Skip to content

Reisverslag

Op 22 juli 2019 ruilen we de hoge temperaturen van België in voor de hitte van Montenegro.  Na een rustige vlucht en een vlotte start met onze huurauto ontvouwd de Baai van Kotor zich voor onze neus waardoor Montenegro reeds vanaf de eerste minuten een onvergetelijke indruk op ons maakt.
Wanneer de deur open zwaait van onze eerste verblijfplaats worden we hartelijk ontvangen door onze gastheer.  Hij geeft een korte rondleiding door het appartementje en neemt ons vervolgens mee naar de tuin waar we getrakteerd worden op appel- en bosbessencider en hij nadien een kop zelfgemaakt chocolade-ijs met rum en rozijnen voor ons neerzet.  Terwijl we dit overheerlijke ijs oplepelen met zicht op de Baai van Kotor en de omringende bergen, worden de wolken die over de bergen heen sluieren steeds donkerder en donkerder met als resultaat een schouwspel van bliksemschichten en oorverdovend gedonder gevolgd door een fikse regenbui die de heerlijke geur van Montenegrijnse aarde in de lucht achterlaat … de ontdekking van Montenegro kan beginnen.

Wakker worden met het zicht op de Baai van Kotor geeft meteen zin om aan onze ontdekkingstocht te beginnen.  We wandelen door de tuin van onze gastheer richting de straat en gaan te voet op weg naar de oude stad.  Wanneer we één van de toegangspoorten binnen lopen, lijkt het alsof we door de tijd gereisd hebben en een andere eeuw zijn binnen gestapt.  Prachtige oude herenhuizen wisselen af met gezellige en smalle straatjes die op hun beurt leiden naar sfeervolle pleintjes.  Eén van die pleintjes leidt ons naar het begin van de gevreesde stadsmuur die naar het Fort omhoog loopt.  Zowel mijn reisgenote als ik willen de strijd met de 1350 trappen aangaan maar twijfelen of we in deze hitte (om 9u ’s morgens bleek het al 30°C te zijn) het hoogste punt waar de Montenegrijnse vlag wappert kunnen bereiken.  Mijn reisgenote zwoegt en zweet maar lijkt redelijk gezwind als één of andere soort berggeit naar boven te klimmen.  Ik hobbel telkens een honderdtal treden onder haar naar boven.  Al zuchtend, puffend, binnensmonds vloekend en oververhit vervoeg ik mij bij mijn reisgenote, die sympathiek als ze is, op mij gewacht heeft om samen het laatste stukje kuitenbijter te overwinnen en de vlinder die ineens langs mijn schouder fladdert, is volgens mijn reisgenote het teken dat we er gaan geraken.
Beiden staan we na ongeveer anderhalf uur klimmen vermoeid maar fier op het hoogste punt waar we beloond worden met een formidabel uitzicht over de oude stad van Kotor, de baai en de omringende bergen.  De wandeling terug naar beneden loopt iets minder vlot dan gedacht en tijdens de vijftig minuten afdaling raken de spieren verzuurd, de handen trillen, de knieën willen niet meer elke stap opvangen maar wanneer de “helletocht” eindelijk ten einde is, gaat het in rechte lijn naar het eerste restaurantje dat we tegenkomen.  We slepen ons erheen met onze laatste krachten om onszelf vervolgens vol te gieten met een of ander suikerrijk drankje.  Wanneer dit zijn werk heeft gedaan en we iets of wat terug gerecupereerd zijn, dwalen we nog even door de oude stad alvorens we ons door een taxi naar ons appartementje laten afzetten waarna we een uur languit voor de airco gaan liggen.  Na een verkwikkende pauze besluiten we toch nog een tripje af te leggen en rijden we met de auto naar Perast waar we ons met een klein bootje laten overzetten naar het eilandje met daarop de kerk Onze-Lieve-Vrouw van de Rotsen.  De man die met het bootje vaart, drukt ons op het hart om zeker na een half uurtje terug op de kade te staan zodat hij ons kan terugvaren maar we zien hem daar niet meer verschijnen waardoor een andere schipper ons dan maar terug meeneemt voor de oversteek.
Het rest ons enkel nog de avond af te sluiten met het proeven van de heerlijke vis in één van de vele restaurantjes.  Die proeverij wordt opgevrolijkt door vier jonge violisten, één percussionist en één contrabassist.  Een heel gamma aan hedendaagse en oudere hits worden in een klassiek jasje gestoken.  Maar er is één moment dat zorgt voor het meeste publiek en nadien ook het meeste applaus en dat is wanneer de noten van de begingeneriek van “Game of Thrones” neerdwarrelen op de mensen op een klein plein op een dinsdagavond in de oude stad van Kotor.

Hoewel de temperaturen gisteren verschroeiend aanvoelden, lijken ze vandaag helemaal onverdraaglijk wanneer de thermometer al om 11u af klokt op 42°C.  Met de airco op de hoogst mogelijke stand rijden we langs de Baai van Kotor naar Herceg Novi.  De gps berekent de kortste route en dat betekent dat we niet anders kunnen dan de ferry op te rijden en ons met de auto te laten overzetten naar de andere kant van de baai waar we onze weg verder kunnen zetten naar Herceg Novi.
Het oude charmante stadje met zijn gezellige pleintjes en robuuste forten kreunt, net als wij, onder de hitte.  Het is er rustig wandelen en klimmen en dalen over de vele trappen doorheen de smalle straatjes die opgefleurd worden met lantaarns en hier en daar een operalied dat door een openstaand raam naar buiten fladdert.  Op de terugweg kiezen we niet meer voor een oversteektocht met de ferry maar kiezen we voor de lange en prachtige route die helemaal langs de baai slingert en ons van Herceg Novi terug naar Kotor voert.  Door de hitte lijkt het water in de baai er met elke kilometer aantrekkelijker uit te zien en na wat te zijn afgekoeld in ons appartementje zoeken we langs de baai een plekje uit om even een plons te nemen in het ijskoude water.  Hoewel het ijskoude water de grootste hitte verdrijft, lijken de hoge temperaturen toch een effect te hebben gehad op het denkvermogen van mijn reisgenote die ’s avonds plots onze gereserveerde tafel bij een visrestaurant opvraagt in het Frans in plaats van in het Engels.  Wij hopen op iets mildere temperaturen en een koelere wind wanneer we morgen het Lovcengebergte oprijden.

De tocht naar het op 1660 meter hoogte gelegen mausoleum is er eentje dat behoorlijk wat rijkunsten vergt … een talent waarover mijn reisgenote gelukkig beschikt.  De 32 haarspeldbochten volgen elkaar in sneltempo op en het is regelmatig manoeuvreren op de smalle asfaltweg die naar de top leidt.  Ondertussen stoppen we ook even bij een viewpoint en ontdekken we dat het zicht op de Baai van Kotor van op deze weg nog spectaculairder is dan het zicht dat we hadden na de “helletocht” van 1350 trappen op dinsdag !! Hoewel de laatste kilometers naar de top verlopen via een brede en nieuw aangelegde asfaltweg, is het parkeren aan het mausoleum geen pretje.  Eens we dan toch langs de kant van de weg een plaatsje hebben veroverd, begin ik in koelere temperaturen aan de 461 trappen die uitkomen bij het mausoleum waar twee reusachtige marmeren vrouwenfiguren de wacht houden.  Hoe eenvoudig de aanblik misschien ook aandoet, het is de klim best wel waard.  De vergezichten op het tweede hoogste punt van dit bergmassief zijn pareltjes en de aanblik op de Baai van Kotor vanop deze hoogte is magnifiek.
Als beloning voor de prima rijkunsten van mijn reisgenote gunnen we het onszelf om halverwege de afdaling halt te houden om te smullen van de gerookte ham uit Njegusi … wat ook echt wel een aanrader blijkt te zijn.
Onze laatste avond in Kotor sluiten we af met een laatste plons in de baai en een grote kop chocolade-ijs met rum en rozijnen van onze gastheer.  Morgen laten we de Baai van Kotor achter ons en trekken we naar een stukje natuurschoon … het Durmitor National Park.

Na afscheid te nemen van onze gastheer stouwen we op vrijdagochtend onze rugzakken en valiezen in onze auto en kan de tocht richting het Durmitor National Park beginnen.  Het is 170 kilometer lang een spectaculaire rit over vaak wel erg smalle bergwegen waardoor het manoeuvreren soms letterlijk millimeterwerk is wanneer de tegenligger een bus of een vrachtwagen is.  Hoewel het stresserend rijden is, is het tegelijkertijd ook volop genieten van de prachtige bossen tegen de berghellingen, de majestueuze bergketens die hoog voor ons oprijzen en de mooie vergezichten onder een azuurblauwe hemel.  Na 170 kilometer stoppen we bij de Durdevica-Tara-brug die de Tara-rivier overspant.
Nadien is het zoeken naar het berghutje dat onze thuis zal zijn voor de volgende twee nachten en het zal zoeken zijn naar een speld in een hooiberg.  Een adres van het huisje is er niet omdat het deel uitmaakt van het Nationale Park en na een uitleg te hebben gekregen in het Montenegrijns en anderhalf uur zoeken, vinden we het welletjes geweest en maken we gebruik van het aanbod van onze nieuwe gastheer om hem te bellen als we het huisje niet kunnen vinden.  Een beetje tegen de zin (we hadden het zo graag zelf gevonden) bellen we hem op en na een twintigtal minuten komt er een jongeman op een brommertje aangesnord.  Hij rijdt voor ons naar de berghut en hij moet er hartelijk om lachen wanneer we vragen of hij ons de komende dagen ook gaat gaat komen oppikken … het huisje ligt letterlijk “in the middle of nowhere” in het Nationale Park.  Hij schat ons hoger in en is er zeker van dat we de volgende dag de weg zullen terugvinden na een uitstapje … het enige dat ik kan denken is dat de tijd het zal moeten uitwijzen.
Eens onze koffers zijn binnen gezeuld, kondigt een onweer zich in de bergen aan.  Terwijl we op het overdekte terrasje van onze hut zitten, klettert en weerkaatst de donder tussen de bergen en valt de regen met bakken uit de lucht.  Het tinkelen van de druppels op het hout van de hut en in de plassen klinkt heerlijk en even heerlijk smaakt het traditionele stoofpotje en de cake die de tante des huizes voor ons heeft klaargemaakt.  De regen blijft nog even tinkelen, er is geen wifi, de bijen zoemen en we bevinden ons in een zee van stilte … met uitzondering van de kleine zwarte muis die we af en toe horen krabbelen terwijl ze van de trap naar het keukentje trippelt.

Om half negen tovert onze gastheer een simpel maar bijzonder smakelijk ontbijtje op tafel.  De heerlijke cake van gisteren is er weer bij, een grote pot yoghurt en een traditioneel onderdeel van het Montenegrijnse ontbijt … Burek (bladerdeeg gevuld met spinazie en kaas).
Na deze lekkernijen staat er een bezoek aan het “Zwarte Meer” op het programma.  Het is pas 9u30 ’s morgens waardoor de grote drukte nog niet is begonnen en na een wandeling van 700 meter staan we voor het blauwgroene meer waarin de bomen en bergen weerspiegelen in het wateroppervlak onder de zachte ochtendzon.  We besluiten ons te wagen aan een wandeling rond het hele meer.  Die begint vlak maar algauw merken we dat we de makkelijke paden hebben overgeslagen en begint het geklauter over uitstekende stenen en robuuste boomwortels tegen de bergwand die het meer omringt.  Mijn reisgenote zoekt de meest begaanbare paadjes uit maar dat belet mij niet om ergens achter een tak te blijven hangen waardoor de wandeling rond het Zwarte Meer mij een tijdelijk souvenirs geeft in de vorm van een ferme kras op mijn voorhoofd.  Desalniettemin is de wandeling rond het Zwarte Meer een aanrader.  De wandeling die ongeveer een uurtje in beslag neemt, biedt vele mooie uitzichten over het meer waardoor je regelmatig prachtige foto’s kan maken.
In de namiddag besluiten we nog een bezoek te brengen aan het klooster van Piva.  De rit van aan het Zwarte Meer tot aan het klooster van Piva loopt tot onze verbazing helemaal door het Durmitor National Park via één van de twee panoramische routes.  Hoewel de rit wederom traag verloopt omwille van de smalle bergwegen is deze panoramische route onvergetelijk !! Majestueuze bergketens en groene heuvellandschappen wisselen elkaar af na elke bocht.  Wat we zien is niet meer of minder dan adembenemend te nemen en we stoppen dan ook regelmatig om met open mond te staren naar deze onvoorstelbare natuurpracht waarbij we gezelschap krijgen van weer een vlinder maar dit keer een vrij koppige.  De vlinder gaat van de schouder van mijn reisgenote naar mijn shirt en blijft zich vastklampen aan afwisselend één van ons tot in de auto toe.  Na even wat molenwieken zet de vlinder z’n tocht verder net als wij maar onze tocht wordt nog één keer onderbroken wanneer we de auto aan de kant zetten om te genieten van het Piva-meer en het begin van de Piva-canyon.
Een zevental kilometer verder houden we na een rit van ongeveer twee uur halt bij het klooster dat er erg eenvoudig uitziet maar binnenin een schat heeft aan immens mooie fresco’s.  Letterlijk elke centimeter van de muren van de kerk zijn ermee bedekt.  Terwijl we onze ogen uitkijken, geeft de bewaker aan dat we moeten voortmaken om een reden die ons onbekend is.  Gelukkige krijgen we nog voldoende tijd om het hele kerkje, dat ooit op een andere plaats stond, te bezichtigen alvorens de deur toe gaat.  En dan moeten we terug de kronkelende bergwegen over.  Dit keer ligt de uitdaging niet alleen in het bochtenwerk maar evengoed in het manoeuvreren tussen kuddes dieren.  Het krijgt zijn aanvang bij het opmerken van twee varkens die gezapig langs de weg liggen te luieren gevolgd door een zestal koeien die de weg blokkeren en waarvan er eentje van geen wijken wil weten terwijl ze ongeïnteresseerd door de vooruit blijft kijken.  Het geduld loont uiteindelijk waarna we de weg kunnen verder zetten om enkele kilometers verder met onze huurauto omringd te zijn door een zestigtal geiten.  Wanneer we ook die hindernis hebben overwonnen, merken we langs de kant van de weg “witte hoopjes” op … hoopjes ijs die het resultaat zijn van een fikse regenbui waarvan we gespaard zijn gebleven tijdens het rijden.  Ondertussen vinden we ons houten hutje in het Nationale Park toch zonder hulp terug en is het nog een avondje genieten van de stilte, de natuur, ons huisdier de muis en de vriendelijkheid van onze gastheer die even langskomt in de loop van de avond en ons een drankje van het huis aanbied.  Ik ga resoluut voor de raki terwijl mijn reisgenote kiest voor het glaasje rode wijn waarbij we ineens de hele fles mogen houden.  Het is een mooie afsluiter voor we onze weg weer verder zetten.

Onder een grijze hemel maken we op zondagochtend de verplaatsing naar Niksic.  Daar aangekomen is de eerste aanblik van de stad even troosteloos als de grijze wolken die plots komen opzetten.  De bouwvallige voormalige staalfabrieken staan er verlaten bij en drukken hun stempel op de straten wanneer we Niksic binnen rijden.  Het doet ons het ergste vrezen voor onze volgende verblijfplaats maar achter het plaatselijke supermarktje wacht ons een nieuwe, moderne en nette slaapplaats voor de volgende twee nachten.  In de namiddag besluiten we het erop te wagen en al een bezoek te brengen aan het Ostrogklooster … onlosmakelijk verbonden met Montenegro.  De weg ernaartoe is uiteraard weer een huzarenstukje van bochtenwerk en zoals we deze vakantie al wel meer gedaan hebben … er moeten ook trappen overwonnen worden om aan het “bovenste klooster” te komen.  En dan begint het lange wachten onder een wolkendek dat niet veel goeds voorspelt.  Na anderhalf uur aanschuiven (op zondag gaan ook veel Montenegrijnen de berg op … iets waar we niet echt hadden bij stil gestaan) kunnen we het bedevaartsoord betreden waar we eerst naar de grot worden geleid met de overblijfselen van Sint Basilius.  De orthodoxe priester die de wacht houdt bij de overblijfselen biedt ons een kruisje aan dat we dienen te kussen, waarna we onder een plafond vol fresco’s onze wenspapiertjes invullen om nadien via een trap (uiteraard) naar de hoogste balustrade te klimmen.  Wanneer we op het hoogste punt van het klooster in de rotswand staan, merken we dat de wolken de bergen helemaal omhullen en even later gutst de regen uit de hemel onder een stevig onweer.  Na drie kwartier schuilen staan we voor de keuze: of door de regen en het onweer de trappen terug naar beneden lopen en tijdens het daglicht terug de berg afrijden of wachten tot het niet meer regent en het risico lopen de smalle bergweg af te moeten in het pikdonker gezien het op de bergwegen steevast ontbreekt aan straatverlichting.  De keuze is vlug gemaakt en dus trotseren we de regen en het onweer.  Kletsnat komen we bij onze auto aan en rijden we in de gutsende regen de berg terug af … hopend dat morgen in Niksic de zon toch terug een beetje schijnt.

Dat blijkt ijdele hoop wanneer onze laatste week in Montenegro begint met hemelsluizen die vanaf ’s morgens helemaal openstaan.  Alvorens één van de meest gevaarlijke wegen van Montenegro te trotseren (de weg door de Moraca Canyon) houden we halt bij onze vaste stek in Niksic voor een klein ontbijtje.  Een toast met ham en kaas lijkt ons wel wat bij een tasje koffie maar groot is onze verbazing wanneer er een bord voor onze neus staat met maar liefst zes boterhammen, een bol mozzarella om “u” tegen te zeggen en een stevige portie frieten !! Om half negen ’s morgens laten we de frieten aan ons voorbij gaan maar verder zijn we alvast gesterkt voor de rit naar het klooster van Moraca.  De rit door de canyon maakt dat we soms de adem inhouden als we het rijgedrag van de Montenegrijnen op deze gevaarlijke weg zien maar we komen heelhuids bij het klooster aan.  Dit kleine klooster is een must-see met zijn charmante tuin vol bloemen, kleurige bijenkorven en de prachtige fresco’s in de kerk.
Na de rit terug houden we nog even halt in het centrum van Niksic dat naar ons aanvoelen weinig te bieden heeft.  Het prachtige museumgebouw lijkt er ons erg verlaten bij te liggen hoewel het nog steeds geopend zou zijn voor publiek, het lapidarium ligt er troosteloos achter en ook onze gastheer zelf toont zich niet echt als een promotor van de stad.  Zowel mijn reisgenote als ikzelf vonden Niksic echter wel een goede verblijfplaats voor een bezoek aan het Ostrog- en Moracaklooster.

De dinsdagochtend kondigt zich aan met een stralend zonnetje … een warm welkom na anderhalve dag van grijze wolken en stortbuien.  Onze gastheer werkt zich uit de naad voor het ontbijt en tovert eitjes, kaas, marmelade, brood, koffie en fruitsap op tafel  waarvoor we een (voor ons) beschamend bedrag van zes euro betalen.  Nadat onze gastheer er gerust op is dat we niet met honger of dorst moeten vertrekken, doet hij ons uitgeleide wanneer we richting de hoofdstad rijden.  Onze nieuwe verblijfplaats vinden we dit keer meteen in tegenstelling tot parking en onze nieuwe gastheer zelf.  En dus zit er op de duur niets anders op dan te doen wat ons handenvol geld kost gezien Montenegro in 2019 nog niet tot de Europese hoort … en dat is bellen.  De gastheer blijkt zich door de verhuur van meerdere appartementen vergist te hebben en hij geeft aan meteen de poetsploeg ter plaatste te sturen die ook in het bezit is van de sleutel.  De poetsploeg, bestaande uit één man, komt eraan terwijl wij de betaalparking oprijden om ons vervolgens met valies en rugzak in een zeteltje van de plaatselijke bar te nestelen.  Na anderhalf uur en vele telefoontjes later (waarvan de gastheer maar niet snapt dat als hij zelf belt de rekening evenzeer torenhoog oploopt voor ons) worden we door de eenmanspoetsploeg rondgeleid in ons nieuwe appartementje en dit in vlekkeloos Montenegrijns en bijbehorende gebarentaal als hij mij aanleert hoe ik de ijzeren ketting moet loskrijgen van de parking die achter het appartement ligt en waarvan we gebruik mogen maken.  Eens geïnstalleerd beginnen we aan onze wandeling door de hoofdstad. Hoewel we op voorhand wisten dat Podgorica niet bekend staat om zijn vele bezienswaardigheden zijn de millenniumbrug en de nieuwe kathedraal toch erg de moeite waard.  De kathedraal is vrij nieuw en eens binnen valt onze mond open van verbazing bij het zien van de vele fresco’s die de muren bedekken en na het nemen van vele foto’s trekken we verder naar de oude wijk van de stad waar we de oude klokkentoren kunnen zien.  Ondertussen merken we dat de hitte weer de pan uit swingt en na twee en een half uur wandelen, zetten we ons neer voor een heerlijke stukje taart en een ijsje.  Gezien onze wandeling ons reeds langs de paar bezienswaardigheden heeft gebracht in de hoofdstad besluiten we morgen reeds het Skutarimeer te bezoeken.
De avond sluiten we gecharmeerd en hartverwarmend af wanneer de oude buurvrouw ons staande houdt op de trap en vraagt of wij de nieuwe buren zijn.  Ze spreekt een aardig mondje Engels en als ze hoort dat we maar twee nachten blijven, heet ze ons welkom en zegt ze dat we altijd op haar deurtje mogen komen kloppen als we iets nodig zouden hebben.

De ochtend begint met een noodmanoeuver in de badkamer wanneer ik bijna de oorbellen van mijn reisgenote door de lavabo spoel en met de vaststelling dat de warmte in Montenegro reeds vanaf ’s morgens weer veelvuldig aanwezig is waardoor het boottochtje op het Skutarimeer bijzonder goed uitkomt.  Wanneer we het dorpje Virpazar binnen rijden en richting het centrum wandelen worden we meteen aangesproken om een boottochtje te plannen.  Niet beseffend dat er nog veel ander aanbod is, leggen we maar meteen onze twee uur durende tocht over het meer vast … een tocht die erg mooi is wanneer de boot tussen het riet en de waterlelies vaart.  De zon schijnt almaar meer en meer en schijnt zodanig op het wateroppervlak dat het meer wel lijkt op te gaan in de lucht.
Na het boottochtje besluiten we nog wijn te gaan proeven in de Sipcanik Wijnkelder.  De gps stuurt ons door smalle straatjes weg van de hoofdbaan waardoor we nergens aanwijzingen vinden naar de wijnkelder en onszelf genoodzaakt zien om minstens vijf keer de weg te vragen aan de bewoners waarvan de ene alles uitlegt in het bijna onverstaanbaar Engels, de andere in het Montenegrijns, de volgende in het Duits, er eentje enkel een zwembroek aanheeft, … De zesde keer besluit ik nog één keer de weg te vragen aan een man die de wacht houdt bij een grote poort … en blijkt dat we bij de wijnkelder zijn aangekomen.  De man doet de poort voor ons open waarna de in de “grot” welkom worden geheten en een persoonlijke rondleiding krijgen door de kelder die gelegen is in wat vroeger een militaire basis was.  Na onze rondleiding krijgen we een bordje met kaas en, zo wordt stevig benadrukt, extra vierge olijfolie waarna we drie wijnen mogen proeven.  Het gaat er erg chique aan toe en terwijl de man van de rondleiding alles gedetailleerd uitlegt, schenkt een ober in maatpak netjes de wijn en het water in.  Mijn reisgenote en ik voelen ons beiden een beetje ongemakkelijk omdat we niet zoveel van wijn kennen maar we laten ons de verhalen en de proeverij welgevallen waarna we prompt twee flessen wijn kopen die tegen het einde van de vakantie beslist zullen eindigen als twee lege flessen.

Op donderdagochtend vertrekken we richting de Adriatische kust na een chique ontbijtje met cappuccino voor een schamele vijf euro en na bijzonder weinig geknoei met de ijzeren ketting van de parking.  Na een korte rit komen we terecht in de file waarvoor de kustweg gekend staat en genieten we voor het eerst in tien dagen van … een boek lezen aan het zwembad.  Wanneer we ’s avonds nog naar een restaurantje willen in de oude stad Budva zorgt dit nog voor heel wat animo bij het bestellen van een taxi.  We moeten hiervoor een app’je downloaden (Viber) en dan een bericht sturen naar de taximaatschappij ware het niet dat er niemand op het bericht reageert waardoor we genoodzaakt zijn om de eigenaar van onze huidige verblijfplaats in te schakelen om een taxi te regelen.  De taxi voor de terugrit bestellen, is echter nog een ander paar mouwen.  De grootste zoektocht is de zoektocht naar wifi en eens we die gevangen hebben en een bericht via “Viber” hebben gestuurd, is de wifi alweer weg waardoor we er dan maar gewoon een taxi van de juiste firma tegenhouden op de straat.  De dertiger die ons terugbrengt naar ons appartementje is verheugd om te horen dat we niet naar Montenegro zijn gekomen voor het uitgaansleven maar om iets van hun mooie land te zien en hij is verbaasd wanneer we opnoemen wat we al allemaal gedaan en gezien hebben.  Zijn favoriet is de Baai van Kotor waarbij hij fijntjes opmerkt dat je ook een mooi zicht hebt over de baai als je met de auto hogerop rijdt in plaats van de trappen naar het fort te doen die hij zelf nog nooit gedaan heeft en ook nooit zal/wil doen.  Hij moet lachen wanneer we zeggen dat wij ze wel gedaan hebben en we hiervan een week later nog steeds niet helemaal hersteld zijn.

Op vrijdagochtend zijn we klaar voor een bezoek aan de oude stad van Budva maar zoeken we ons eerst nog een plaatsje om te ontbijten.  Dat vinden we in een hotel met vier sterren dat ook toeristen toelaat die niet in het hotel logeren om te genieten van het ontbijtbuffet en dit voor een prikje.  De hitte lijkt om 8u ’s morgens alweer ondragelijk te zijn waardoor we blij zijn dat de airco in het kleine maar bezienswaardige stadsmuseum op volle toeren draait.  Nadien wandelen we richting het oude bisschoppelijk paleis waarin nu een kerk is gevestigd, naar de citadel van waarop je een prachtig uitzicht hebt over de oude stad en waarin je een mooie bibliotheek vindt en we bezoeken de kleine kathedraal eveneens versierd met mooie fresco’s.  We slepen ons in de hitte verder door de kleine en pittoreske straatjes van Budva en gaan vervolgens op zoek naar een zweempje wifi om de taxi te kunnen bestellen.  Dit keer lukt het al wel wat vlotter en brengt de taxi ons binnen de kortste keren naar wat we broodnodig hebben … de koelte van het zwembad.  ’s Avonds besluiten we de drukte van de oude stad even aan ons voorbij te laten gaan en laten we de plaatselijke pizzatent na wat geknoei met “Viber” twee doosjes leveren aan ons appartementje.  De pizza smaakt maar wat het nog beter maakt, is de eerste fles wijn die we kraken terwijl we uitkijken over de bergen.

De voorlaatste dag in dit prachtige land brengen we door met een bezoek aan de ruïnes van het oude Bar.  In tegenstelling tot het gerenoveerde Budva vinden we de ruïnes van Bar evenzeer de moeite waard om door te wandelen temeer omdat je wandelt door 1000 jaar oude geschiedenis.  Na een bezoek aan de ruïnes rijden we nog vier kilometer verder langs de olijfboom waarvan gedacht wordt dat hij om en bij de 2000 jaar oud is waarna we de file langs de kustweg terug trotseren, verkoeling zoeken in het zwembad en ’s avonds de strijd en het geknoei met “Viber” en wifi weer aangaan alvorens de laatste dag van onze rondreis in te gaan die we doorbrengen in Tivat.  Daar brengen we nog een bezoek aan het Naval Heritage Museum en wandelen we langs de luxejachten in het even luxueuze Porto Montenegro waarna ook de tweede fles wijn leeg achterblijft.

…land van meren en groen in alle mogelijke tinten…
…land van stralende zon en intense regenbuien…
…weerkaatsende donder en krachtige bliksems…
…land van baaien, bossen en rivieren…
…land van nooit gezien majestueuze bergen…
…land van smalle bergwegen, dalen en canyons…
…land van fresco’s, kaarsjes branden en vriendelijkheid…
…stilte, natuur in al zijn grootsheid en kracht…
…land van de zwarte bergen…
…Montenegro…
…je bent een verborgen schat in Europa…

Read more from Reisverslag

Comments are closed.