Skip to content

Reisverslag

Met een tweetal uurtjes vertraging vertrekt onze vlucht op zaterdag 23 september 2017 richting Lanzarote…een vlucht die begint met een enigszins kleine paniekaanval gezien ik me niet echt verwacht aan een airbus met rijen van acht stoelen en maar liefst twee gangpaden die niet eens voor de helft gevuld geraakt met passagiers.  Na een viertal uurtjes rustige vlucht, het wachten op de bagage en het regelen van de huurauto komen we aan in het hotel waar ik tot mijn grote verbazing in het Nederlands wordt aangesproken en het duurt even eer ik mijn reflex richting Engels opzij gezet krijg.  Vlak voor het hotel merk ik tevens een “toeristentreintje” op waarvan ik met grote stelligheid beweer dat ik nooit ga meerijden met zoiets…om een kwartier later tot de vaststelling te komen dat mijn reisgenoot, ikzelf en onze koffers met datzelfde treintje worden vervoerd naar onze hotelkamer om daar neer te ploffen alvorens in dromenland te belanden.

Na een stevig ontbijt (dat eindigt met een pannenkoekje overgoten met heerlijke chocolade) vertrekken we voor een wandeling van de haven in Playa Blanca richting de Papagayo-stranden en terug…een tochtje van ongeveer 16 kilometer.  Daar komen gaandeweg nog wat kilometers bij wanneer mijn reisgenoot ontdekt dat ons hotel als vertrekpunt wel een eindje van de haven vandaan ligt.  We stappen stevig langs de kustlijn waar het water gezapig over het zwarte gesteente klotst en de aloë vera en palmbomen de boulevards omzomen.  Na enkele kilometers is er bij mij al een tussenkomst met compeed-stickers nodig terwijl de temperatuur onverwacht meer en meer de hoogte ingaat.  De hoge temperatuur zorgt ervoor dat bij mij de ellende begint van zodra we richting de stranden en baaien gaan.  Terwijl mijn reisgenoot gezwind als een berggeit daalt en klimt tussen de heuvels, langs het ruwe gesteente en door een prachtig kloofje dat we als bij toeval ontdekken en ik telkens probeer bij te benen, begin ik op een gegeven moment zoveel sterretjes te zien dat ik er letterlijk bij dreig neer te vallen.  De twee bananen die ik uit voorzorg toch maar heb meegenomen brengen gelukkig soelaas en ondanks het afzien tijdens het klimmen en dalen slaag ik er toch nog in te genieten van de ronduit prachtige stranden, baaien en heuvels met mooie kleurschakeringen.  Wanneer ik na vele kilometers, twee liter water, enkele compeed-stickers en hier en daar een vloek het einde van de wandeling bereik, wacht er een klein cafeetje op ons waar frisdrank voor de broodnodige verkoeling zorgt.  Desondanks staat de wandeling terug ook nog steeds op het programma en wanneer ik in de loden hitte de heuvels (die voor mij de Mount Everest wel lijken) bedwing, komen we bij de laatste heuvel enkele toeristen tegen waarvan er eentje opmerkt dat het wel heel erg warm is.  Ze moet hartelijk lachen wanneer ik haar antwoord dat ik er nooit heb bij stilgestaan hoe een eitje zich moet voelen als het hardgekookt wordt maar dat ik het nu echt wel weet want dat ik volgens mij ook stilaan het punt van “hardgekookt zijn” heb bereikt.
Wanneer we op de terugweg hier en daar neervallen op een terrasje vraagt één van de uitbaters waar we vandaag komen.  Wanneer mijn reisgenoot en ik kort uit te doeken doen welke wandeling we gedaan hebben vraagt de man zich oprecht af of wij, gezien de warmte, wel goed bij ons hoofd zijn.  Mijn hoofd wil nog wel mee maar de laatste kilometers zijn het vooral mijn benen die een beetje tegenpruttelen en de allerlaatste kilometer lijkt eindeloos te duren.  Wanneer we eindelijk de hotelkamer bereiken plof ik neer op bed waarna mijn voeten een behandeling krijgen die ervoor moet zorgen dat ik de dag nadien nog schoenen kan verdragen.
De dag sluiten we af met regen…in de hotelkamer…wanneer de airco het na een uurtje wat lijkt te begeven maar de spreekwoordelijke kers op de taart volgt wanneer mijn reisgenoot ’s avonds per ongeluk zijn vis over het buffet terug richting de kok schiet !

’s Anderdaags is het vooral zaak om tijdig bij het visitors-center van het Timanfaya National Park te geraken.  De wegen van mijn reisgenoot en mezelf gaan even scheiden gezien ik bij de gelukkigen ben die een wandeling kunnen maken in het National Park.  Na het ondertekenen van een gezondheidsverklaring en de controle van mijn identiteitskaart worden we met een busje tot aan het vertrekpunt gebracht waarna ik samen met de gids en zes anderen begin aan de wandeling onder een minieme regenbui, iets wat de gids ziet als een privilege want gezien het meestal niet meer dan tien dagen per jaar regent op Lanzarote is het niet iedereen gegeven een regenbui mee te maken.
Terwijl mijn reisgenoot wandelt richting Mancha Blanca stap ik het beschermd natuurgebied van het National Park in waar het belangrijk is op de paadjes te blijven lopen en niet ernaast gezien een voetafdruk in de lava meer dan twee jaar zou nodig hebben om terug te verdwijnen.  Het branderig gevoel aan mijn voeten vergeet ik tijdens de wandeling snel dankzij de bevlogenheid van de gids.  Hij praat honderduit over de vulkaanuitbarstingen in de 18de en 19de eeuw, geeft heel uitgebreide informatie over de natuur, de lava, de vegetatie of het ontbreken ervan maar meer nog dan dat slaagt hij erin de toeristen in zijn groepje een beetje meer “geweten” te schoppen.  Hij vertelt zijn visie op het samenspel van mens en natuur, het respect dat we voor de natuur moeten hebben, het graag zien van de wereld, het genieten van het nu en het terug leren dat we een deel zijn van de natuur met als belangrijke vraag…we weten allemaal zoveel dingen over verschillende onderwerpen maar “weten we eigenlijk nog wie we zijn voor onszelf”.  Een gids met visie tussen een landschap van verschroeide aarde, ruwe stenen, gestolde lavastromen, hier en daar begin van nieuw leven wanneer een plantje erin slaagt (met behulp van de inwoners) te groeien in de lava en arbeiders die dode takken weghalen van de vijgenbomen die hier en daar een behoorlijke grootte hebben bereikt waarna de arbeiders met een borstel hun voetafdrukken van de heuvel proberen weg te keren.  Een wandeling van 3,9 kilometer gedurende drie uur.  Het zijn drie zeer goed besteedde uren en een aanrader voor iedereen die het National Park wil bezoeken.
Ook mijn reisgenoot heeft genoten van zijn wandeling in de omgeving en vooral van de cactussen in de voortuinen van de inwoners van Lanzarote…cactussen waarvan hij nog steeds maar niet kan begrijpen hoe ze zo groot kunnen zijn.
Na onze wandeling besluiten we aan het National Park mee te doen met het gros van de toeristen en genieten we gedurende twintig minuten van een ritje met een dromedaris alvorens door te rijden naar El Golfo waar het groene meer er kalm en rimpelloos bij ligt terwijl aan de andere kant de golven woest tegen de rotsen beuken.
De kracht van het water laat zich nog meer zien even verderop bij Los Hervideros.  De oceaan beukt er met volle kracht tegen de rotsen, het heldere water kolkt en spat metershoog uiteen in een zeegrot.  Ondertussen vindt mijn reisgenoot metershoog in een klein poeltje tussen de rotsen een stel rode krabbetjes die geduldig moeten wachten op een metershoge stroom water alvorens ze terug in de zee terecht zullen komen.
Ondertussen vallen er terug enkele regendruppels die in contrast staan met de plakkerige warmte die weegt op het eiland en hoewel de meeste hotelgasten op hun kamers lijken te zitten, genieten wij op het einde van de dag van een verfrissende duik in het zwembad dat we helemaal voor ons alleen hebben.

Na twee dagen wandelen besluiten we een dagje te “cruisen” over het eiland en besluiten we het andere uiteinde ervan te bezoeken.  We beginnen ons tochtje bij de Jardin de Cactus en gezien het vroege uur hebben we de tuin zo goed als alleen voor onszelf.  Hoewel de tuin niet heel groot is, is het echt wel de moeite waard.  De cactustuin is met zorg aangelegd en nodigt uit om over alle paadjes te wandelen en de enorme hoeveelheid soorten cactussen te bewonderen.  Wanneer we na een uurtje wandelen klaar zijn merken we dat er ongeveer vier overvolle bussen op de parking klaar staan om de toeristen te laten toestromen door de poorten van de tuin.  Voor ons het signaal om te vertrekken richting de Cueva de los Verdes.  Wanneer we bij de grot aankomen en ons toegangskaartje hebben gekocht, blijken we nog net op tijd te zijn om met de eerstvolgende groep te beginnen aan de wandeling van 1 kilometer door de grot samen met een gids.  Hoewel deze gids erg zijn best doet om iedereen goed te informeren spreekt de brave man een soort Engels dat nog een eigen vertaling nodig lijkt te hebben.  Desondanks kijken we onze ogen uit in de grot die hier en daar over onverwachte kleurschakeringen beschikt en als grot gecreëerd door een lavastroom een heel ander beeld geeft dan een druipsteengrot.  Aan het einde van de wandeling staan we plots voor iets wat op een redelijke afgrond lijkt en ik verbaas me erover dat hier geen balustrade staat.  We worden gevraagd door de gids om allemaal op een rijtje te gaan staan waarna hij vervolgens een steen geeft aan een toeriste met de vraag deze in de “afgrond” te gooien.  Net wanneer ik denk dat dit gaat zorgen voor behoorlijk wat lawaai horen we allemaal een korte plons.  Wanneer de grot terug iets meer verlicht wordt, blijkt er helemaal geen afgrond te zijn maar wel een poeltje water van nog geen twintig centimeter diep.  De illusie die wordt gecreëerd door het licht dat weerspiegelt wordt door de rotsen en het water levert dus een mooi schouwspel op.
Onszelf nog steeds afvragend hoe het komt dat we niet eerder doorhadden dat er geen afgrond was, rijden we verder naar het uitkijkpunt Mirador del Rio waar we genieten van het prachtige uitzicht over de oceaan en het eiland La Graciosa.
Hoewel we ons vandaag tussen veel toeristen begeven hebben bij een bezoek aan deze trekpleisters is het vooral de toeriste van ’s avonds die het meest bij blijft.  Wanneer zowel mijn reisgenote als ik ons bordje tijdens het avondeten nog even gaan bijvullen en ik terug naar onze tafel gaan wil gaan, schijn ik deze niet direct terug te vinden.  Ik speur naar een tafel waar enkel drank op staat en merk ineens niet alleen mijn spullen op maar ook een dame die heeft plaatsgenomen op de stoel van mijn reisgenoot.  Wanneer ik mijn bordje neerzet, schrikt ze zich een hoedje en realiseert ze zich dat de tafel waaraan ze zit nog steeds bezit is.  Mijn nieuwe tafelgenoot excuseert zich meermaals om daarna naarstig op zoek te gaan naar een tafeltje dat nog niet bezet is.

Woensdag is een spannende dag voor mij want er zal weer gewandeld worden en deze keer weet ik op voorhand hoe de klim er ongeveer zal uitzien, hoe lang het zal duren,…maar het is vooral de vraag of ik er wel zal geraken.  We rijden met de auto naar de wandelparkeerplaats in Mancha Blanca en gaan op weg naar de vulkaankrater Caldera Blanca.  Mijn voeten willen terug mee (de verzorging heeft zijn werk gedaan) en ik heb mezelf voorgenomen dat ik echt de rand van de krater wil bereiken…al moet het kruipend.  Het eerste deel van de wandeling verloopt tussen het ruwe lavagesteente dat de warmte lijkt te weerkaatsen en over een pad met losliggende keien wat heel de tijd voor een evenwichtsoefening zorgt.  Eens dit pad achter de rug is, wacht ons nog de klim naar de vulkaankrater zelf.  Het eerste stukje bergop valt niet mee door de hitte maar eens we de heuvel bereiken langs waar het laatste paadje loopt, zie ik het doel voor ogen.  Met een laatste krachtinspanning banen we ons een weg langs het paadje en even later staan we, met open mond, voor de vulkaankrater met een doorsnede van bijna 1 kilometer.  Ik zoek mezelf een steen uit aan de rand van de krater en geniet met volle teugen van het uitzicht van de krater voor mij.  Ik besluit dat het voor mij hier goed geweest is en wacht vanop mijn steen op mijn reisgenoot die de klim naar aanvat naar de bovenkant van de krater om zo verder helemaal langs de kraterrand terug naar beneden te komen.  Ik geniet van de enorme stilte in gezelschap van een salamandertje en de tabaksplant die naast mij zachtjes wiegt wanneer er eindelijk eens een klein briesje langs komt.
Wanneer mijn reisgenoot de hele kraterrand heeft bedwongen volgen we de weg terug naar beneden en lopen we terug langs het pad met keien door het lavaveld naar de parkeerplaats om vervolgens in het dorpje verderop in een cafeetje te genieten van een frisdrankje en een aflevering van het Spaanse “Rad van Fortuin”.
Tijdens de terugrit kies ik ervoor om ook de busrit in het National Park nog te doen terwijl mijn reisgenoot te voet verder stapt richting de dromedarissen waar ik hem nadien terug zal oppikken.  Wanneer ik mijn toegangsticket heb betaald en ik aankom op de parkeerplaats word ik meteen omringt door enkele parkeerwachters die blijkbaar niet gewend zijn dat een vrouw alleen met een huurauto naar boven komt gereden.  Ze wijzen mij direct de weg, zeggen welke bus ik moet nemen en even later vertrekken we voor een busrit door een adembenemend en ongelofelijk spectaculair landschap.  De zon en de reflectie op de ruiten van de bus zijn mij gunstig gezind waardoor ik meerdere foto’s kan nemen van het ongeziene landschap dat zich ontvouwt.  En wanneer ik nadien bij het uitstappen ook nog getuige ben van de metershoge geiser die omhoog spuit door de hitte die zich nog steeds onder de grond bevindt en dit enkel en alleen door een emmertje water in een buis te gieten, kan mijn dag helemaal niet meer stuk !
Ook mijn reisgenoot heeft nog genoten van zijn wandeling en leeft zich nadien uit met het nemen van foto’s van het hotel en vooral van de vele…cactussen !!

’s Anderdaags staan we voor de tweede keer bij de zoutvlakten van Janubio en vanop het uitkijkpunt hebben we een prachtig uitzicht over de kleurige zoutpannetjes.  Hoewel de aanblik ervan echt niet te missen is, willen we de zoutpannetjes ook wel van dichterbij bekijken en hopen we ertussen te kunnen wandelen.  Volgens de poetsvrouw die naarstig aan het werk is bij het uitkijkpunt kunnen we even verderop door de poort naar beneden rijden.  We wachten geduldig tot het zoutwinkeltje opent maar krijgen dan te horen dat de pannetjes niet te bezoeken zijn en dus nemen we genoegen met een kilo zout voor een halve euro.
Vervolgens neemt mijn reisgenoot de kaart van Lanzarote erbij en rijden we naar de wijnstreek La Geria waar we ons tegoed doen aan een paar glaasjes wijn terwijl we verwonderd kijken naar de zwarte heuvels rondom ons die bedekt zijn met halve maantjes van lavasteen waarbinnen de druifjes alle kansen krijgen om te groeien in het zwarte gruis.  Hoewel we onderweg een viertal keer halt houden bij een grote bodega waar toeristen met bussen worden afgeleverd, kiezen we ervoor om een klein zandpaadje in te rijden en een pijl met “vino” erop te volgen.  Het brengt ons bij een kleine bodega op 300 meter van de hoofdbaan met een spectaculair uitzicht op de vuurbergen…een uitzicht dat de toeristen in de grote bodega’s hebben moeten missen bij het proeven van hun wijn.
De dag brengt ons nog verder naar Puerto del Carmen en het haventje van Playa Blanca alvorens we gedurende anderhalf uur nabij de Punta de Pechiguera genieten van een onvoorstelbaar mooie zonsondergang.

Voor mijn reisgenoot is op vrijdag weer een wandeldag aangebroken en de bergen rond Femés moeten eraan geloven.  Ondertussen rijd ik verder naar Tahiche om er een bezoek te brengen aan de Fundacion César Manrique.  Het huis, gebouwd op een veld van lava, is prachtig ingedeeld en ook het museum is beslist de moeite waard.
Een tip op facebook raadde mij echter ook een bezoek aan LagOmar aan en ik besluit de negen kilometer tussen de Fundacion en LagOmar te overbruggen.  Het is mij tot op heden nog steeds niet duidelijk waarom over dit museum zo weinig terug te vinden is als je informatie opzoekt over Lanzarote.  Deze villa/museum is in een spierwitte kleur in verschillende lagen gebouwd tegen een steile klif en was ooit voor enkele dagen het bezit van Omar Sharif tot hij het vergokte.  Het bouwwerk is een verborgen pareltje in Lanzarote en het is een ware zoektocht langs gangen en trappen en tunnels om het hele huis te bezoeken.  Een bezoek aan LagOmar zou bij niemand die houdt van architectuur mogen ontbreken op het lijstje !

De laatste dag van onze week in Lanzarote brengen we door op het plaatselijke marktje bij de haven waar we tussen enkele wolken door genieten van de warmte van de zon om vervolgens met lange broek en trui terug te keren en het warme Lanzarote te verruilen voor het koude België met in het achterhoofd dat ik mezelf in een verre toekomst op het eiland wel eens een keertje enkele weken zie “overwinteren”.

…Lanzarote…
…eiland van verschroeide aarde, ruw gesteente, beukende golven, gestolde lavastromen…
…eiland van prachtige bouwwerken en heerlijke wijn…
…eiland van ongezien spectaculaire landschappen…
…eiland met plaatsen waar complete stilte heerst…
…eiland…één met de natuur…
…u was onverwacht een zeer aangename plek om te vertoeven…