Skip to content

Reisverslag

Op 3 april 2018 is het eindelijk zover…mijn eerste lange afstandsvlucht.  9 uur en 45 minuten die voorbij “vliegen” dankzij de wondere wereld van tv-schermpjes met een rijkgevulde keuze aan films, games, series en vluchtinfo.  Ik ga er helemaal in op en smijt me op het “kids-menu” en wanneer ik “Epic” en “Ice Age” heb doorploegd, zijn we al een heel eind gevorderd richting Varadero.
Wanneer we de eindbestemming bijna hebben bereikt, wordt er door het cabinepersoneel een melding gemaakt over de “verplichte ontsmetting” van het vliegtuig waarna twee stewardessen met ferme tred door het gangpad stappen terwijl één of ander product met volle kracht uit een spuitbus wordt geduwd.
Na de landing wacht ons de paspoortcontrole en het rondje langs de douaniers maar ondanks alle waarschuwingen en al het papierwerk dat we in onze handen klaar houden, wordt hoogstens het label van onze bagage gecontroleerd.  Bagage die blijkbaar in een sneltempo uit het vliegtuig wordt gehaald en al naast de bagageband op ons staat te wachten wanneer we er aangewandeld komen.  En vervolgens stappen we vanuit de luchthaven van Varadero een andere wereld in.  Een wereld waarin de kalkoengieren in veelvoud door de lucht zweven, majestueuze palmbomen naar de blauwe hemel reiken, Fidel Castro en Che Guevara niet uit het straatbeeld weg te denken zijn en het citaat “Hasta la Vitoria…Siempre” al na enkele minuten in ons geheugen staat gegrift.
Na het wisselen van de eerste euro’s (waarbij onze bankbiljetten haast microscopisch worden gecontroleerd en gladgestreken) is het wachten op onze chauffeur die we voor het laatst gemaild hebben anderhalve maand voor ons vertrek.  Meer hoefde ook niet want allen lieten ze weten…”no stress”…we hebbende datum en het uur dus het komt wel in orde.  Ondanks dat er nog geen chauffeur te zien is, behouden we ons geloof in de mensheid en in de “no-stress-levensstijl” en hiervoor worden we beloond wanneer tien minuten later een Cubaanse man afgewandeld komt met een bordje waarop de naam van mijn reisgenote prijkt.
Twee uur later komen we aan in Havana en worden we in onze casa verwelkomd door Gregorio die ons altijd te hulp wil schieten als we in de gang op de bel duwen en vervolgens naar het terras boven ons hel luid zijn naam roepen.  Een kwartier uitleg in het Spaans en veel gebaren verder draaien we onze klok zes uurtjes terug en besluiten we van die extra tijd gebruik te maken om al wat kleine aankopen te doen.  Niet veel later zeulen we door de straten van Havana met een pak water waarvan we niet uitgelegd kregen dat het te groot was en we liever een kleiner pak wilden meenemen.  Terwijl we het water door de straten dragen, staan we ook alle mensen te woord want letterlijk iedereen die we tegenkomen lijkt te vragen waar we vandaan komen, hoe lang we in Havana blijven, wenst ons een fijne vakantie,… En vervolgens leren we ook ons eerste lesje in de hoofdstad.  We worden aangesproken door twee dames die ons tips geven over de beste restaurantjes en de beste cafés en nadat we hen vriendelijk bedanken en het water naar onze casa dragen, komen we hen even later aan het einde van de straat opnieuw tegen.  Ze stellen voor dat ze even meewandelen richting het aanbevolen restaurantje en hoewel ik mij er niet goed bij voel, vind ik dat ik het toch maar een kans moet geven.  Mijn reisgenote is dolenthousiast en geniet van de tips van de twee locals.  Aangekomen in het restaurantje besluiten we hen te trakteren op een drankje en enkele minuten later volgt de koude douche.  Ze bedanken ons voor het drankje (dat ze voor meer dan de helft laten staan) en vragen vervolgens of we hen geen centje kunnen toestoppen om de kinderen eten te geven.  We besluiten dit te doen waarna beide dames gezwind het restaurantje verlaten en wij ter plekke een besluit nemen…we gaan nooit meer mee met locals.
Na de eerste kennismaking met de befaamde bruine bonen (erg lekker trouwens) wandelen we onder een malse regenbui terug naar onze casa waar het licht zowel figuurlijk als letterlijk uitgaat na een dag die zes uur langer heeft geduurd dan we gewend zijn.
’s Nachts moet er echter nog ingegrepen worden wanneer blijkt dat de deur naar de badkamer en dus ook naar het toilet muurvast blijkt te zitten.  Gezien het vroege uur (5 uur ’s ochtends) lijkt het ons geen optie om Gregorio te roepen.  Zowel mijn reisgenote als ik doen beiden verwoede pogingen om de deur open te krijgen maar na een kwartier duw- en trekwerk geven we het op om te vermijden dat we de deur stukmaken.  Maar dan komt plots de MacGyver in mij naar boven en op een paar seconden tijd is de badkamerdeur geopend…haarspeldjes komen altijd van pas !

Ondanks het feit dat Havana nooit lijkt te slapen en er altijd wel ergens muziek of gezang te horen is, heeft onze elf uur durende nachtrust deugd gedaan en om stipt 8 uur (zoals afgesproken) horen we een klop op de deur en staat één van de mannen des huizes klaar met het ontbijt.  Hij dekt de tafel netjes en wanneer hij een half uur later terugkomt doet hij ook ineens ter plekke de afwas.  Na het gezellige ontbijt vertrekken we op ontdekkingstocht door het snikhete oude Havana dat plots pas lijkt te ontwaken na 10 uur ’s ochtends.  We bezoeken de Plaza de Armas, het Palacio de los Capitanes Generales, El Templete en in het Castillo de la Real Fuerza nemen twee vrouwelijke bewakers ons mee door het museum en trakteren ons op een fotosessie waarna ze vragen of we hen misschien een muntje kunnen toestoppen.  Een muntje vinden we nog kunnen en na een bedankje van hun kant laten ze ons rustig verder op ontdekking gaan door het museum.
Even later lopen we terug richting de kathedraal die we bezoeken waarna mijn reisgenote zich tegoed doet een stevige mojito in La Bodeguita del Medio.  We nemen er onze tijd voor want mijn reisgenote laat duidelijk blijken dat het rietje waaraan ze hangt, eindigt in een stevige poel van alcohol.
Verderop brengen we nog een bezoek aan de Basilica Menor de San Francisco de Asis en lukt het me niet om weerstand te bieden aan de kranige maar vooral bazige dame die het bovengedeelte van de kathedraal bewaakt.  Ze vindt dat ik op de balustrade moet klimmen om zodoende een prachtig zicht te hebben op het plein voor de basiliek.  Ik besluit vriendelijk te bedanken maar veel verder dan de stoel waarop ze zelf zit kom ik niet.  Ze verwijst me wederom naar de balustrade en maakt gebaren waar ik mijn voeten moet zetten en voor ik het weet sta ik op een steen vlak achter de balustrade uit te kijken over het plein voor de basiliek.
Ondertussen gonzen de straten van Havana van de muziek en het gezang.  Er komen plots steltlopers voorbij, een verkoper passeert met zijn karretje en laat zijn woorden door de microfoon schallen, een oudere man maakt een saluut-gebaar naar ons terwijl hij rustig zijn sigaar rookt op de dorpel van zijn huisje en een andere gooit een kusje.  De kleurige huizen volgen elkaar in sneltempo op en na te zijn beland op de kleurige en enorm gezellige Plaza Vieja weten we het wel zeker…het vrolijke en ontspannen gevoel dat we hebben wordt met elke minuut groter en groter.
Na een frisse douche besluiten we de dag te eindigen met een rit door Havana in één van de vele oldtimers en wanneer we de kleuren van de auto’s bekijken, is het voor ons al snel een uitgemaakte zaak dat we een grote voorkeur hebben voor een knalroze Buick.  De chauffeur en de gids loodsen ons door Havana en vertellen honderduit over de gebouwen en hier en daar maken we een korte stop waarbij we kennis maken met John Lennon en een fotoshoot kunnen doen op de immens grote Plaza de la Revolucion, waarna we de avond afsluiten met een dinertje op de Plaza de la Catedral.

Op onze twee dag in Havana brengen we in de voormiddag een bezoek aan het Museo de la Revolucion waar we geruime tijd doorbrengen en ons laten meeslepen in de geschiedenis van de strijd.  Nadien wandelen we over de Paseo del Prado die, ondanks de vervallen staat van de gebouwen die erlangs liggen, nog steeds een enorm charmante indruk achterlaat en we brengen een bezoek aan het Gran Teatro de La Habana waar we een rondleiding krijgen in iets wat lijkt op “Spanglisch” maar met een beetje goede wil, kunnen we het verhaal reconstrueren.
Tijdens onze lunch maken we voor het eerst kennis met de gebakken banaantjes (in de vorm van chips) die geserveerd zijn bij een broodje.  Wanneer de serveerster komt afruimen en vraagt of alles naar wens was, denk ik dat ik zo verlekkerd kijk naar het lege bord waarop de gebakken banaantjes kort ervoor te vinden waren, dat mijn ogen ervan fonkelen.  Ik vermoed dat de serveerster het zelf ook zo heeft beoordeeld want niet veel later komt ze terug met een hele schotel gebakken banaantjes met dipsausje “on the house”.  De gastvrijheid van de Cubanen laat zich zelfs zien door banaantjes en mijn ogen fonkelen nog wat meer.
Na een korte siësta die zorgt voor de broodnodige verkoeling, nemen we een coconut-taxi (het lijkt wel of we rondrijden in een geel ei) richting de Callejon de Hamel en wandelen we langs de Malecon waar het water van de oceaan met grote kracht tegen de betonnen omranding klotst.
Afsluiten doen we de namiddag op de Plaza Vieja, ondertussen ons favoriete plein, waar we genieten van de muziek en een koelere bries die meer dan welkom is.
Afscheid nemen van Havana doen we met een toverpartij aan tafel ’s avonds.  Een jongeman toont zijn kunsten en tovert muntjes, laat mijn platwater uit één van mijn bankbiljetten stromen terwijl het een seconde later kurkdroog blijkt te zijn, buigt de lepel van mijn reisgenote naar alle kanten terwijl die in haar handen niet te plooien valt,…en mijn reisgenote verklaart ter plekke dat ze van zo’n vermoedelijk eenvoudige toestanden die ze maar niet kan begrijpen niet meer of minder dan helemaal onnozel wordt.

’s Anderdaags laten we de stad die nooit lijkt te slapen achter ons en maken we de verplaatsing naar de rust van de tabaksvelden in Vinales.  De chauffeur is wederom stipt op tijd en brengt ons ongeveer 240 kilometer verder naar Valle de Vinales.  Onderweg maken we kennis met de gewoonte dat in Cuba paard en kar ook over de snelweg rijden, er ook mensen over wandelen en in het midden van de snelweg ook staan te liften.
Onze casa Villa el Cowboy in Vinales blijkt, in navolging van onze Buick in Havana, ook knalroze van kleur te zijn.  We worden hartelijk verwelkomd door de vrouw des huizes en ook onze gastheer komt zichzelf voorstellen waarna hij ons meteen meeneemt naar een hutje in de tuin waar hij zelf sigaren rolt.  Hij demonstreert ons hoe hij de zelf gekweekte tabaksbladeren bewerkt, hoe hij ze klaar legt om er sigaren van te maken en vervolgens toont hij ons hoe hij de sigaren rolt en vastkleeft met honing als lijmstof.  Met veel fierheid zegt hij dat e sigaren die hij maakt honderden keren beter zijn dan de sigaren die verkocht worden in Havana.  Gezien zowel mijn reisgenote als ik meer gewonnen zijn voor de charmes van de kleine ambachtsman dan van de grote fabrieken besluiten we hier onze sigaren te kopen voor het thuisfront in de hoop dat zijn stelling over de kwaliteit van zijn sigaren klopt.  Een tweetal weken na thuiskomst volgde het verdict van een kenner die de sigaren beoordeelde als één van de beste die hij ooit heeft gerookt.  De kleine ambachtsman heeft zijn gelijk gehaald.
Alvorens we een stukje van de Valle de Vinales gaan verkennen, houden we een kleine siësta op het terras van de casa waarbij we genieten van het prachtige uitzicht vanuit een schommelstoel terwijl de kuikentjes, de kippen en de haan door de tuin lopen.  De tijd lijkt wel stil te staan…  In de late namiddag besluiten mijn reisgenote en ik een tweetal uurtjes te gaan paardrijden door de vallei.  Mijn reisgenote heeft ervaring met paardrijden terwijl ik nooit verder ben geraakt dan het jaarlijkse ponyritje op de dorpskermis.  Wanneer ik zeg dat ik nog nooit heb paardgereden, wordt daar helemaal geen probleem van gemaakt.  De “no-stress-levensstijl” is ook van toepassing op paardrijden.  Mijn reisgenote krijgt Pepe toebedeeld terwijl Tronco naast mij komt staan en ik me afvraag hoe ik ooit gracieus op en af het paard moet geraken. Tronco bleek voor mij een goede keuze te zijn geweest gezien Pepe tijdens de tocht eventjes op hol slaat.  Gelukkig weet mijn reisgenote direct van aanpakken waardoor haar paard vrij snel weer in het gelid loopt en we opnieuw kunnen genieten van de ongelofelijke magistrale natuur rondom ons.
Onderweg houden we halt bij een huisje waar door de bewoners bevlogen wordt uitgelegd hoe ze hun koffie maken en na een wandeling langs de fruitbomen in de tuin mogen we een heerlijk drankje proeven dat letterlijk voor onze neus wordt gemaakt.  Een stuk suikerriet wordt gekapt, het wordt met behulp van onze gids geperst waarna er honing en appelsien wordt bijgevoegd.  Vervolgens wordt de appelsien uitgehold en wordt het drankje in het omhulsel gegoten.  Een rietje erbij en drinken maar van iets wat ronduit overheerlijk blijkt te zijn.  We mogen ook rum proeven maar krijgen te horen dat het niet de bedoeling is dat we het kleine glaasje leegdrinken.  Het is de bedoeling om het puntje van onze tong in het glaasje te steken en heel voorzichtig te nippen aan de rum.  De reden waarom wordt snel duidelijk wanneer zowel het gezicht van mijn reisgenote als dat van mezelf zich in verschillende bochten wringt om het hele gamma grimassen dat we trekken te verdringen.  De terugrit te paard verloopt zonder dat er eentje op hol slaat en het is genieten van de prachtige natuur rondom ons.  Eens terug in onze casa tovert de gastvrouw een heerlijke maaltijd voor ons op tafel terwijl de gastheer er ons van verzekert dat zijn vrouw de beste kokkin is in heel Cuba.
’s Avonds besluiten we de sigaren eens uit te proberen en gaat mijn reisgenote over tot een fantastische doch paniekerige versie van iets wat lijkt op “Riverdance” wanneer ze denkt op een kuikentje te zijn gestapt.  Het kuikentje blijkt gelukkig het zakje van haar selfie-stick te zijn waarna we opgelucht en in alle rust kunnen genieten van de pikdonkere nacht die valt over de Valle de Vinales.

De volgende ochtend worden we vroeg gewekt door het kraaien van de vele hanen en na de kennismaking met het kleine hagedisje in de badkamer tovert de gastvrouw een heerlijk ontbijt op tafel.  Wanneer we nog even zitten te kijken naar het schouwspel van de optrekkende mist rond de mogotes, arriveert de jongeman die ons zal vergezellen op onze wandeling door de vallei.  Onze twee uur durende wandeling brengt ons langs een andere route dan de paarden deden.  We lopen langs ananasplanten, tabaksvelden, bananenbomen, hutjes waar de tabaksbladeren hangen te drogen, mangobomen, guavabomen, avocadobomen, marihuanaplanten (!), papayabomen en een plantje waarvan de blaadjes voor vijf minuten in slaap dommelen wanneer je ze aanraakt…wat we als kleine kinderen dan ook meermaals proberen.  De natuur is hier prachtig en de uitzichten op de mogotes en de vallei die zich uitstrekt voor ons zijn ronduit onvergetelijk en maken een enorme indruk op ons terwijl een kalkoengier zijn vleugels strekt en zachtjes over de vallei zweeft.  Na iets meer dan twee uur stappen bereiken we terug onze casa, waar we de rode aarde die tot ver boven onze knieën reikt van ons afspoelen.
In de namiddag komt de neef van onze gastheer ons ophalen in een Lada die volgens ons op het punt staat uit elkaar te vallen en hij brengt ons naar de Mural de la Prehistoria.  Deze muur is absoluut geen top bezienswaardigheid maar net omwille van “alle gekheid op een stokje” kan je wel eens een omweg maken naar dit kinderlijke tafereel.  Nadien zet onze chauffeur ons af in het kleine centrum van Vinales waar we kuieren over het plaatselijke souvenirmarktje en vervolgens geamuseerd toekijken op het dorpsplein naar de mannen die hun tafeltje er hebben neergezet en domino spelen op een manier doe ons doet vermoeden dat het hier gaat om een spel waarvan het leven afhangt.
’s Avonds vult de lucht rondom onze casa zich meer dan twee uur lang met kerkgezangen die opstijgen vanuit het kerkje dat een honderdtal meter verderop in de velden ligt.  Ondertussen tovert de gastvrouw een vismenu op tafel en hebben we een gesprekje met onze gastheer over de taxi die ons ’s anderdaags op moet halen.  Dat gesprekje eindigt enkel met het uur waarop we afgesproken hebben omdat we er verder bitter weinig van begrijpen.
Wanneer de nacht valt over de Valle de Vinales kijken we vanuit onze schommelstoel naar de sterren die fonkelen over de vallei en in de immense stilte, kijken naar de hemel, denken we een stukje melkweg te hebben gezien.

Op zondagochtend nemen we afscheid van Villa el Cowboy en staat de volgende chauffeur een kwartier vroeger dan verwacht klaar.  Hij lijkt echter niet op de foto van de chauffeur die we te zien kregen bij de reservatie van de rit maar gezien hij onze namen kent en weet dat we naar het puntje van Varkensbaai (Playa Larga) moeten worden gebracht, besluiten we het er toch maar op te wagen.  Alvorens te vertrekken is het nog even een geknoei met de gordel en het duurt een tiental minuten voor de mijne via de kofferbak terug zijn weg naar de achterbank heeft gevonden.  De eerste drie kwartier van de rit verloopt in een rotvaart over heuvels en al scheurend door de bochten en mijn reisgenote is immens dankbaar voor haar nieuwe pillen tegen reisziekte die op volle toeren hun werk moeten doen.  Ik besluit het vanop de achterbank nog even te bekijken maar ik neem me voor mijn beste Spaans boven te halen indien de snelheidsmeter nog meer de hoogte ingaat.  Dat is uiteindelijk niet nodig en we kunnen eventjes bekomen wanneer de taxi tot stilstand wordt gebracht voor de eerste politiecontrole sinds we in Cuba zijn.  Het taxinummer blijkt niet overeen te stemmen met het papierwerk en wat volgt is een discussie die wij braaf volgen vanuit de auto.  Er wordt met veel hevigheid gesproken en op een gegeven moment trekt onze chauffeur zijn portefeuille open en zien we wat geld over en weer gaan tussen hem en de politieagent.  Ofwel is de boete betaald ofwel is er wat anders gebeurd maar even later kunnen we onze lange rit richting Varkensbaai verder zetten.  Een half uurtje later volgt er echter een volgende tussenstop aan de kant van de snelweg en zien we plots een man op onze auto afstappen en vreemd genoeg is er bij ons een vleugje van herkenning.  Wanneer hij de deuren van de taxi opent, stelt hij zichzelf voor en blijkt hij onze oorspronkelijke taxichauffeur te zijn.  Hij vertelt dat hij een week voor onze aankomst in Cuba een ernstig verkeersongeval heeft gehad met als gevolg een totaal vernielde auto.  Hij heeft daarom een vriend opgetrommeld (onze huidige chauffeur) die de rit voor hem overneemt.  En hij vertelt ons erbij dat hij onze casa hiervan verwittigd heeft wat meteen het voor ons onbegrijpelijke gesprek van de dag ervoor met onze gastheer van Villa el Cowboy verklaart.  Na een kort babbeltje zetten we onze tocht verder die even later weer wordt onderbroken wanneer onze chauffeur een zandweggetje indraait.  Hij parkeert de taxi bij een heel oud huisje waarvan de deur opengaat waarlangs drie stoere mannen in bloot bovenlijf en ontelbare tattoo’s naar buiten wandelen.  Zij duiken meteen de tuin in en halen een bidon te voorschijn waarna de chauffeur heel fier opmerkt dat hier tanken de helft goedkoper is dan aan “de bomba”.  Wanneer de brandstof via de trechter de auto is in gekieperd, rijden we in rechte lijn naar Playa Larga waar we hartelijk worden verwelkomd door Felix en Zoilita.
Veel tijd om kennis te maken is er echter niet want zoals beloofd zal onze chauffeur ons nog tot aan de Boca de Guama brengen.  Wat ons aanvankelijk voor ogen stond als een rustig boottochtje door de mangrovebossen is in eerste instantie een speedboot-ervaring.  Nadat het bootje een tiental minuten rustig over de rivier vaart, begint het ineens over het water te racen waarbij het bootje lijkt haast te stuiteren over de golven van het meer dat zich voor ons uitstrekt.  En hoewel ik erg kan genieten van boottochtjes hou ik dit keer mijn blik strak gericht op het nagebouwde Tainadorp in de geruststelling dat we er in zo’n rotvaart wel snel zullen aankomen.  Wanneer we terug varen is er gelukkig wel tijd om rustig door de mangroven te varen en dit door het enige natuurlijke kanaal dat er te vinden is in Peninsula de Zapata.  Aan het einde van de boottocht krijgen alle vrouwen op de boot van de schipper een bloem die we maar in onze rugzak proppen omdat we niet goed weten wat we ermee moeten aanvangen.
Om te bekomen van het boottochtje besluiten we eerst een deugddoend terrasje te doen waarbij de ober ons aanspreekt in onze eigen taal.  Deze Cubaanse man heeft blijkbaar enige tijd in ons land gewoond en probeert in zijn beste Nederlands uit te leggen dat hij nog in een Turnhouts café heeft gewerkt…’t Gerucht !
Verderop wacht ons nog een bezoek aan de krokodillenboerderijen en is het nadien zoeken naar een taxi die ons terug naar onze casa brengt.  De parkeerwachter van de krokodillenboerderij verzekert ons ervan dat hij binnen de kortste keren een taxi heeft geregeld.  De tijd verstrijkt echter beetje bij beetje maar gezien we het Cubaanse tempo stilletjes aan meer dan gewoon worden, deert ons dat helemaal niet.  Meer dan een half uur later heeft de parkeerwachter een taxi op de kop kunnen tikken in de vorm van een bejaard koppel dat langs de kant van de weg stond met hun even oude Lada waarvan de binnenkant van de deuren enkel nog bestaat uit ijzer en er langs binnen zelfs geen mogelijkheid meer is om de deur open te krijgen.  Ze brengen ons voor een spotprijsje naar onze casa enkele kilometers verderop en de vrouw is intens en oprecht blij met de twee bloemetjes die we vanuit onze rugzak toveren en die zodoende via de schipper een nieuwe eigenares hebben gevonden.
Na even te zijn afgekoeld besluiten we nog een wandeltochtje te maken naar het strand van Playa Larga aan de punt van Varkensbaai en hoewel het strand er op zich te wensen overlaat is de natuur en het samenspel van zee en bomen er wel mooi.  Hoewel mijn reisgenote en ik met z’n tweetjes zijn vertrokken van de casa richting het strand verloopt de terugweg met een hele sliert volgers achter ons.  Niet één, niet twee, ook niet drie of vier…liefst vijf straathonden volgens ons trouw de hele weg naar onze casa en het lukt ons maar net op tijd om ze één voor één af te schudden alvorens te moeten uitleggen in de casa dat we vijf honden hebben meegebracht.
Wederom sluiten we een lange maar heerlijke dag af met de kookkunsten van een geweldige gastvrouw en net als de lange dag sluiten we ook onze koffers alweer want morgen gaan ze mee richting Trinidad.

Terwijl Felix en Zoilita ons uitzwaaien en onze volgende chauffeur met volle kracht de koffer van zijn auto probeert toe te krijgen, zakken wij onderuit in de taxi (die weer stipt op tijd is…waarover hebben wij ons eigenlijk zorgen gemaakt).  De rit brengt ons door zeeën van groen, suikerrietplantages, de eerste rivier die we zien en ook de eerste spoorwegovergangen die we tegenkomen richting Trinidad.  Bij aankomst duurt het enkele toertjes door de straten en een tweetal telefoontjes in het Spaans van onze chauffeur alvorens we onze casa gevonden hebben.  We nemen slechts kort afscheid van onze chauffeur die we twee dagen later zullen terugzien bij onze laatste rit richting Varadero.
Ik besluit nog even een paar euro’s te gaan wisselen bij het plaatselijke bankkantoor en ga net als iedereen braafjes in de rij staan tot ik daar wordt uitgehaald door de veiligheidsagent die ervoor zorgt dat ik meteen aan een loket terecht kan.  Wederom worden mijn bankbiljetten langs alle kanten gecontroleerd en gladgestreken en krijg ik één biljet terug omdat er een minischeurtje in zit.  Dat wordt niet gewisseld.  Even later speel ik nog hints aan het loket wanneer ik in het Spaans het huisnummer van onze casa moet zeggen en 176 kan ik mij in het Spaans niet zo direct voor de geest halen.  Het wordt dus uitbeelden.  De bankbediende kan er gelukkig om lachen en even later sta ik met de nodige peso’s terug op straat.
In de namiddag wandelen we, door wat aanvoelt als een verstikkende hitte, richting het oude stadscentrum van Trinidad.  Dit oude stadsgedeelte is erg klein maar daarom niet minder bezienswaardig.  De souvenirwinkeltjes, de kleurige huisjes die het straatbeeld sieren en de mooie en statige koloniale huizen maken dat het kleine centrum wel en enorme grandeur en gezelligheid uitstraalt en wanneer we één van de koloniale huizen bezoeken kan ons geluk niet op wanneer we op de binnenplaats een kolibrie zien passeren.
Na een tocht langs de vele souvenirkraampjes waarbij we tegen onze gewoontes in onze rugzak vullen met allerlei spulletjes, is het even tijd om verkoeling te zoeken alvorens we Trinidad na zonsondergang tegemoet gaan om te proeven van de Cubaanse versie van pizza of pasta.

Onze tweede dag in Trinidad is volgens mijn reisgenote samen te vatten als “de lastigste dag van de vakantie” waarmee ze voor alle duidelijkheid niet verwijst naar het reisgezelschap maar wel naar de steeds maar stijgende temperatuur.  Desondanks besluiten we terug te gaan kuieren door de straatjes van Trinidad en brengen we nog een bezoek aan de kerk, het architectuurmuseum en aan het Convento de San Francisco waar we een boeiend overzicht krijgen van de strijd tegen de bandieten.
Na een veelvoud aan terrasjes in het oude stadscentrum, dat elke minuut nog meer aan charme lijkt te winnen, en een kleine siësta vatten we het plan op om buiten het stadscentrum van Trinidad een wandeling te maken richting een watervalletje en een natuurlijke zwempoel in het Parc Natural el Cubano.  We nemen een taxi en voor een best wel redelijke prijs geeft de taxichauffeur aan iets meer dan twee uur op ons te zullen wachten voor de terugrit ! We vatten de wandeling aan over het hangbruggetje richting de waterval en hoewel we gehoopt hadden dat de wandeling voor iets meer schaduw zou zorgen, blijkt de Cubaanse zon zich werkelijk overal doorheen te wriemelen.  Hoewel er aan de ingang werd gezegd dat het ongeveer een half uurtje lopen was, zijn wij er als snel van overtuigd dat het paadje wel iets langer is dan dat.  Ruim 3,6 kilometer, een uurtje en vele zweetdruppeltjes later duikt mijn reisgenote de poel in terwijl ik over een steil rotswandje naar boven klauter om de waterval van daar te kunnen zien.
De terugweg verloopt net als de heenweg: voetje per voetje, vasthoudend aan een koord als we het keienpaadje in de rivier over moeten, enkele klimmetjes en enkele keren naar beneden vasthoudend aan de houten balustrade en dit tot we terug zijn aan de hangbrug.  Ik krijg nog net op een enigszins fatsoenlijke manier water besteld waarna we ons half gekookt in de taxi laten zakken en de taxichauffeur een glimlach niet kan onderdrukken wanneer we dat onderuit zakken gepaard laten gaan met een grote “olalalalalalala”.  Terug aangekomen in onze casa verheugen we ons op de nodige verkoeling maar de elektriciteit blijkt te zijn uitgevallen wat betekent dat ook de airco het niet meer doet.  Dat besluiten we op te lossen door ons op het terrasje te zetten voor onze kamer in de nabijheid van de mariposa-struik en vooral niet meer te bewegen.  Het duurt twee uur alvorens de airco terug werkt en we hem zo hard zetten dat het lijkt alsof er een nieuwe ijstijd is begonnen.
Helemaal afgekoeld genieten we van onze laatste avond in Trinidad en zien we bij een gezellig vis-dinertje de hemel zacht rood en paars kleuren wanneer de zon met haar laatste stralen het oude stadscentrum van Trinidad streelt.

’s Morgens zien we een oude bekende terug en brengt de taxichauffeur die ook onze vorige rit verzorgde ons naar onze laatste stop Varadero.  Het is een lange rit en af en toe amuseert hij zich kostelijk wanneer hij de kreetjes hoort die wij veelvuldig slaken wanneer er een paard plotseling een uitschuiver maakt op de weg en wanneer voetgangers en motorfietsen en overvolle bussen plots uit alle richtingen tegelijkertijd lijken te komen.  Hij loodst de taxi langs prachtige heuvels, langs vele armoedige dorpjes waar mensen desondanks vriendelijk wuiven en lachend rondlopen, stopt bij koffieplanten die langs de weg groeien,…tot we aankomen in Santa Clara.  Terwijl de taxichauffeur zijn auto een poetsbeurt geeft, bezoeken mijn reisgenote en ik het Conjunto Escultorico Comandanta Ernesto  Che Guevara waar we een overzicht krijgen van het leven van Che Guevara en zijn ideeën en we de ruimte bezoeken waar ook zijn overblijfselen worden geëerd.
Wanneer we terug aankomen bij de auto geeft de chauffeur de voorruit nog een laatste poetsbeurt en een tweetal uurtjes later komen we in een propere taxi aan in Varadero.  Daar is het nog anderhalve dag genieten van zon, zee en strand en het terugblikken op de andere wereld waarin we anderhalve week zijn ondergedompeld geweest terwijl een pelikaan neerstrijkt en ronddobbert op het oceaanwater en de zon zich zachtjes door de wolken heen in de oceaan laat zakken.

…langs palmbomen, koffieplanten en fruitbomen allerhande…
…langs een stad die nooit of te nimmer slaapt…
…langs steden, armoedige dorpen, heuvels en valleien…
…sigaren, rum en mojito…
…gier, pelikaan en kolibrie…
…blije mensen, lachende gezichten, zwaaiende handen…
…met de auto, met de boot, te paard…
…met Castro en Che Guevara op elke hoek van elke straat…
…met de lucht zinderend van muziek, zang en dans…
…Hasta la Vitoria…Siempre…in het geheugen gegrift…
…Cuba en zijn inwoners…
…u was een rijkdom voor onze ogen, onze geest en ons hart…