Skip to content

Reisverslag

Na een goede vlucht van een drietal uurtjes komen we op 24 juli 2017 aan in Bulgarije en na een erg degelijke douanecontrole en het spannend afwachten aan de bagageband zeulen we met onze koffers in de luchthaven van Varna richting het kantoor van Hertz.  Een stapeltje papierwerk later brengt een Bulgaarse jongeman ons naar een gloednieuwe Toyota Auris.  Wanneer de jongeman hoort dat we een behoorlijk aantal kilometers in het vooruitzicht hebben, ziet hij er plots behoorlijk bleker uit terwijl hij meerdere keren opmerkt “dat we toch erg voorzichtig moeten zijn want het is een spiksplinternieuwe auto”. Hij ziet ons dan ook met lede ogen vertrekken richting Sozopol.  De wegen in Bulgarije zorgen voor een trage vooruitgang maar wel eentje door een heerlijk landschap van groene velden, uitgestrekte bossen en zeeën van zonnebloemvelden hier en daar onderbroken door kranen, paard en kar, werktuigen…als stille getuigen van noeste arbeid.  De eerste kennismaking met de verkeersborden zorgen tevens voor een grote glimlach…verboden hier te rijden met paard en kar, oppassen voor overstekende eendjes !! Na een lange rit, enkele parkeerperikelen, een frisse duik, oefenen met een selfie-stick, verse vis en “Marina” van Rocco Granata dat gespeeld wordt op de piano van het plaatselijke restaurantje zijn we klaar voor onze rondreis door Bulgarije.

Na een heerlijk ontbijt vatten we op dinsdagochtend de wandeling aan richting Sozopol langs de kustlijn terwijl de golven van de Zwarte Zee naast ons tegen de rotsen beuken.  We wandelen eerst langs de straatjes waar de was vrolijk wapperend in de wind hangt te drogen alvorens uit te komen bij het haventje van Sozopol.  Hoewel het haventje er eerder verweerd uitziet, bulkt het van de charmes en een oude schipper die met handenarbeid zijn bootje repareert, zorgt ervoor dat bij zowel mijn reisgenote als ikzelf een vertederende blik verschijnt. Wanneer we in de haven een zijstraat inslaan, komen we in het oude stadscentrum terecht met zijn karakteristieke huizen, ontelbare kraampjes en prachtige kapellen met mooie iconen en muurschilderingen.
Na een hele voormiddag zwerven door de straatjes van het charmante stadscentrum van Sozopol brengt een wandeling langs de Zwarte Zee ons terug bij ons hotelletje waar we genieten van een frisse duik terwijl er tegelijkertijd een korte, malse regenbui over ons neerdaalt.  Bovendien zit de sfeer er helemaal in gezien mijn reisgenote het op een zingen heeft gezet.  Het woordje “Sozopol” doet haar blijkbaar denken aan een bekende melodie (tot op de dag van vandaag weet ze nog steeds niet dewelke) en dus moeten mijn trommelvliezen eraan geloven.  Ik moet er hartelijk om lachen maar of Sozopol er toeristisch gezien beter van zal worden is nog maar de vraag.  Mijn reisgenote maakt het ’s avonds nog bonter wanneer de heerlijke pannenkoek die bereid wordt aan één van de zovele kraampjes ervoor zorgt dat de choco die ertussen zit van haar kin druipt.  De gezellige drukte ’s avonds in het stadscentrum wordt opgeluisterd door een enkele donderslag, stevige bliksem, een forse regenbui en een ruwe zee.  Wanneer de wind de donkere wolken helemaal heeft doen verdwijnen, worden we als afsluiter op het strand van Sozopol getrakteerd op een mooi potje vuurwerk.

De volgende ochtend zorg ik ervoor dat mijn reisgenote haar dorst niet gelest krijgt doordat ik haar halve tas koffie zomaar laat weg kieperen. Wanneer de ober vraagt of de tas weg mag, knik ik zeer overtuigd “neen” waarmee ik eigenlijk in het Bulgaars het tegenovergestelde zeg en hopla…daar gaat de tas koffie. Wanneer ik erin geslaagd ben de drank bij te houden en terwijl ik het knikken onder de knie probeer te krijgen, vertrekken we naar Nessebar voor een bezoek aan dit stukje Werelderfgoed.  Aangekomen op de weg naar dit kleine schiereiland worden we geconfronteerd met een Italiaanse spierbundel die een fotosessie houdt in bloot bovenlijf.  Een “ciao bella’s” valt ons te beurt wanneer hij in ware macho-stijl verder wandelt en zowel mijn reisgenote als ikzelf proberen een lachsalvo te onderdrukken.
In de oude stad is het na de stadspoort gezellig kuieren door de straten.  Nessebar bulkt van de bezienswaardigheden en is een aaneenschakeling van oude kerkgebouwen.  De twee meest bezienswaardige zijn echter de Sint Stephans-kerk die een veelheid aan prachtige fresco’s huisvest en het exterieur van de Pantocrator-kerk waar geen enkele gids voorbij wandelt zonder de toeristen te wijzen op de swastika’s die te vinden zijn op de buitenmuren van de kerk.  Ook wij gaan ernaar op zoek met in het achterhoofd dat de tekens op de kerk destijds niet de betekenis hadden die ze later in de geschiedenis kregen.
Wanneer we Nessebar achter ons laten, houden we op de terugweg naar Sozopol nog halt bij “In love with the wind”.  Walt Disney lijkt hier de Efteling te ontmoeten en het lijkt alsof we van de parking rechtstreeks binnen stappen in de wereld van de sprookjestaferelen.  Hoewel het kasteel binnen niet te bezichtigen is, zorgt de buitenkant alleen al voor een sprookjesachtige sfeer.  Dit kasteel, ontsproten aan iemands fantasie en gelegen tussen de velden, trakteert op hoge torentjes en feeërieke tuinen, op bloemenweelde en romantische bruggetjes, op draken verwerkt in hekken en op fonteinen en stenen kikkers die vol overgave door mijn reisgenote en ik worden gekust maar vooralsnog niets hebben opgeleverd.  Een bezoek aan dit kasteel is zeker de moeite waard.
De wereld buiten het kasteeldomein brengt ons terug bij het ruisen van de zee, een Bulgaars stoofpotje en het vooruitzicht om morgen verder te trekken…het Bulgaarse binnenland in.

Die tocht naar het Bulgaarse binnenland begint met een knap staaltje manoeuvreren van mijn reisgenote met onze huurauto en eens ze ons kan bevrijden uit de piepkleine parkeerplaats neem ik het stuur over wanneer we richting Plovdiv rijden.  De rit gebeurt onder een dik pak wolken, een heleboel stortbuien en bliksemflitsen die kilometerslange zonnebloemvelden verlichten.  Aangekomen in ons hotel neemt mijn reisgenote stiekem foto’s van mijn gevecht met mijn koffer (foto’s die ze ’s avonds triomfantelijk toont) gezien ik erin geslaagd ben om het hele slot om zeep te helpen.  Mijn koffer sluit nog perfect, alleen is er brute kracht nodig om ze telkens terug open te krijgen.
In de namiddag besluiten we de oude stad van Plovdiv in te trekken en dwalend door de oude stadskern komen we uit bij het mooie Romeins theater.  Hoewel het er een bedrijvigheid is van jewelste en het “oude podium” in een nieuw en modern kleedje van felle kleuren wordt gestoken voor een concert, doet dit geen afbreuk aan het knappe staaltje architectuur van dit gebouw uit lang vervlogen tijden.  We lopen verder langs mooie orthodoxe kerken en kleurige huizen die een gezellige sfeer oproepen.  Achter deze kleurige gevels schuilen de 18de-eeuwse traditionele huizen die te bezichtigen zijn en die vaak zijn ingedeeld met een bijzonder oog voor symmetrie.  We besluiten een drietal van deze huizen te bezoeken en hoewel er in elke woning slechts enkele kamers te bezichtigen zijn, zijn deze beslist de moeite waard.
Na het zoeken van een bankautomaat (anders is het te voet naar het hotel) nemen we een taxi waarbij de chauffeur meteen vraagt of wij uit het Verenigd Koninkrijk komen.  We geven hem drie kansen om goed te gokken en maken hem er attent op dat hij zijn eerste gok al wel heeft verspeeld.  Zijn tweede poging is Zweden maar bij de derde poging gokt hij juist dankzij de overduidelijke tip “een klein landje dicht bij het Verenigd Koninkrijk”.  Op weg naar het hotel geeft hij uitleg wanneer we een bouwterrein passeren dat een zoo in wording is en even later wijst hij de gevangenis aan.  De zoo is nog leeg zegt hij, de gevangenis niet en hij laat een bulderlach horen als we zeggen dat wij toch het hotel verkiezen in plaats van de Bulgaarse gevangenis.
De avond gaan we in uitkijkend op het roeikanaal waar er menig Bulgaar zijn armspieren aan het werk zet. En ook met het vooruitzicht van een bezoek aan de natuurlijke boogbruggen en het eerste van de vier kloosters die we zullen bezoeken in Bulgarije.

Na heerlijk te zijn weggedommeld en geslapen te hebben in een bed dat het gevoel geeft te hebben gelegen op donzige wolkjes blijkt nog maar eens dat tafels afruimen een Bulgaarse nationale sport zou kunnen zijn.  Wanneer ik tijdens het ontbijt mijn tafeltje probeer te terug te vinden met als oriëntatiepunt mijn nog onaangeroerd glas appelsap ben ik helemaal het noorden kwijt bij het zien van alleen maar lege tafeltjes.  Weg is mijn glas appelsap en geen Bulgaar die eraan denkt dat ik wel de intentie had om mijn glas leeg te drinken…propere tafels zijn van de hoogste orde !
Na te zijn bekomen van mijn zoektocht naar ons ontbijttafeltje gaan we vanuit Plovdiv op weg naar de natuurlijke boogbruggen. De tocht brengt ons kilometers lang over kronkelige bergwegen waarbij mijn reisgenote manoeuvreren een nieuwe dimensie aanmeet en het hart soms een paar klopjes overslaat bij het zien van een tegenligger.  Onderweg spelen enkele Bulgaarse wegarbeiders ook voor verkeerslicht. De ene houdt een groen bordje vast en de andere een rood en in het midden heeft er eentje een bordje vast dat de “menselijke verkeerslichten” aan het einde van de wegenwerken regelt. De natuur om ons heen is spectaculair en het is kronkelen door oceanen van groen.  De rit, die mijn reisgenote benoemd als een beetje een safari zonder dieren, eindigt bij de natuurlijke boogbruggen…een pareltje van Bulgaarse natuur. Nabij de boogbruggen kopen we een drankje en de mevrouw van het drankenstalletje babbelt honderduit in het Bulgaars tegen ons.  Ze beseft perfect dat we haar niet begrijpen maar doet teken dat het nog een beetje koud is zo hoog in de bergen, wijst naar het zonnetje, lacht vriendelijk…en op één of andere manier lijkt ze toch tevreden met de blikken en de tekens die ze van ons krijgt.  Korte tijd later brengen twee stijgende paadjes ons bovenop de bruggen zodat we aan de ene kant uitkijken over de kleine boog en even later over de hele grote boogbrug.  Wanneer we even later de weg naar beneden nemen, komen we uit bij het klaterend riviertje dat door één van de bogen stroomt.  De korte tocht erheen is lastig door de kleine steile stukjes en het fijne zand en hoewel mijn reisgenote erin slaagt rechtopstaand tot beneden te sukkelen hou ik het al snel voor bekeken.  Na enkele minuten besluit ik mij op de grond te zetten en op mijn achterwerk verder bergafwaarts te schuiven…een effectieve methode want in geen tijd sta ik alweer naast mijn reisgenote.  En beiden staan we te kijken naar dit adembenemende stukje natuur en staan we als kleine mensjes nietig te wezen onder de grote natuurlijke boogbrug.  Het spreekt dus voor zich dat een bezoek aan de natuurlijke boogbruggen een absolute must is…zelfs de rit erheen !!
Nadien houden we halt bij het tweede grootste klooster van Bulgarije, het klooster van Bachkovo.  Een vriendelijke meneer op de parking probeert met veel gebaren duidelijk te maken dat het weinig parkeergeld dat we betalen recht geeft op parking zolang we maar parking nodig hebben.  Dat geeft ons meer dan tijd genoeg en dus maken een we eerst een tussenstop voor een korte lunch in één van de eetstalletjes waarbij de Bulgaarse dame ons probeert duidelijk te maken dat het hier gaat om self-service.  We willen met haar meelopen met onze rugzak maar ze gebaart dat we die niet hoeven mee te nemen.  Onze spulletjes mogen we gerust op de tafel laten staan…meer dan veilig genoeg…en dus wandelen we haar achterna waarna ze via aanwijzingen een duidelijk overzicht geeft van de mogelijke keuzes.  Nadien passeren we nog langs de “sausdame” die met een zodanige kracht met de flessen schudt dat ik hoop dat ze niet uit haar handen vliegen.
Het bezoek aan het klooster verloopt gelukkig een pak rustiger en stelt geenszins teleur.  De refter in het klooster is prachtig en de kerk bevat niet te missen fresco’s.  In de kerk schuifelt ook een oude priester rond die meermaals komt vragen aan mijn reisgenote waar we vandaan komen en even later laat een jongere priester ons weten dat het geen probleem is om foto’s te nemen in de prachtige kerk.  Het valt op hoe weinig mensen foto’s nemen hoe weinig mensen de tijd nemen om de kapel tot in detail te bekijken en zowel mijn reisgenote als ik vinden dat erg jammer gezien de ongelofelijke pracht van dit bouwwerk.
Bij het verlaten van het klooster is op de parking vlakbij de ingang een autowijding aan de gang die in niets te vergelijken is met de eenvoudige autowijding ins ons Belgische Scherpenheuvel.  Hier wordt gebeden, hier worden religieuze liederen gezongen, hier worden ook de bestuurders van de auto gezegend en het heilige water beroerd niet alleen de buitenkant van de auto maar ook het interieur van de auto, de koffer en zelfs de motorkap gaat open.  Het is een bijzonder tafereel maar wel eentje dat veel respect oproept.
Moe maar tevreden met de dag die achter ons ligt nemen we ’s avonds afscheid van Plovdiv bij de zingende en dansende fonteinen.  De muggen weten ons ineens in grote getale te vinden en de taxirit van de fonteinen terug naar het hotel verloopt alsof het een scène betreft uit één of andere race-film waarbij we meermaals de handen net niet voor de ogen slaan en we een zucht van opluchting slaken bij aankomst.

Nog steeds bekomend van de taxirit van de vorige avond genieten we van een ontbijt onder iets te luide Bulgaarse muziek.  Maar het maakt wel dat we meer dan voldoende wakker zijn om de tocht naar Bansko aan te vatten.  Deze tocht brengt ons een zeventigtal kilometer door het gebergte.  Kronkelende wegen, scherpe bochten, alle tinten en schakeringen van groen en prachtige uitzichten op de bergen volgen elkaar in sneltempo op.  Bij aankomst is het even zoeken naar het hotel maar een goede gok bij één van de kruispunten brengt ons snel in de goede richting en na het krijgen van een upgrade bij het inchecken trekken we onze wandelschoenen aan in de hoop nog een klein stukje van het Pirin National Park te ontdekken.  Hoezeer we er ook op verheugd zijn…de kleine teleurstelling volgt snel.  We rijden helemaal tot bovenaan de bergen niet beseffende dat de gondels naar boven vanuit het dorp vertrekken en eens we boven zijn beginnen de gondels aan hun laatste daling terug naar het dorp.  Een beetje ontredderd staan we wat rond te kijken zonder op die plek een korte wandelroute te vinden en dus zit er niets anders op dan naar het dorp terug te keren.  Het teleurstellende tochtje wordt desondanks nog enigszins gered door de blik die we kunnen werpen op één van de hoogste bergen van het Pirin National Park.  Eens terug in het dorp nemen we ons voor om morgen terug de wandelschoenen aan te trekken en in Melnik een korte wandeling te maken met een blik op de aardpiramiden die zich eveneens in het National Park bevinden.
In de late namiddag genieten we van een frisse duik en leggen we ons languit in de zon onder een heerlijke bries gevuld met gezonde berglucht, iets wat na een tocht van ongeveer 1.000 kilometer door Bulgarije deugd doet aan lijf en leden.

Aan de prachtige bergwegen en groene oceanen lijkt in Bulgarije geen einde te komen…een vaststelling die we moeten maken wanneer we ’s morgens van Bansko naar Melnik rijden.  En naast een rit door het prachtige berglandschap kunnen we ook een eerste blik werpen op de aardpiramiden al is het niet makkelijk om een uitkijkpunt te vinden waar je er ook degelijke foto’s van kan nemen.  Het is dus voluit op de rem gaan wanneer we eindelijk langs de weg een open plekje vinden om te kunnen parkeren.  Na de fotostop is het verder slingeren over de wegen en langs de aardpiramiden tot aan het klooster van Rozhen waarbij de helling plots zo steil is dat mijn reisgenote de auto even terug achteruit laat bollen om vervolgens voluit gas te geven om de parking van het klooster te kunnen bereiken.  Hoewel het klooster van Rozhen veel kleiner is dan het klooster van Bachkovo beschikt het eveneens over prachtige fresco’s en de kleine binnenkoer met een dak van groen geeft het klooster een gezellige toets.
Zeven kilometer verderop ligt het dorpje Melnik dat verkeert in een heerlijke zondagse roes maar ook zucht onder de hitte die tussen de aardpiramiden over het dorp heen hangt.  Ondanks de hoge temperatuur wandelen we naar één van de hoogste en bekendste huizen van het dorp waar een dame ons in het Bulgaars te woord staat en ons een Bulgaarse inleiding geeft over de woonst die we gaan bezoeken: huis Kordopulova.  Tot onze grote opluchting beschikt het museum binnen over Engelstalige infoborden en vinden we heerlijke verkoeling in het oude gangenstelsel van de wijnkelders.  Uiteraard laten we ons verleiden tot een proeverij waarna we tot de vaststelling komen dat Bulgaarse rode wijn van een uitzonderlijke goede kwaliteit is en prompt kopen we een fles die we meezeulen tot we terug aan de Zwarte Zee-kust zijn beland.

Aan het begin van onze tweede week in Bulgarije laten we de gezonde berglucht achter ons en zetten we koers richting de hoofdstad waarbij we onderweg een bezoek brengen aan het klooster van Rila…voor een bezoek aan dit klooster zijn de verwachtingen hooggespannen en er is bij mij een lichte nervositeit aanwezig omwille van de bagage in de koffer van de auto terwijl mijn reisgenote de kalmte zelve blijft.  Mijn reisgenote parkeert de auto aan het klooster en merkt een auto op waarbij de rook onophoudelijk uit de motorkap komt en vervolgens ziet ze verderop een rood busje dat door een twintigtal mensen de parking wordt opgeduwd.  En ik…ik drentel wat rond om de bagage kwijt te geraken.  Hoewel de parkeerwachter me verzekerd dat hij een hele dag aanwezig is op de parking lijkt het me toch geen goed idee om de bagage zichtbaar voor iedereen achter te laten in de auto.  Vlakbij de parking merk ik een klein winkeltje op en wanneer ik daar binnenstap zie ik tot mijn grote vreugde een deur met daarop “luggage room”.  De vrouw achter de toonbank spreekt enkel Bulgaars maar na een rondje hints kunnen we voor één euro onze bagage achter slot en grendel achter laten en kunnen we zonder zorgen beginnen aan een bezoek aan het klooster.
Wanneer we door de toegangspoort stappen en één blik op het kloostercomplex werpen, wordt reeds elke verwachting ingelost de we van Rila hadden en beseffen we dat dit een bezienswaardigheid buiten categorie is waarvan we ten volle kunnen genieten gezien de rust die er in de voormiddag nog heerst.  Het complex is een prachtig bouwwerk, de fresco’s zijn van een onnavolgbare schoonheid, het kleurenspel dat zich toont is magnifiek.  In de kerk krijgen we een groen en een bordeaux rokje aangemeten (onze lange broeken waren we vergeten) en we steken wat kaarsjes aan…eenvoudige wensen fluisterend.  We bezoeken in het complex eveneens de oude keuken waar de reuzegrote lepels in het oog springen en de bijzondere keukenschouw, we bezoeken de iconengalerij en vooral het museum waar het Raphaëlkruis een must is om te zien.  Wanneer we 2,5 uur onze ogen uitgekeken hebben op dit prachtige klooster staan we voor een gesloten deur bij het winkeltje waarin onze bagage zich bevindt maar binnen is het licht nog aan en dus wachten we geduldig af.  Na een tiental minuutjes wachten komt de meneer van het postkaartenwinkeltje rustig aangewandeld met de sleutel en bij het zien van onze bagage gniffelt hij erop los en probeert hij duidelijk te maken dat we wel hele grote koffers bij hebben.
Aangekomen in Sofia is het een beetje manoeuvreren in de kleine straatjes maar de beloning wacht op het hoofdkussen van ons volgende bed in de vorm van een vierkant chocolaatje als welkomstgeschenkje. Nagenietend van de zoete smaak van de chocola gaan we nog even op stap in de hoofdstad met een stadsplan dat mijn reisgenote gelukkig veel beter kan interpreteren dan ik.  We genieten nog even van de gezellige sfeer ’s avonds in de stad…en van de warmte die steeds nadrukkelijker en meer plakkerig aanwezig lijkt te zijn in Bulgarije.

De ochtend begint met een ontbijt waarbij we niet weten waar eerst of laatst te beginnen, laat staan wat te kiezen maar eens dat achter de rug is trekken we de hoofdstad in.  Mijn reisgenote neemt het nieuwe stadsplan (het eerste heeft ze de vorige avond al per ongeluk kapot gescheurd) en we vertrekken voor onze grote tocht door Sofia langs universiteit, bibliotheek, theater, moskee en vooral kerken.  Wie goed kan rondstappen en zijn bezoek aan Sofia op voorhand goed voorbereid, kan erin slagen op één dag tijd veel te zien in de stad.  Zelf beginnen we bij de Nevski-kathedraal waar we toestemming moeten kopen om te mogen fotograferen.  Uiteraard doen we dit en hoewel alle controleurs niet ver van elkaar staan in dezelfde ruimte worden we drie keer vriendelijk aangesproken om deze toestemming te laten zien.  Na het mooie interieur van de kathedraal stappen we links naast de inkom een deurtje in…weliswaar voor de tweede keer want de eerste keer werden we erop gewezen dat de iconengalerij pas open gaat om 10 u.  Een meneer die zijn werk erg secuur uitvoert, bergt onze rugzakken op waarna we op de voet gevolgd worden door een werkneemster van het museum terwijl we de prachtige iconen bekijken.
Na een korte wandeling door de warmte bezoeken we de basiliek van Sint Sofia waar vooral een bezoek aan het museum onder de basiliek de moeite waard is.  Het is wandelen tussen de oude restanten en de paar overgebleven mozaïeken die prachtig zijn om te zien.  Tot onze grote verbazing zien we tussen de oude restanten plots een oudere man van broek wisselen.  Hij trekt zijn lange broek plots uit om deze te wisselen voor een short.  Zowel mijn reisgenote als ik weten even niet goed wat te denken wanneer de man tot onze opluchting over de balustrade kruipt en op zijn tippen tussen de mozaïeken begint te lopen tot hij een plaatsje vindt om verder aan de restauratie ervan te werken.
Onze tocht brengt ons verder langs de bibliotheek, de universiteit en het theater en na en broodnodige drankpauze breien we een vervolg aan onze wandeling langs de vele kerken in Sofia.  In de Russische kerk lopen vele Bulgaren in en uit en velen van hen zetten zich ook aan het “wenstafeltje”, pennen hun wensen en verzuchtingen neer en steken deze in de “postbus”.  Ook wij wachten geduldig onze beurt af, schrijven vervolgens onze wensen op en posten ze in de hoop dat er enig gehoor aan wordt gegeven. Even verderop in de kerk doet de priester op dat moment zijn werk en besluiten we om de kerkdienst even bij te wonen.  Wanneer de priester echter met de wijding begint en het wijwater door heel de kerk wordt gezwierd, is het al te laat voor mijn reisgenote en voor mezelf.  De wijwaterkwast zwiept rakelings langs onze gezichten en het wijwater vliegt ons om de oren.  Een beetje beduusd verlaten we de kerk met het idee dat het nu alvast nergens meer kan misgaan tijdens onze reis.
De Sveta Nedelya-kathedraal met de kleurige fresco’s is onze volgende halte en nadien trekken we onze schoenen uit, bedekken we onze hoofden en onze benen om een bezoek te brengen tussen de biddende mensen aan de kleine moskee even verderop.
Hoewel we al meer dan voldoende kerken hebben bezocht in Sofia willen we toch nog graag een bezoek brengen aan een kerkje dat een tiental kilometer buiten het centrum van Sofia gelegen is.  De taxirit ernaartoe is een gedenkwaardige.  De dame in kwestie rijdt met de taxi alsof ze in een Formule 1-wagen zit.  Ze wringt de taxi door de stad en scheurt vervolgens de weg op richting het kerkje van Bojana. Wanneer we voor een rood licht staan, staat er plots een knalgele sportwagen naast de taxi en de chauffeur daarvan heeft het duidelijk begrepen op mijn reisgenote.  Hij draait de volumeknop van zijn radio steevast hoger en hoger en haalt zijn gsm boven om mijn reisgenote te vereeuwigen op zijn toestel.  Ze neemt die taak ter harte en gaat op de foto.  Bij aankomst bij het kerkje van Bojana blijkt dat het de taxirit meer dan waard is geweest en een bezoek aan dit kerkje is een absolute aanrader voor wie prachtige, oude fresco’s wilt bewonderen.
De rit terug naar Sofia verloopt voor het eerst op een rustige manier met een chauffeur die rijdt op een manier die wij als “normaal” ervaren.  Hij vertelt over zichzelf, schrikt van de route die we tijdens deze reis doen, vindt Stella Artois lekker en heeft geleerd van ons dat Heiniken voor Belgen geen bier is, vertelt over de lekkere gerechten in Bulgarije, probeert wat te vertellen over de problemen die in Bulgarije worden ervaren…en hij zet ons veilig en wel af bij ons hotel.
Wijzelf hebben Sofia ervaren als een stad die beschikt over heel wat moois.  Voor wie interesse heeft in architectuur, graag kerken en musea bezoekt is Sofia een fijne plek om te bezoeken.  Wie graag shopt en graag geniet van gezellige terrasjes en heerlijke restaurantjes zal in Sofia ook gegarandeerd zijn gading vinden.  Hoe dan ook lijkt Sofia ons een stad in opmars te zijn en eentje dat er zeker en vast in zal slagen om zichzelf op de kaart te zetten.
Hoe dan ook vertrekken wij uit Sofia met een knaller want om stipt middernacht spring ik uit bed omwille van een hels lawaai en blijkt er een tiental minuten aan een stuk een prachtig vuurwerk te zijn dat wordt afgestoken vanop de stoep vlak naast een auto.  Er is geen levende ziel te bekennen op diezelfde stoep en ook niemand staat naar het vuurwerk te kijken…met uitzondering van twee toeristen aan het raam van hun hotelkamer.

Met uitzondering van een korte pauze wanneer mijn reisgenote de zonnebloemvelden induikt voor een fotosessie, brengt een rit van drie uurtjes ons naar Veliko Tarnovo waar we wel ons hotel vinden maar niet hun parking.  Terwijl mijn reisgenote het hotel in spurt voor hulp klopt er ineens iemand op de autoruit.  En wanneer ik deze naar beneden schuif, kijk ik ineens in twee heldere en vrolijke ogen.  Een Bulgaarse man geeft een hele uitleg over het parkeerbeleid in de straten en doet de woorden “wielklem”, “blauwe parkeerzone” en “parkeergeld” bijzonder interessant klinken.  Ondertussen heeft mijn reisgenote met behulp van het hotel helaas parking gevonden en moet ik de autoruit terug sluiten.
Ondanks de warmte die elke dag een extra tandje lijkt bij te steken, besluiten we in de namiddag de Tsarevets-heuvel nog te bezoeken, een klimmetje dat vooral door de hitte loodzwaar aanvoelt en dat maakt dat we boven bij het kerkgebouw eerst moeten bekomen alvorens we kunnen binnen gaan.  Eens binnen schrikken we bij het zien van de fresco’s die helemaal anders zijn dan wat we hadden verwacht.  De muurtekeningen zijn erg mooi maar door de kleuren die zijn gebruikt en de strakkere lijnen zijn de tekeningen veel moderner maar komen ze ook wat meer luguber over.  De tocht naar beneden tussen de ruïnes van het vroegere burchtcomplex verloopt onder een welgekomen lichte bries die het klimmetje naar het hotel iets draaglijker maakt en ook de jacuzzi draagt bij tot het versoepelen van de vermoeide spieren.

Na het ontbijt met uitzicht op de prachtige vallei staat een laatste tripje in het binnenland op het programma.  Bij de tombe van Kazanlak besluiten we eerst een terrasje te doen en wanneer er een gebrek aan wisselgeld is bij het betalen van de rekening schiet iedereen er meteen in actie.  We zien een meneer met een geldbriefje tot drie keer toe een andere kant opgaan tot hij bij iemand wisselgeld heeft gevonden. Wanneer de rekening is vereffend en we even later de trappen beklimmen richting de tombe komen we net binnen voor een groep Spaanse toeristen waarbij er eentje zich al in de tombe heeft gezet en zodoende de ingang ervan blokkeert voor ons.  Mijn reisgenote en ik wachten geduldig af tot een andere Spaanse toeriste uit de groep er genoeg van heeft en haar groepsgenoot er attent op maakt uit de weg te gaan voor ons…iets wat duidelijk niet geapprecieerd wordt door de dame in kwestie…maar ze maakt zich toch maar uit de voeten.  Hoewel de tombe super klein is en een replica is van het origineel vinden wij het toch iets bijzonders en de tekeningen en taferelen die getoond worden in de fresco’s zijn echt magnifiek. Ondertussen maak ik foto’s in de tombe en heb ik niet door dat de hele groep Spaanse toeristen dit keer op mij wachten om plaats te maken…ze zijn zeer dankbaar denk ik als ik eindelijk beslis dat ik voldoende foto’s heb genomen.
Het is vervolgens anderhalf uurtje rijden naar het klooster van Troyan.  Een verplaatsing die we toch maken en waarvan we na een bezoek aan het klooster absoluut geen spijt hebben.  Ook in Troyan vinden we een gezellig klooster met een veelheid aan prachtige fresco’s en een vriendelijke pastoor die ons welkom heet als we klaar staan om terug te vertrekken.
Bij aankomst in ons hotel blijkt dat er geen parkeerplaatsen meer over zijn voor ons op de straat maar er is nog altijd de parkeergarage die we kunnen bereiken door met de auto de lift te nemen.  Mijn reisgenote en ik denken even het verkeerd begrepen te hebben maar voor we het weten rijden we een poort in, plots schuiven er vier “muren” rond de auto en voor we door hebben wat er gaat gebeuren heeft de hotelbediende het knopje ingedrukt en gaat de lift naar beneden richting de ondergrondse parkeergarage. Niet veel later schuiven “de muren” weer open en kunnen we onze auto ondergronds parkeren.
Nog steeds verbaasd over de “autolift” maken we ons klaar voor het vertrek naar onze laatste halte van onze rondreis…terug naar de zee met nog vier kleine bezoeken in het vooruitzicht maar vooral ook voor wat welverdiende rust.

Tijdens de rit naar Varna valt onze blik vaak op de temperatuurmeter in de auto en die doet niet veel goeds vermoeden.  Bulgarije begint stilaan te kreunen onder de hitte en dus vinden we dat het tijd is om een dagje verkoeling in te lassen.  We zoeken ons een plaatsje op het strand en duiken een paar keer de Zwarte Zee in…af en toe met een grimas wanneer zeewier en krabbetjes aan onze benen kriebelen.  Rond 17 u ontstaat er plots wat commotie op het strand en mijn reisgenote slaakt een gilletje wanneer iemand aan haar voeten kriebelt en alles ineens in een stroomversnelling terecht komt.  Stoelen worden verhuurd tot  17 u en dus is het tijd vinden de Bulgaren om iedereen van zijn stoel te zwieren…figuurlijk en soms ook letterlijk en dus nestelen we ons na 17 u nog even in het zand alvorens te genieten van de gezellige drukte in Varna met zijn vele boekenkraampjes en straatoptredens.

Zaterdagochtend vertrekken we, gezien de hitte die alleen maar erger lijkt te worden, zo vroeg mogelijk naar Madara om een blik te werpen op de “Ruiter van Madara”.  Bij het beklimmen van de ongeveer 150 trappen komen we een Brits echtpaar tegen waarvan de vrouw de indruk geeft de eindmeet niet te zullen halen.  Ik moedig haar wat aan waarna ze vraagt waar ik vandaan kom.  Het antwoord bevalt haar redelijk zegt ze want mijn land ligt nog binnen Europa en met een verbaasde blik probeer ik de trappen te overwinnen waar ons een mooi uitzicht wacht op één van de bekendste bezienswaardigheden van Bulgarije.
Nadien houden we halt bij het “Stenen woud” dat bijzonder is omdat het enig is in zijn soort en dit bij een temperatuur die stilaan boven de veertig graden gaat.  De open vlakte en het witte zand maakt van het tochtje door het “Stenen woud” een beproeving.  Tijdens het stappen lijkt de hitte door de zolen van mijn wandelschoenen te dringen en mijn reisgenote heeft het vermoeden dat haar schoenzolen stilaan bol beginnen te staan van de hitte.  Na een tochtje van ongeveer drie kwartier door het woud houden we het voor bekeken en merken we bij terugkomst in Varna dat zelfs het strand niet overvol ligt.  Wij trekken hoopvol naar het publieke zwembad aan de overkant van de straat en na een Bulgaarse uitleg over de werking van het zwembad en de lockers zijn we klaar voor een frisse duik…tot één van de redders ons erop wijst dat een badmuts verplicht is.  En daar staan we dan…zonder badmuts…tot een andere redder die zich in het Engels kan behelpen ons uit de nood helpt en ons een badmuts leent uit de voorraad.  Even later springen we vol overgave het koele water in…er volstrekt belachelijk uitziend met een badmuts…om vervolgens het ene baantje na het andere te trekken.
En daarna gaat eindelijk de fles wijn open die we kochten in Melnik.

Tijdens onze laatste dag in Bulgarije brengen we nog een bezoek aan het Paleis van Balchik en de bijbehorende erg mooie Botanische Tuin terwijl we de indruk hebben dat alle hitte-records aan diggelen gaan.  En we hopen op een zachte zeebries wanneer we, voor we aan de inpak van onze bagage beginnen, nog halt houden bij de prachtige kliffen van Kaliakra.  Maar dat is tevergeefs. De kliffen zijn een erg mooi stukje natuur en de ruïnes die her en der verspreid liggen, geven blijk van een lang en glorieus verleden nabij de zee.  We genieten van een lunch in het “restaurantje in de rotsen” terwijl ik met mijn zakdoek mijn gezicht maar blijf deppen en mijn reisgenote steevast met de “waaier” aan de slag gaat…maar niets lijkt te helpen tegen de almaar stijgende temperaturen in het land dat we na veertien mooie dagen achter ons laten…

…rijdend langs wegen en velden…
…door zeeën van geel en oceanen van groen…
…langs moderne steden en dorpen met paard en kar…
…langs kerken en kloosters…
…door valleien van tombes en koninginnen der steden…
…door berg en dal, door woud en langs zee…
…door hittegolf en zeldzame regenbui…
…gastvrij, hartelijk en charmant…
…Bulgarije…land van fresco’s,
je wordt een warm hart toegedragen en je was een
onverwacht aangename plek om te vertoeven…