Skip to content

Reisverslag

Op zaterdag 17 september en slechts enkele weken na een boeiend Sloveens avontuur sta ik ’s avonds op Brussels Airport klaar voor de avondvlucht naar Malta. Een bestemming die mijn reisgenote en ik uiteindelijk gekozen hebben na heel wat omzwervingen (we wilden naar Wenen, naar Krakau, naar overal,…en toen werd het Malta). Bij aankomst in het hotel, na een rit in het pikkedonker langs de linkerkant van de rijweg, leggen we meteen ons “reisschema” klaar voor de volgende dagen. We zullen zeven dagen in dit kleine landje verblijven en willen elke dag zo veel mogelijk genieten van al wat Malta te bieden heeft.

Wanneer de wekker op zondagochtend afgaat en de gordijnen open schuiven, ontvouwt de baai van Sliema zich voor ons, badend in het zonlicht. Na een verkwikkende douche stappen we door de kleine straatjes richting het hoofdgebouw van ons hotel om ons tegoed te doen aan een heerlijk ontbijt waarna we voor het eerst de bus nemen op Malta. Iets wat op zich ook al een hele belevenis blijkt te zijn. De bussen zitten het merendeel van de tijd stampvol en voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst, voel ik me als een sardientje in een blikje. Bij de overstap op de volgende bus blijkt de chauffeur niet over voldoende wisselgeld te beschikken en word ik meerdere keren met veel aandrang verzocht om op zoek te gaan naar muntjes die ik uiteindelijk ook vind in mijn rugzak na een moeilijke evenwichtsoefening te hebben gedaan op een rijdende bus. Eens ik daarvan ben bekomen stappen mijn reisgenote en ik af aan een halte die niet de juiste blijkt te zijn en zijn we acht kilometer verwijderd van de tempels van Hagar Qim en Mnajdra die we willen bezoeken. Het is, in een ondertussen behoorlijk opgewarmd Malta, een uur wachten op de volgende bus. Daar denkt mijn reisgenote echter anders over en resoluut steekt ze de straat over, zet ze zich op een bankje tussen drie heren en knoopt ze een gesprek aan in het Engels…een taal die jong en oud naast het Arabisch klinkende Maltees behoorlijk vlot spreekt. Nog geen vijf minuten later is ze erin geslaagd om een taxirit te versieren al onderhandelt  ze nog even verder over de prijs. Uiteindelijk slaagt ze erin om een prijs van 10 euro af te spreken en zegt de man op het bankje dat hij verderop even moet gaan vragen of dat kan. Een kwartiertje later stopt er voor het bankje een joekel van een Mercedes en doet de man vriendelijk teken dat we mogen instappen. Er is op of in de auto niets te bespeuren dat maar enigszins in de buurt komt van een taxibedrijf en dus vermoeden we dat de vrouw des huizes toestemming heeft gegeven om de auto even te gebruiken voor toeristische doeleinden om een centje bij te verdienen. Mijn reisgenote en ik laten ons vervolgens naar de tempels rijden in een zwarte Mercedes met camel kleurige lederen zetels en een welkome dosis airco en worden keurig afgezet aan de ingang. Wat volgt is een bezoek aan de prachtige overblijfselen van deze twee tempels. Hoewel er niet veel rest van deze tempels is er voldoende informatie voorhanden om de gebouwen “mentaal terug in mekaar te puzzelen” en vervolgens te beseffen hoe fenomenaal prachtig de tempels duizenden jaren geleden moeten geweest zijn. Ook de kleine wandeling tussen de twee tempels is mooi in al zijn eenvoud…een stenen padje met zicht op Filfla, een landschap dat de Arabische indrukken alleen maar versterkt, de oneindigheid van de zee. De kleine wandeling terug naar boven is echter een kuitenbijter en doet ons belanden op het terrasje nabij de opgravingen waar we even verkoeling zoeken alvorens een volgende bus te nemen die ons naar Wied iz-Zurrieq zal brengen. Deze busrit verloopt iets vlotter dan onze eerste kennismaking met het openbare vervoer en door het ontbreken van wisselgeld laat de buschauffeur ons gratis meerijden. We stappen uit aan de wachttoren nabij de zee en volgen de stroom toeristen naar de baai beneden waar de kleurige bootjes al meteen in het oog springen en even later zijn we in een klein vissersbootje op weg naar de Blue Grotto waar het bootje uiteindelijk slechts een paar minuten door vaart. Die paar minuten zijn echter ruim voldoende om verstelt te staan van het kleurenspel dat zich in het water van de grot laat zien. Het schouwspel herhaalt  zich tijdens het boottochtje nog enkele keren bij het varen langs andere grotten en op een gegeven moment is het water zo helderblauw dat ik me oprecht afvraag of onze ogen ons niet bedriegen. Wanneer we bij aankomst in de baai terug uit het bootje worden geholpen door de oudere man die op de kade staat te wachten, merk ik meteen dat hij nogal geïnteresseerd is in mijn reisgenote en voor ik het goed en wel besef gaat hij met haar aan de haal. Ik neem her en der nog wat foto’s en wacht geduldig tot ze terug is. Vijf minuten later worden we herenigd en besluit ik haar toch maar te helpen om van deze wel zeer vriendelijke man af te geraken. De busrit terug verloopt vlotter dan verwacht wat niet kan gezegd worden van de korte wandeling van de bushalte naar ons hotel. De kleine en volgens ons logische aangelegde straatjes blijken niet zo logisch te zijn en na een half uur zoeken besluit ik in het hoofdgebouw van het hotel tot mijn grote schaamte te gaan vragen waar ons gebouw ligt. Het schaamtegevoel ebt een klein beetje weg wanneer duidelijk wordt dat we lang niet de enigen zijn die na dag één hun hotelkamer niet meer vinden maar verdubbelt terug als blijkt dat we telkens onze zoektocht staakten op vijftig meter “van de deur”. Na dag één zijn we gedurende de hele vakantie niet meer vergeten waar “de deur” zich bevond.

’s Anderdaags staat een bezoek aan de hoofdstad op het programma en om te beginnen lopen we al meteen de verkeerde richting uit waardoor we terecht komen in Floriana en de Maglio Gardens waar we een prachtig beeld vinden van een geknielde ridder. Hij wijst ons de weg richting de Tritonfontein en de stadspoort en eens we die zijn doorgewandeld kunnen we volop proeven van de aangename en charmante sfeer van Valletta. En nog nooit, in geen enkele stad, heb ik zo het gevoel gehad letterlijk rond te lopen in de geschiedenis. We beginnen onze wandeling bij het parlement en de drukke maar gezellige straatjes brengen ons tot bij de St John’s co-Cathedral waarvan we verwachten dat het een top bezienswaardigheid zal zijn. Dat onze verwachtingen worden ingelost in deze kathedraal zou een understatement zijn. Van zodra we een voet in dit gebouw zetten zijn zowel mijn reisgenote als ik compleet sprakeloos en de pracht van het interieur doet ons duizelen en het is niet meer of minder dan adembenemend ! We nemen ruimschoots de tijd in deze kathedraal alvorens we verder wandelen tot aan het Grand Master’s Palace waarvan de State Rooms helaas gesloten zijn maar we genieten van de prachtige en uitgebreide collectie van het wapenarsenaal. De verkoeling die dit gebouw ons geeft, staat in schril contrast met de hitte die in de straatjes van Valletta hangt en ons naar een terrasje drijft waar ik met volle teugen wil genieten van een bananen-milkshake. Ik krijg al spijt van mijn bestelling na de eerste slok waarbij ik vooral kaneel proef in plaats van banaan en mijn reisgenote vervolgens haar dorst kan lessen met twee milkshakes. Wanneer ze hiermee klaar is besluit ze nog even een kledingwissel door te voeren en gaat ze haar lange broek vervangen door een short. Eentje die ze moeilijk toe krijgt zegt ze wanneer ze terug aan ons tafeltje komt. Ik wijs er haar fijntjes op dat je de rits van een short meestal makkelijker toe krijgt als je de short niet binnenstebuiten aan hebt en zonder iets te zeggen spurt ze terug naar de toiletten om zich te fatsoeneren. Vervolgens kunnen we terug gaan dwalen door de straten van Valletta. Ze voeren ons richting de zee en langs het heel klein museumpje “The Knights Hospitallers” waar we toch maar besluiten een inkomticket te kopen. Geen foute beslissing want hoewel het een heel klein museum is, geeft het op een aangename manier informatie over de activiteiten van de Hospitaalridders en kunnen we een blik werpen op de cellen en kerkers van vroeger. Op een boogscheut van dit museumpje ligt het fort St Elmo waar ik eindelijk een koene ridder vindt die helaas te zwaar en te groot blijkt te zijn om mee naar België te nemen. Het National War Museum dat gehuisvest is in het fort is bijzonder de moeite waard. De tentoonstellingsruimten zijn met veel zorg ingericht en er is een route aangelegd die je door heel het museum brengt zodat je geen enkele zaal overslaat en waarbij je letterlijk en figuurlijk door de geschiedenis van Malta wandelt. Ook de uitzichten vanaf het fort zijn bijzonder mooi. Van aan het fort wandelen we langs het Siege Bell War Memorial op weg naar de lift die ons naar de Upper Barracca Gardens zal brengen en waardoor we een heel aantal trappen kunnen vermijden. Voor het nemen van de lift krijgt mijn reisgenote net geen hartaanval wanneer het kanon van de erebatterij zijn schot lost om 16u. Een klein detail uit de reisgids dat ik bij het naderen van de tuinen even vergeten ben ter sprake te brengen. De tuin biedt ons schaduwrijke plekjes met heerlijke uitzichten en hoewel we een uurtje later nog steeds volop zitten te genieten, maken we toch alweer plannen voor de rest van de avond. Na een fantastisch dagje Valletta willen we ’s avonds nog met de boot door de Grand Harbour varen. We besluiten eerst onze honger te stillen en gaan op zoek naar een restaurantje in Valletta wat volgens mijn reisgenote het best te bereiken is door eerst terug met de lift naar beneden te gaan. Mij lijkt dat een minder goed idee en mijn reisgenote komt eveneens tot die conclusie wanneer ze pas een half uur en ongeveer 100 trappen later terug de hoofdstraat van Valletta bereikt. Bij het vallen van de avond slenteren we over de boulevard van Sliema op zoek naar de boot voor de Grand Harbour havenrondvaart en wanneer het pikdonker is kunnen we ons een goed plekje uitzoeken op de boot. Anderhalf uur lang varen we langs de prachtig verlichte gebouwen van de haven, Valletta, de drie steden, de forten, de boot die klaar ligt om vluchtelingen op zee te redden…en varen we tot twee keer toe een tweetal kilometer op “open zee” die ondanks het prachtige weer van overdag zo woelig is dat geen mens nog vooraan mag rechtstaan op de boot. De golven spatten de hoogte in, de boot deint over metershoge golven en een enkele toerist maakt zich ongerust wanneer we plots varend over de woelige zee de enorme klap van metaal op metaal horen. Zij worden meteen gerustgesteld door een bemanningslid…geen paniek, er hing ergens even een staafje los. Bij het binnenvaren van de baai keert de rust weer en bereiden wij ons voor op de volgende dag en een bezoek aan de “Three Cities”.

Dat bezoek begint in Birgu bij het Paleis van de Inquisiteur waar mijn reisgenote en ik bijna onder de voet worden gelopen door een groep Nederlands waarvan er eentje mij bijna tot drie keer toe verwond met haar fototoestel. Verstandig als we zijn laten we de groep alvast beginnen aan hun rondleiding en wachten wij geduldig af tot ze een kamer verder zijn om ook op ontdekking te kunnen gaan in dit paleis waarin ook een Folkloremuseum te vinden is met kerststalletjes van over de hele wereld. In de tuin van het paleis staat er ons een verrassing te wachten wanneer een malse regenbui plots gedurende tien minuten alles verfrist. Wanneer de regenbui voorbij is lopen we door de gezellige straatjes van Birgu langs het fort St Angelo en komen uiteindelijk terecht op de plaats waar het Freedom Monument zou moeten staan….maar ik kan het niet vinden. Ik besluit een man aan de haven aan te spreken en zeg hem dat ik nabij zijn bootje wel een monument zie staan maar dat dit staat op een plaats die niet overeenkomt met mijn plannetje. Hij gooit zijn armen in de lucht en zegt op een toon die niets te wensen overlaat “dat heb je nou altijd met die politici, ze denken dat ze een fantastisch stadsplan hebben laten tekenen en dan zetten ze hun eigen monumenten op een verkeerde plaats op het plan, het is ook altijd wat met hen”. Vervolgens neemt hij me bij mijn schouder en zegt hij mij dat ik bij het juiste monument sta. Hij vraagt ook waar ik vandaan kom en wanneer ik “België” zeg, flapt hij er meteen uit “dat ik dan wel zal snappen wat hij bedoelt met die politici” en hij lijkt oprecht blij wanneer ik instemmend knik, met mijn ogen draai en herhaal “dat het ook altijd wat is met hen”. Gezien hij bij de bootjes staat vraag ik hem of we kunnen overgevaren worden naar Senglea aan de andere kant van het water en voor we het goed en wel beseffen worden mijn reisgenote en ik op charmante wijze in het bootje geholpen, uitgewuifd en overgevaren naar Senglea waar we genieten van de uitzichten over de haven, de zee, de vele boten en de gezellige en kleurrijke huisjes en straten. Even verderop wandelen we over de brug Bormla binnen en worden we verrast door de plaatselijke schlager-muziek die met veel volume uit één van de cafeetjes schalt en trakteren we onszelf op een heerlijk ijsje. De tijd in de “Three Cities” lijkt trager voorbij te tikken dan op andere plaatsen in Malta en dus hebben we nog voldoende tijd over om een ander uitstapje uit te kiezen en we beslissen meteen om de bustrip naar Marsaxlokk nog aan te vatten. De aanblik van de honingkleurige huisjes en de charmante baai van Marsaxlokk zijn een streling voor het oog en ook hier kunnen we niet laten om één van de felgekleurde bootjes in te stappen met aan het roer een kwieke zeventiger die helemaal opleeft als hij tijdens het boottochtje door de haven de ene anekdote na de andere kan vertellen. Wanneer het boottochtje erop zit, verwijst hij ons graag door naar zijn huisje aan de overkant van de straat dat hij versierd heeft met schelpen en de boodschap “I love Malta”. We moeten er zeker een foto van nemen zegt hij. Zo gezegd zo gedaan maar dat is buiten de vrouw des huizes gerekend die er overduidelijk niet om kan lachen dat manlief weer toeristen naar z’n huisje heeft verwezen. Ik leg haar vriendelijk uit dat de man van de boot ons naar hier heeft gestuurd en we zeker geen foto nemen van haar maar dat we naar het mooie huisje komen kijken. Veel helpt het niet en al mokkend gaat ze drie meter verderop op een bankje zitten terwijl de man van de boot maar teken blijft doen dat we een foto moeten nemen. De avond sluiten we af in een gezellig restaurantje met zicht op de baai waar we genieten van onwezenlijk lekker klaargemaakte vis en waar we bovendien met de regelmaat van de klok worden gestoord door een koppel Limburgers die hun halve leven uit de doeken doen omdat we toevallig ook Nederlands spreken.

Na een drietal dagen te hebben genoten van tempels, steegjes en stadjes staat vandaag de natuur voorop en in de voormiddag vatten we de boottocht aan naar Comino. De boottocht tussen Malta en Comino alleen is al de moeite waard maar bereid in niets voor op de aanblik van de “Blue Lagoon”. Het heldere water, het kleurenpalet groen en blauw, de kleurschakeringen tussen de rotsen, het dorre en ruwe maar evenzeer adembenemende landschap van dit kleine eilandje zijn een parel van de natuur. De boot legt aan in Comino en mijn reisgenote en ik wagen ons aan een klein klimmetje over een pad en tussen de rotsen in de hoop een klein plekje te vinden waar we kunnen zwemmen. Het is mij een raadsel hoe andere mensen beneden en terug boven geraken maar wij besluiten ons er niet aan te wagen en het kleine strandje verderop is te klein om al de toeristen een plaats te kunnen bieden. En dus besluiten we terug te gaan richting de boot en van daaruit een plons te nemen in de zee…althans mijn reisgenote neemt een plons. Ik wil het risico niet nemen om niet terug in de boot te geraken aangezien er geen trapje is en ook mijn reisgenote zou beter moeten weten na vroegere ervaringen maar er is geen houden aan. Mevrouw wil en zal zwemmen in de zee en een kwartiertje later vraag ik me af hoe het mogelijk is dat we weer op hetzelfde punt zijn beland als enkele jaren geleden…mevrouw geraakt niet terug in de boot want en dus komen er weer een paar sterke mannenarmen aan te pas die het “probleem” moeten verhelpen. Terwijl mijn reisgenote besluit te gaan zonnen op de boot vertrek ik voor een wandelingetje over het eiland. De hitte van de zon is haast ondraaglijk en het briesje dat ik voel na een korte klim is heerlijk. Vanop een hoger gelegen punt zie ik de boot die ons naar Comino bracht vertrekken om even verderop op het eiland Gozo mensen op te pikken en dan terug te keren maar ik ken mijn reisgenote lang en goed genoeg om te weten welke scène zich op dat moment op de boot afspeelt. Wanneer ik stilletjes aan terug wandel naar de aanlegplaats van de boot wordt mijn reisgenote na wat te zijn ingedommeld wakker om tot de vaststelling te komen dat ze vaart. En dus ziet ze geen andere oplossing dan als enige overgebleven passagier de bar van de boot in te rennen en te roepen dat haar vriendin op het eiland is achtergebleven tot grote hilariteit van de bemanningsleden die haar geruststellen dat de boot ook wel van Gozo terug naar Comino zal varen. Ik hou me ondertussen bezig met het vinden van een plaatsje tussen de rotsen waar ik kan zitten en mijn benen in de zee kan laten bengelen. Het is een half uur zoeken, klimmen, klauteren, nadenken over welke voet waar te zetten tot ik een ideaal plekje vind en dit vlakbij de aanlegplaats van de boot. Ik nestel me neer, maak het me gemakkelijk, zwiep mijn benen in het water en laat vervolgens het water van de zee zijn rustgevende werk doen. Een uurtje later varen we terug naar Malta waar ik de volgende dag per ongeluk mijn reisgenote vergeet met dank aan (of door schuld van) een Maltese jongeman.

De dag begint met een bezoek aan de overblijfselen van de tempel van Tarxien, waar we de tijd nemen om op zoek te gaan naar de afdrukken van dieren in de stenen, ons de ogen uitkijken op de vele spiraalvormige reliëfs die nog resten en we bovendien zelf geamuseerd raken door het feit dat een groepje schoolgaande jeugd zich geen houding weet te geven als hun gids nog maar het woord “vruchtbaarheidsgodin” uitspreekt. In schril contrast met de overblijfselen van de tempel van Tarxien is de weelde en rijkdom van het paleis van Naxxar dat we in de namiddag bezoeken. Hoewel de buitenkant van het “paleis” erg eenvoudig is, is het erg chique en weelderig ingericht en bij een bezoek aan de tuinen slaat de twijfel even toe om verder te gaan gezien we regelrecht door de chique gedekte tafels moeten stappen waaraan nog chiquere mensen zitten te dineren. Klaarblijkelijk hoort een bezoek van toeristen aan de tuinen er gewoon bij want echt opvallen schijnen we niet te doen. Des te meer opvallen doen we als we na een bezoek aan het paleis de bus proberen te zoeken die we moeten nemen richting de Dingli Cliffs. Ik denk ze gevonden te hebben maar mijn reisgenote heeft andere informatie gekregen en zwaait mij van ver toe. Wanneer ik terug bij haar ben en de bustabellen nakijk, blijkt de bushalte waaraan ik 500 meter verder stond wel de juiste te zijn. Op dat moment echter verschijnt er plots een erg hulpvaardige jongeman (type Maltese Brad Pitt) die zich mengt in het gesprek en zich bereid toont ons naar de juiste bushalte te brengen. Ik heb enkele momenten nodig om mijn Engelse woorden in de juiste volgorde te krijgen en leg dan rustig uit dat ik de weg naar de juiste bushalte wel weet maar gezien hij ook die richting uit moet wandelen is de zaak vlug beklonken. Onderweg naar de bushalte ontspint zich een fijn gesprek over Malta, waar ik vandaan kom, wat ik al gezien heb,… tot de jongeman in kwestie zich plots luidop afvraagt of we niet met twee waren aan de bushalte. Luttele seconden later hoor ik mezelf stomweg zeggen “oh pardon, ik ben mijn reisgenote vergeten” en op dat moment hoop ik dat mijn wangen voor één keer meewerken en de rode kleur achterwege blijft. Wanneer ik me omdraai zie ik mijn reisgenote op een rustig tempo aangewandeld komen en roept ze van ver “dat ze het wel snapt en ik maar moet verder stappen” en moet genieten van dit “moment de gloire”. Na afscheid van de jongeman staan we vervolgens meer dan een uur te wachten tot de bus aankomt die ons naar Rabat zal brengen. Daar vraag ik aan een oudere man hoe we tot aan de Dingli Cliffs geraken en samen met ons wacht hij op de bus, stapt hij vervolgens mee op en verzekerd hij ons dat hij ons op de juiste plaats zal helpen afstappen. Hij houdt woord waardoor we een half uurtje later in alle rust en stilte kunnen genieten van het prachtige uitzicht dat zich ontvouwt over de zee vanop de Dingli Cliffs en wanneer het spektakel van de zonsondergang begint, lijkt alles rondom ons stil te vallen en bevinden we ons op een plek waar tijd niet lijkt te bestaan. Wanneer de zonsondergang zich bijna volledig voltrokken heeft nabij de Cliffs nemen wij de bus terug naar Valletta waar we ons eindelijk wagen aan één van de culinaire toppers van Malta (stoofpotje van konijn) en vervolgens ontdekken dat de regen heel plaatselijk met bakken uit de hemel kan gutsen. De hoger gelegen straten veranderen in kleine riviertjes waarvan het water naar beneden stroomt richting de hoofdstraat die in geen tijd helemaal blank staat. De planten en gewassen in Malta die al een hele periode snakken naar een druppeltje water beleven een prachtige avond.

Op vrijdagochtend wagen we ons toch voor één keer aan een taxi om ons naar de ferry in Cirkewwa te brengen veertig kilometer verderop. Van daaruit varen we op 25 minuten naar het eiland Gozo waar het stukje natuur wacht waar ik al naar uitkijk sinds de dag dat we onze vliegtuigtickets naar Malta boekten. We nemen de hop-on-hop-off-bus en stappen uit aan het Azuren Venster en hoewel ik wist dat ik dit het allermooiste zou vinden van wat ik te zien zou krijgen op Malta overvalt de schoonheid van dit stukje natuur mij op een manier die ik nooit had verwacht en voor ik het goed en wel besef sta ik tranen weg te knipperen en een brok in mijn keel weg te slikken. Ook mijn reisgenote is opvallend stil en wanneer ik haar vragend aankijk zegt ze stilletjes “ik krijg zelfs niks meer gezegd, zie nu toch hoe mooi”. We nemen veel te veel foto’s dan normaal is van het Azuren Venster en zoeken nadien stilzwijgend een plekje op om ons neer te zetten en voelen dat we hier zelfs een hele dag lang zouden kunnen zitten…niet meer dan dat. Een poosje later wandel ik naar boven langs een kort en steil klimmetje om nog dichter bij het Azuren Venster te komen en ik geraak meer en meer onder de indruk van wat simpelweg een rots is waarbij het water eeuwenlang het gesteente heeft uitgesleten. Wanneer ik terug bij mijn reisgenote ben proberen we onze blik los te scheuren van de rots en gaan we op weg naar de tempels van Ggantija waarvan vooral het bezoekerscentrum de moeite waard is. Het nemen van de bus op Gozo neemt veel tijd in beslag maar we vinden het nog te vroeg om de boot terug naar Malta te nemen en zodoende besluiten we nogmaals mee verder te rijden naar een gezellig pleintje nabij Victoria en vervolgens de toer rond het hele eiland uit te zitten. Wanneer de bus stopt aan de ferry vraagt de chauffeur ons waarom we niet uitstappen en na wat uitleg mogen we blijven zitten tot hij terug vertrekt. Vervolgens vindt hij het geweldig als we opmerken dat het mooi is om te zien hoe hij de duiven voert langs de waterkant alvorens terug op weg te gaan met de bus. Wanneer we de hoofdstraat richting het pleintje in draaien hoor ik de buschauffeur ineens roepen dat ik naar beneden moet komen in de bus. Ik vraag me af wat er mis is maar als ik bij hem aankom vraagt hij me waar ik nu juist naartoe wil. Ik leg hem uit dat ik een gezellig pleintje heb gezien waar we lekkere chocoladetaart konden eten. Dat pleintje ligt een stukje van de bushalte en hij doet teken dat we wel een stukje bergop moeten stappen. Net wanneer ik hem uitleg dat dit geen probleem is en we dit wel weten doet hij teken dat ik even opzij moet gaan staan. Hij stopt vervolgens aan de bushalte, doet de deuren open, zegt tegen de mensen dat ze maar een half uur later een volgende bus moeten nemen, doet vervolgens de deuren vlak voor hun neus terug dicht en zet ons een halve kilometer verder af vlak voor het pleintje. Hij kijkt geamuseerd naar onze verbaasde gezichten en lacht fijntjes wanneer mijn reisgenote en ik hem meermaals bedanken. Na een heerlijk stukje chocoladetaart laten we ons met de bus nog een keertje rondrijden over het hele eiland waarbij we genieten van het zicht op de zee, het landschap, en het schrift op de verkeersborden … het herinnert ons keer op keer aan Arabische pracht. De boottocht terug naar Malta en de bustocht naar Valletta verloopt voornamelijk in stilte…en dat allemaal doordat een opening in een rots een paar uur later een herinnering is die we in ons geheugen proberen te griffen.

Tijdens onze laatste dag op Malta brengen we nog een bezoek aan de stad Mdina en lijken we, van zodra we de stadspoort zijn binnengewandeld, terecht te zijn gekomen in een andere wereld….een wereld van de alom vertegenwoordigde prachtige Arabische invloeden, van smalle steegjes, kleurige accenten, oude lantaarns, prachtige uitzichten, kerken en musea, stille pleintjes en nog stillere straatjes,… Ver van ons verwijderd torent dezelfde ommuurde stad Mdina uit boven het landschap wanneer wij in Crafts Village staan. Een plaatsje in Malta waar toeristen met bussen tegelijk worden afgezet om zich tegoed te doen aan souvenirs. Ook wij gaan een kijkje nemen en hoewel ik zelden tot nooit een souvenirtje koop kan ik het nu niet laten. Naast een paar kerstengeltjes neem ik mee wat ik overal in de eerste de beste Belgische stad in een souvenirwinkel kan kopen…maar ik wil het per sé in uit Malta meegenomen hebben…en nu staan er op mijn kast twee riddertjes van de Orde van Malta…het zwaard in de aanslag.

Naast de gewone stress die een vlucht voor mij al met zich meebrengt doet het weer in Malta er op zondag nog een schepje bovenop. Donkere wolken stapelen zich hoger en hoger op, de regen valt met bakken uit de lucht en om het helemaal compleet te maken valt er af en toe nog een heuse donderslag te bespeuren tot zelfs een half uur voor vertrek. De nervositeit valt overduidelijk van mijn gezicht af te lezen en zonder het goed te beseffen zit ik weer de hele tijd met mijn handen te friemelen wat de passagier er naast mij toe beweegt om de vraag te stellen “wat is er…klamme pootjes” ? Ik leg zo kort als ik kan uit dat vertrekken voor mij het lastigste is waarna ze zich afvraagt “en schrik hebben…denk je dat het gaat helpen als het zover is” ? Het is weinigen gegeven om met slechts een paar nuchtere zinnen mijn stress-niveau op een vliegtuig naar beneden te krijgen…maar toegegeven…ze heeft het !! Het friemelen stopt nog steeds niet en het stress-niveau is nog steeds niet gedaald naar nul maar ze is er in geslaagd om het alleszins een paar cijfers te doen zakken. Gedurende de vlucht slaan we af en toe een praatje en merkt ze op dat ze dacht dat ik niet echt blij was toen ik zag dat ik naast haar moest komen zitten. Non-verbale communicatie onder controle houden is nooit mijn sterkste kant geweest en ik leg voor de zekerheid toch maar uit dat dit niets met haar te maken had maar wel alles met de ijzeren vogel waar we inzitten. Even later vraagt ze me of ik graag lees en wanneer ik hierop bevestigend antwoord, doet ze mij het boekje cadeau dat ze uitgelezen heeft tijdens de vlucht (Stukken van mensen van Bob Mendes). En ik smelt helemaal weg ! Ik vraag haar of ze iets wil doen voor mij (alsof vliegtherapie nog niet voldoende was) en vraag haar om de datum en een boodschapje in het boekje te schrijven. Zonder vragende of verraste blik neemt ze een pen ter hand en schrijft ze de datum, haar naam en “graag gegeven” in het boekje. En ik weet niet of ze beseft dat ik het type mens ben dat van zo’n kleine dingen heel blij kan worden. Wanneer we Brussel naderen besluit ik voor één keertje toch maar eens reclame te maken voor mijn blogje en vertel ik haar dat ik over haar een stukje zal schrijven in mijn reisverslag. Bij deze krijgt ze de primeur om als eerste onbekende maar aangename medepassagier op de vlucht Malta – Brussel een reisverslag op de blog af te sluiten.

…een dwergstaat in de Middellandse Zee…
…geschiedenis uitademend door elke weg, elke steen, elk dorp, elke stad…
…smeltkroes van vele culturen…
…de geest van de Ridders nog ronddwalend…
…zon, zee, dorre landschappen, hoge kliffen, vensters die woorden ontnemen…
…dat er mensen zijn die nog graag geven…
…en  Malta dat ons al het bovenstaande een hele week lang gegeven heeft…