Skip to content

Reisverslag

Op onze Belgische Nationale Feestdag van 2010 laten we ’s morgens vroeg België achter ons.  Om zes uur ’s ochtends wordt de bagage in de auto geladen en maken we ons op voor een rit van ongeveer 1900 kilometer richting Kroatië.  Een reisgenote  met vliegangst heeft ons ervan overtuigd om een vliegreis van twee uurtjes in te ruilen voor een tweedaagse autorit.  De voordelen hiervan lijken ons dat we af en toe kunnen uitstappen om de beentjes te strekken en onze dorst te lessen, dat we de volumeknop van de radio desgewenst kunnen open draaien en dat we af en toe halt kunnen houden om een foto te nemen van een prachtig landschap dat we passeren…dingen die ons overduidelijk een pak moeilijker lijken om te doen tijdens een vliegreis.

Het grootste gedeelte van de rit verloopt zonder grote problemen (geen enkele file onderweg) en de obstakels die we toch tegenkomen worden zonder veel moeite overwonnen.  De wespensteek opgelopen in Oostenrijk wordt in eigen kring verzorgd, de beet van een daas daarentegen wordt verzorgd door de Oostenrijkse bediende in een wegrestaurant.  Na één blik op het gehavende been bij het binnenkomen in haar restaurant oordeelt zij dat een Schnitzel niet voldoende is om de pijn te verzachten en als extraatje krijgen we een zak ijs en een tube zalf !  De Sloveense bankautomaat die onze bankkaart inslikt is ook zo vriendelijk om hem na een korte paniekaanval ook terug uit te spuwen en de elektrische autoruit die na een grenscontrole in Slovenië weigert terug dicht te gaan, wordt onderworpen aan een technische controle van een reisgenoot en zodoende kan ook dat euvel zonder veel gedoe worden opgelost.

Na een overnachting in Slovenië zetten we de rit verder richting Dubrovnik. Hoewel we een vlotte rit richting Dubrovnik in gedachten hadden, blijkt dit niet van toepassing op de laatste 125 kilometer die de zwaartste blijken te zijn van de hele reis.  De autosnelweg wordt ingeruild voor bergweggetjes, smalle straatjes, bochtenwerk…waardoor we pas ’s avonds om zes uur in Dubrovnik arriveren.

Het zoeken van een parkeerplaats blijkt nog een werk van lange adem, vervolgens is het nog een halve kilometer wandelen met de bagage in een loden hitte om dan te arriveren in onze Bed and Breakfast die gelegen is aan één van de oude inkompoorten van het oude en ommuurde Dubrovnik.  We staan allen meteen versteld van de pracht van dit kleine, oude stadje en worden tegelijkertijd omver geblazen door het enthousiasme van de eigenaar van de Bed and Breakfast.  We krijgen te horen dat we eventjes mogen uitrusten na onze lange rit (met de nadruk op eventjes) en dat hij ons vervolgens gedurende twintig minuten een korte rondleiding zal geven door het stadje.  We proberen met z’n allen, moe als we zijn, zijn enthousiasme te temperen maar we hebben al snel door dat het niets zal uithalen en een kwartiertje (!) later zijn we vertrokken voor een korte, snelle maar duidelijke rondleiding.  Volgens hem is dit echt wel nodig omdat we niet de eerste toeristen zouden zijn die verloren zouden lopen in al de kleine straatjes…Na mijn bezoek aan Dubrovnik lijkt het me veel moeite te kosten om de weg niet meer terug te kunnen vinden.

Na een goede nachtrust zijn we ’s morgens na het ontbijt helemaal klaar voor een bezoek aan dit erkend stukje Werelderfgoed.  Reeds buiten de stadsomwalling valt de hartelijkheid van de mensen hier op.  Ik heb de indruk dat de lokale bevolking hier altijd behulpzaam is, blij en ontspannen rondloopt, alsof ze willen zeggen “het ergste hebben we hier al wel gehad, vanaf nu kan het alleen maar beter gaan en wees vooral welkom bij ons”. Er wordt ons ook meteen duidelijk gemaakt dat we ons niet in bochten moeten wringen om ons enigszins verstaanbaar te maken met korte Kroatische woordjes.  Spreek maar wat je wil…wij zullen wel proberen om jullie te  begrijpen.

Wanneer we door één van de oude inkompoorten lopen en het oude en ommuurde Dubrovnik binnengaan, lijkt het alsof we terechtkomen in een fantastisch en indrukwekkend openluchtmuseum.  We kijken mekaar aan met een blik die betekent dat we niet weten waar we moeten beginnen en dus besluiten we het ”systematisch” aan te pakken.  Dwars door Dubrovnik loopt de hoofdstraat en alle bezienswaardigheden zijn aan de uiteinden en de zijkanten van deze straat gevestigd en dus is het heel handig om deze te volgen.

We beginnen ons bezoek aan Dubrovnik met een wandeling over de stadsmuur die het stadje omringt.  Deze twee kilometer lange muren zijn een wandeling meer dan waard gezien ze je een prachtig uitzicht geven over de stad en de zee.  Wanneer we deze wandeling afronden besluiten we de overige bezienswaardigheden te bezoeken te beginnen aan het uiteinde van de hoofdstraat.  We genieten van het prachtige Plein van de Loggia en bezoeken ongeveer honderd meter verderop het Paleis van de Rector en de Kathedraal.  Achter de Kathedraal genieten we van een lokaal marktje op Gundulic Square.

Ondertussen horen we tromgeroffel dat stilaan aanzwelt in de middagwarmte en dus begeven we ons terug naar het uiteinde van de hoofdstraat waar we getuige zijn van de wissel van de poortwachten gehuld in hun traditionele kostuums. 

We lopen de poortwachten achterna en volgen hen door de hoofdstraat waardoor we aan het andere uiteinde komen. Ook hier zet het openluchtmuseum zich voort en genieten we eerst van de grote Onofrio-fontein om nadien een bezoek te brengen aan het Franciscanerklooster dat één van de oudste apotheken herbergt.  Hoewel er vele kleine, oude flesjes te bewonderen zijn net als prachtige oude weegschalen, gaat onze aandacht uit naar twee gaten in de muur van de apotheek waarover een stolp is geplaatst.  De onderschriften luiden “Under granate…A missle shot” 6 december 1991.  Het is pas dan dat we allemaal ten volle beseffen waarom het voor ons leek alsof de inwoners hier zeggen “het ergste hebben we al wel gehad”.

Op het einde van de dag en meteen ook aan het einde van ons bezoek aan Dubrovnik besluiten we de heuvel op te gaan met de kabelbaan.  Eens bovenop de heuvel heb je een magnifiek uitzicht op de hele ommuurde stad.  Na een heleboel foto’s te hebben genomen begeven we ons terug naar een koeler plekje om te wachten tot de kabellift ons terug naar beneden kan brengen.  Tijdens het wachten wordt onze aandacht getrokken door twee grote fotoborden aan de muren.  Het ene fotobord toont de opbouw van de kabellift in 2010, het andere fotobord toont een compleet vernielde kabellift slechts 19 jaar eerder !  We staan te staren naar de foto’s en op één of andere manier weten we niet zo goed meer wat te zeggen en besluiten we terug te gaan wachten op de kabellift.

Een van de werknemers heeft gezien dat we naar de foto’s stonden te staren en komt stilletjes naar ons toegewandeld.  Hij komt erbij staan en merkt op dat je vanop de heuvel toch een mooie uitzicht hebt…de fierheid klinkt door in zijn stem en ik bevestig zijn opmerking compleet.  Ik vraag hem of hij zelf in Dubrovnik woont en of hij er zijn hele leven heeft gewoond.  Dat laatste is niet het geval.  Hij heeft een paar jaren in Italië gewoond tot de drang naar Kroatië en Dubrovnik hem terug inhaalde.

Ik twijfel vervolgens nog even maar ik besluit het er toch op te wagen en ik vraag hem of hij in Dubrovnik woonde toen de oorlog begon.  Hij knikt ja en voegt er aan toe…ik was amper 14 jaar.  Hij begint te vertellen over hoe hij als 14-jarige hier op de heuvel kwam zitten en uitkeek over de zee.  Hij zag de oorlogsschepen klaarliggen voor de kust, hij zag de kannonnen klaargezet worden en hij zag hoe alles kapot geschoten werd.  De ergste dag vertelt hij was 6 december 1991 en hij kon zich herinneren dat hij de Sint-Nicolaaskerk zag “branden als een toorts”.  De toon waarop hij zijn verhaal vertelt is rustig, kalm en beheerst  maar komt desondanks zeer hard en verdrietig over.  Ik vraag hem dat als hij één gevoel zou moeten geven dat hij zich nog kan herinneren, dat voor hem zo overheersend was die periode als 14-jarige…welk gevoel dat dan zou zijn.  Het antwoord komt loeihard aan…hij kijkt me recht in de ogen en zegt “ik moest als 14-jarige jongen altijd zo bang zijn”. 

En plots begint hij over voetbal te praten…over de Rode Duivels, over Germinal Beerschot dat hij blijkt te kennen…en ik besef maar al te goed dat het te moeilijk werd voor hem en ga vervolgens mee in een geanimeerd gesprek over voetbal. Hij gaat nadien nog even bij zijn collega’s staan en vervolgens neemt hij de kabellift mee naar beneden.  Wanneer we uitstappen voel ik plots een hand op mijn schouder.  Ik draai me om en de man met wie we hebben gepraat geeft ons alledrie een stevige handdruk en hij bedankt ons op een oprechte manier. Ik weet niet waarom hij ons bedankt maar misschien kon hij het appreciëren dat niet alle toeristen zijn stadje komen bezoeken zonder ook maar een moment stil te staan bij de veel minder fraaie kanten.  En misschien kon hij het appreciëren dat er mensen zijn die zich deze “vergeten oorlog” nog wel willen herinneren.

Na zijn stevige handdruk wordt het stil.  We zetten ons op een terrasje en er wordt weinig tot niets gezegd.  Ik moet plots denken aan het liedje “De Speeltuin” en meer specifiek één zin uit dat liedje… “Maar al ben je uit de oorlog, gaat de oorlog ooit uit jou “…  Ik heb het antwoord  gekregen in ons gesprek met de man van de kabellift.  Ik heb gesproken met een 33-jarige man die vertelde over oorlogsschepen en die vervolgens als 14-jarige vertelde hoe bang hij al die tijd is moeten zijn.  En praten over voetbal was de enige manier om tijdens het gesprek weer 33 te kunnen worden en terug weg te kunnen gaan van de angst.

Hij heeft het ergste al moeten hebben als jongen van 14…

Nog steeds zwaar onder de indruk van ons gesprek aan de kabellift maken we ons klaar voor onze laatste avond in Dubrovnik.  Na een verkwikkende douche genieten we van de zonsondergang, de prachtige verlichting van de gebouwen in het openluchtmuseum, het klotsen van de zee, de muziek die het hele stadje vult…om ’s anderendaags een rit van 500 kilometer aan te vatten richting Zadar en enkele Nationale Natuurparken van Kroatië.

Aangekomen in Zadar besluiten we om na het uitpakken van onze bagage even op verkenningstocht te gaan om en rond het hotel en zodoende komen we algauw tot de ontdekking dat de zee, de zon en de golven hier prachtig zijn…  We spreken dan ook meteen af om ’s anderendaags een dagje rust in te bouwen om hiervan te genieten.  Daags nadien vragen we aan de hotelbalie of het ver stappen is naar het oude stadscentrum van Zadar en men verzekert ons van niet.  Een mooie wandeltocht langs de haven en je bent er zo…en dus vertrekken we ’s morgens voor een korte wandeling richting Zadar waar we na anderhalf uur (!) stappen aankomen.  Niet zo ver stappen blijkt nogal relatief te zijn. 

Toch was Zadar het anderhalve uur stappen meer dan waard.  Dit kleine oude stadscentrum herbergt heel wat moois zoals de Donatuskerk, het Franciscanerklooster, het pleintje met het stadhuis.  Bovendien wordt dit gecombineerd met een mooie winkelstraat met alle hedendaagse winkels zodat ook shoppingfanaten hier hun gading vinden.   Een van de volgende avonden keren we terug naar Zadar (met de auto) om te genieten van de zonsondergang want in Zadar schijnt het de mooiste te zijn en in stilte genieten we van het klotsen van de golven, het kleurenfeest in de lucht en het langzaam ondergaan van de zon.

We gebruiken Zadar ook als uitvalsbasis om te genieten van de natuurpracht die Kroatië te bieden heeft.  De derde dag van ons verblijf in Zadar besluiten we een bezoek te brengen aan het Plitvicka Jezera National Park om te genieten van de prachtige meren.  Wanneer we aankomen worden we met een treintje naar boven gebracht waar we een wandeling kunnen uitkiezen naargelang onze conditie en die ons vervolgens over netjes aangelegde vlonders terug naar beneden brengt terwijl we langs de prachtigste meren en watervallen worden gebracht.  De kleuren van de meren zijn indrukwekkend en brengen ons in een staat van verwondering en in een filosofische bui (dankbaar om al wat Moeder Natuur ons geeft).

Alsof we nog lang niet genoeg hebben van watervallen en meren bezoeken we een dag later ook het dorpje Skradin (Sibenik) vanwaar we de boot nemen over de Krka-rivier om een bezoek te brengen aan de Stradinski Buk.  Een prachtige waterval waarbij je een verfrissende plons kan nemen in de waterpoel er vlak voor !  We blijven lang naar dit mooie fenomeen staren en vatten dan een wandeling aan die met wegwijzers wordt aangeduid en stappen zo in de richting van het domein dat ingericht is om je kennis te laten maken met de folkloren en tradities van de regio.  Een oude molen, oude werktuigen, weefgetouwen en een ijzersmid die af en toe een demonstratie geeft.  We staan allemaal te glimlachen bij het zien van dit tafereel want al kijken we naar een demonstratie over ijzersmeden…nooit gedacht dat de ijzersmid vroeger werkte in een mooie zwarte broek en een onberispelijk wit hemd !  Eens teruggekeerd uit dit Nationaal Park stappen we door het dorpje Skradin richting de parkeerplaats en onderweg passeren we een klein pleintje met een eenvoudig kerkje.  Mijn reisgenoten gaan even zitten en vragen zich af of ik toch niet vlug binnen in dat kerkje wil gaan kijken.  Het kost hen enige overtuigingskracht want gezien de eenvoud van dit kerkje aan de buitenkant vraag ik me af of de binnenkant  wel de moeite is.  Ik besluit het er toch maar op te wagen en moet toegeven dat een eenvoudige buitenkant niets zegt over wat je binnenin kan vinden.  Eens binnen in het kerkje valt mijn mond open van verbazing voor de bijzonder mooie plafondschilderingen en fresco’s en is dit eenvoudige kerkje een absolute aanrader op de terugweg van het Nationale Park.

Ons uitstapje naar de bergen op de voorlaatste dag van onze vakantie moet helaas uitgesteld worden door aanhoudende regen en onweer en een boek kaarten moet soelaas brengen.  De laatste dag van onze vakantie besluiten we het er toch maar op te wagen en rijden we naar het Paklenica National Park voor een wandelingetje in de bergen !  In de brochures hebben we gezien dat je na een uurtje stappen een berghut en grotten kan bezoeken.  Eens aangekomen in het National Park nemen we eerst de tijd om te kijken naar de muurklimmers die aan het werk zijn op de rotsen en even later vatten we vol goede moed onze wandeling aan.  We komen al snel tot de conclusie dat we pas naar de berghut kunnen of naar de grotten als we eerst een serieuze klim van ongeveer anderhalf uur afwerken op een gelukkig goed begaanbaar rotspad.  Na anderhalf uur zitten we op een bankje op een bosweg en zien we de wegwijzers staan richting berghut…nog veertig minuten…en we besluiten dat we al genoeg hebben kunnen genieten van de bergen.  We vatten de tocht naar beneden terug aan en zijn getuige van een aantal prachtige taferelen zoals bergtoppen die worden omgeven door sluiers van nevel, rood gekleurde rotspunten,…  Eens beneden kijken we nog eens achterom naar dit mooie stukje natuur en aan de vooravond van ons vertrek naar huis beloven we onszelf dat we gaan werken aan onze conditie zodat we de volgende berg die we tegenkomen niet enkel kunnen bedwingen op wilskracht maar ook op conditie !

…de volgende dag terugkerend naar België…
…nagenietend van al het moois in Kroatië…
…maar vooral terugdenkend en nooit vergetend…de 14-jarige jongen…