de picknicktafels gezellig langs de oevers staan en het water op sommige plekken prachtig turquoise kleurt.
Hoewel het fort niet heel groot is, levert het enkele mooie foto's op waarbij de toren oprijst met een staalblauwe hemel op de achtergrond, de kanonnen gericht staan richting het felblauwe water en de toren gedwongen kan worden via een houten ladder. Waar ik aanvankelijk niet echt de noodzaak voel om naar boven te klimmen, laat ik met toch overhalen nadat mijn reisgenootje een grondige check heeft gedaan van de ladder en voor mij het pad (in dit geval de ladder dus) effent. Eens boven hebben we een mooi uitzicht over de Caracasbaai ... al wordt het wel een beetje verstoord door de gigantische olieterminal aan de rand van de baai.
De volgende stop brengt ons bij Landhuis Chobolobo ... de thuisbasis van wat wij kennen als 'Blue Curacao'. Het landhuis is gratis te bezoeken en is een leuke stop voor wie zicht wil krijgen op het productieproces van de likeur die overigens ook verkrijgbaar is in andere kleuren en smaken die gaan van citroen- tot chocoladesmaak.
Afsluiten doen we vandaag met een bezoekje aan de Aloë Vera Farm waar we verwelkomd worden door vrolijk rondhuppelende of ruzie makende geiten, de kip Daisy en een wel zeer enthousiaste gids. Met heel veel gebaren, mopjes en Caribische heupmoves geeft hij uitleg over de planten en de oogst en voor we het goed en wel beseffen worden onze armen van boven tot onder ingesmeerd met het sap van de plant en zijn we zowaar ook een blokje rauwe Aloë Vera aan het eten (voor de nieuwsgierigen ... het smaakt naar rauwe ui).
Na het zien van de fabrieksruimte en een korte passage langs het winkeltje van de boerderij komen we tot de conclusie dat een blokje Aloë Vera nu eenmaal niet voldoende is als lunch en houden we op weg naar de supermarkt halt bij Hofi Cas Kora waar ontbijt en lunch geserveerd wordt, gemaakt met zelfgekweekte groenten en vlees. Wij vinden Hofi Cas Kora alvast een aanrader en zijn onze buurvrouw Lydia erg dankbaar geweest voor de tip.
Op weg naar onze verfrissende duik in het zwembad houden we nog halt bij supermarkt Mangusa waar na binnenkomst onze mond net niet openvalt tot op de vloer door de hoeveelheid aan keuze, de bomvolle rekken en de prijs die er een pak lager ligt dan bij ons eerste rondje supermarkt. Een tip voor iedereen is om de Albert Heijn op Curacao te ruilen voor een tripje langs Mangusa ... volgens ons 'the place to be' voor boodschappen.
Voor morgenvroeg hebben we het plan opgevat om creatief te zijn en hopen we op tijd te zijn om te kunnen aansluiten bij het schilderen van een ChiChi.
Om 8u30 zijn we klaar om te vertrekken naar de ChiChi-garden die vlakbij onze Airbnb gelegen is. De gps stuurt ons een zandweggetje in dat ons los door de sloperij van Santa Catharina brengt waar aan het einde van de weg op het asfalt een vrouw zien staan molenwieken met haar armen om ons aanwijzingen te geven. We zijn op tijd om mee ChiChi's te kunnen schilderen maar eerst moeten we aansluiten in de rij met auto's, krijgen we een qr-code toegestopt en wordt ons een tafelnummer toebedeeld.
Wanneer een tiental auto's in colonne klaar staan, wordt om 9u de poort geopend en wordt de belangrijkste instructie gegeven om te parkeren: met de billen naar achteren !
Vervolgens lopen we langs het paadje met aan de rand kleurrijke ChiChi's de tuin in waar we hartelijk verwelkomd worden en moeten we eerst onze eigen ChiChi uitkiezen. Nadien krijgen we uitleg over de betekenis van het beeldje en kunnen we zelf aan de slag gaan met verf en borstel. Het voornaamste motto blijkt te zijn: niets is perfect dus elke creatie zal sowieso geweldig zijn.
Ik ga meteen helemaal loos en ga voor strepen, stippen en bloemen terwijl mijn reisgenootje veel bedachtzamer te werk gaat. Ze schildert een heel flamingo-kolonie en veegt ze vervolgens weer uit tot er na ongeveer zeven pogingen en het verliezen van hier en daar een streepje geduld een prachtige flamingo verschijnt op haar chichi samen met een schildpad en een cactus.
Ondertussen krijgen we aan onze tafel wel twee spreekwoordelijke gele kaarten want het dopje van de verfpotjes mag niet los op de tafel liggen en borsteltjes moeten deftig worden uitgespoeld.
Na een groepsfoto moet ongeveer veertig andere aanwezige creatievelingen werken we onze beeldjes af ... een herinnering aan onze ChiChi-uitspatting.
We rijden nadien nog door voor een bezoek aan de Hatogrot. Het is zeker niet de meest spectaculaire grot die we al gezien hebben maar zeker wel een leuk tussendoortje wetende dat deze grot ooit een zeegrot was.
Eindigen doen we de avond in Caracasbaai bij de 'Visboer' met zijn slogan 'Lekker man'. We kunnen zijn slogan alleen maar bevestigen want voor elke visliefhebber is dit een absoluut topadresje !!
Zondags zijn we om iets na half negen al op pad en verloopt de rit tergend traag omdat de praalwagens die voor ons rijden nu eenmaal niet harder kunnen. Iets na 10u houden we halt bij Hofi Mango, een mooi stukje natuur opgericht door Jandino Asporaat. We wandelen door het giftige bos, genieten van de prachtige mangobomen waarvan de takken doorbuigen van de vruchten en even verderop zien we een kolibrietje naarstig tussen de takken fladderen terwijl enkele meters verder twee pauwen hun veren helemaal laten uitwaaieren. Ondanks de warmte stappen we nadien ook nog de trappen op richting de 'Hands of God' vanwaar we een mooi uitzicht hebben op het park en de Christoffelberg.
Nadat mijn reisgenootje bruusk op de remmen moet (een leguaan besluit ineens de parking over te steken) gaan we richting Playa Grandi dat ons verwelkomt met felblauwe tinten oceaanwater omringt door een prachtige baai maar het zijn vooral de schildpadden die ervoor zorgen dat een bezoekje aan dit strand onvergetelijk wordt. Hoewel we aanvankelijk wat sceptisch zijn, ontdekken we na het aanschaffen van een snorkel, dat we de schildpadden effectief van heel kortbij kunnen zien in het water. We zwemmen tussen de prachtige dieren die af en toe rakelings langs ons heen peddelen en af en toe zo dicht komen dat we haast onze buik intrekken om ze maar niet aan te raken (wat verboden is).
Eens we zijn opgedroogd manoeuvreert mijn reisgenootje ons naar een wijk in Bandabou waar de optocht voor het oogstfeest gepland staat en het lijkt of elke inwoner van Curacao met tent, koelbox en klapstoeltjes aan de rand van de straten heeft post gevat. We proberen een plekje in de schaduw te zoeken en genieten vervolgens van anderhalf uur feest gevuld met kleur, muziek en dans. Voor al wie tijdens de periode van 'Seu' aanwezig is, raden we echt aan om een kijkje te gaan nemen bij een van de optochten.
Wij houden na dit uitbundige feest de avond rustig gezien morgenvroeg de wekker zal afgaan rond 5u ... in de hoop dat we er in de koelere ochtenduren in zullen slagen om de top van de Christoffelberg te bereiken.
Wanneer om 5u de wekker gaat, beginnen we aan de inpak van onze rugzak die vooral gevuld wordt met een tweetal liter water per persoon en gaan we op weg naar de klim waarover veel schrikverhalen de ronde doen.
Iets na half zeven rijden we de eerste parking op waar we ons ticket aankopen en de nodige formulieren ondertekenen waarna de slagboom open gaat en we verder rijden tot aan de plek waar we aan de klim zullen beginnen.
Na nog een laatste ferm zucht en een flinke slok water begint onze tocht naar boven. We wandelen op een traag tempo over een pad bezaaid met keien en nemen regelmatig een pauze om te drinken en druivensuiker te knabbelen en vinden op het eerste deel van het pad af en toe nog een schaduwplekje.
Ondertussen vinden we onderweg een steen waarop het woord 'half' geschilderd staat en hoewel dat wat moet zou moeten geven, is de weg voor ons nog lang en steil gecombineerd met een hoge luchtvochtigheid die de ademhaling doet versnellen en de mond doet toeplakken van de de dorst. Toch stappen we traag maar moedig door tot we op een plateau komen waar het laatste maar moeilijkste stukje van de klim nog voor ons ligt.
Het is klauteren, klimmen en sukkelen over rotsblokken en waar mijn reisgenootje de rotsen bedwingt op een manier die een berggeit groen zou doen uitslaan van jaloezie, gaat het bij mij weer tergend traag. Met knikkende knieën en heel veel denkwerk over waar ik mijn handen en voeten moet zetten en met een reisgenootje die dat duidelijk maakt dat opgeven vlak voor de top geen optie is, slaag ik er uiteindelijk toch in om met het gebruik van bijzondere technieken (zittend vooruitschuifelen is al meerdere keren zeer effectief gebleven) de top van de Christoffelberg te bereiken.
We nemen ruim onze tijd om op adem te komen en van het uitzicht over het eiland te genieten waarna we terug aan de afdaling beginnen die zoals gebruikelijk vaak nog lastiger blijkt dan de klim naar boven. Ongeveer iets meer dan een uur later komen we terug aan bij de auto met benen vol stof van het keienpad, armen en benen vol schrammen van de rotsen en de planten maar ook met heel veel trots !
Als we er achteraf op terug kijken en denken aan de schrikverhalen die worden verteld over de wandeling dan kunnen we alvast bevestigen dat de klim behoorlijk pittig is maar eigenlijk best te behappen valt voor iedereen met een minumum aan conditie.
En nadien ... een welverdiend dutje en een plons is het koele water van het zwembad.
Op onze voorlaatste dag in Curacao bezoeken we (met stijve beenspieren) aan de westkant van het eiland Landhuis Knip waar we door het museum worden gegidst door een vrouw die in elke ruimte op een respectvolle manier het eerlijke en rauwe verhaal vertelt van de geschiedenis van de slavernij op het eiland ... een verhaal dat behoorlijk wat indruk maakt.
Nadien zoeken we ons een plekje op het strand van Playa Porto Marie waar de varkentjes deze keer een plekje hebben uitgekozen in de schaduw in plaats van op het strand maar de leguanen zijn tussen de strandbedden alvast wel van de partij. Het water van de oceaan fonkelt in de zonnestralen en een wereld van vissen gaat voor ons open terwijl we snorkelen in het azuurblauwe water.
's Avonds gaat het terug richting Caracasbaai waar we deze keer 'Villa Vis' willen uitproberen maar uiteindelijk toch terug eindigen bij de 'Visboer' omdat zij als enigen open zijn met wederom de enige mogelijke conclusie: 'lekker man'.
Afsluiten doen we met flamingo's en strand. Als eerste houden we halt bij de zoutmeren van Jan Kok waar we meteen meerdere flamingo's spotten en hoewel we aanvankelijk dachten dat er alleen een uitkijkpunt te vinden was, blijkt dat er ook wandelpaadjes zijn aangelegd tussen de meren door. We besluiten een van de paadjes te bewandelen en komen zo terecht tussen de verschillende meren die prachtige uitzichten opleveren zowel over het gebied als op de flamingo's.
Cas Abao Beach met zijn parelwitte zand en helderblauwe water beschikt over enkele houten palen met daaraan bordjes bevestigd met allerlei namen van landen erop en het aantal kilometers dat ze verwijderd zijn van Curacao. Toevallig staat op het allerlaatste bordje van één van de palen onze volgende reisbestemming.
...Curacao...
...eiland...
...van veel zon en af en toe een felle regenbui...
...van bont gekleurde en tjilpende vogels...
...van langzaam voorbij kruipende leguanen...
...van stille baaien...
...van beukende golven en ruige kust...
...van stranden, mangroven en azuurblauwe wateren...
...van zware slavernijgeschiedenis...
...van folklore...
...van veel kleur en vrolijkheid...