Skip to content

Reisverslag

Op 9 juli 2016 gaat de wekker af om 4 uur en wanneer mijn reisgenote en ik na heel wat gepuzzel met bagage en kofferruimte een uurtje later de lange rit naar Slovenië aanvatten, wordt die na vijf minuten al meteen met vertraging ingezet omwille van mijn allereerste alcoholcontrole ooit.  Ik voel een stress-lachbui opkomen die ik krampachtig probeer te onderdrukken en kan even later met blijdschap vaststellen dat ik gelukkig over voldoende longinhoud beschik om het apparaat zijn werk te laten doen.  Meteen na de “safe” eis ik mijn beloning op en ik hang de sleutelhanger meteen aan het ringetje van mijn autosleutel…iets wat mijn reisgenote pas halverwege de reis opmerkt.  De eerste vierhonderd kilometer verlopen vlotjes maar wat er nadien volgt is doffe ellende.  De pechstrook is bezaaid met dampende motorkappen, naast ons staat een auto waar het water uit lekt, we zien her en der kleine ongelukjes en wij rijden van de ene file naar de andere.  Het is puffen en blazen, stukjes doorrijden en veel langere stukken stilstaan, het is zoeken naar een radiozender die voor de nodige pret kan zorgen,…en uiteindelijk komen we na een rit van 18 uur aan in Maribor…met nog drie kwartier op de klok alvorens de incheckbalie wordt afgesloten.

Na een deugddoende nachtrust en een verkwikkend ontbijt maken we een wandeling door het kleine centrum van Maribor.  Het is zondag, de straatjes liggen er rustig bij en de zon schijnt volop.  We wandelen langs het stadsmuseum, langs een paar gezellige pleintjes en stappen vervolgens naar de rivier waarlangs we de twee torens vinden en de oudste wijnrank ter wereld.  Gezien de zon wel erg haar best doet, besluiten we na onze wandeling aan de waterkant te genieten van een terrasje.  Daar worden we aangesproken door de vader van het gezin achter ons die tot zijn verbazing vaststelt dat ook wij Nederlands spreken.  Hij legt uit dat ze op doorreis zijn richting Macedonië voor een familiebezoek en dat ze nadien ook Kroatië en Bosnië nog zullen bezoeken.  Ook onze vakantieplannen komen ruimschoots aan bod en hij vraagt hoeveel vakantie wij hebben in de zomer.  Dat wedstrijdje ben ik op voorhand al verloren en wanneer mijn reisgenote haar vakantie toelicht, zegt de man met een grote grijns… “ah, wat heeft u een luxe als leerkracht”.  Ik heb een stiekem vermoeden dat hij zijn flater net op tijd inziet en wanneer hij hoort in welke sector we beiden werkzaam zijn, gaat hij helemaal overstag.  Iedereen wenst elkaar nog een fijne reis toe en ze vervolgen hun weg naar Macedonië terwijl wij onze tocht verderzetten richting Celje, waar we ons blijkbaar een viersterrenhotel hebben geboekt…iets wat we aan de prijs niet hadden kunnen afleiden.
Gezien de zon in Slovenië echt een uitslover blijkt te zijn, houden we eerst een siësta alvorens terug in de auto te stappen om het kasteel van Brezice te bezoeken.  Het is een eindje rijden en onze reisgidsen geven tegenstrijdige informatie, dus vragen we eerst aan de receptioniste van het hotel om de openingsuren even na te kijken.  Ze neemt haar job bijzonder ter harte en leert ons niet alleen Brezice deftig uit te spreken maar pleegt meerdere telefoontjes en dubbelcheckt alles om ons de juiste informatie te kunnen geven.  Na haar fiat vertrekken we richting Brezice voor een bezoek aan het stadskasteel.  Het dorpje ligt er op een zondag helemaal verlaten bij en het Italiaanse restaurantje is het enige wat een teken van leven geeft.  De parking is helemaal leeg en na wat zoekwerk met munten geeft de pizzakoerier een teken dat er op zondag niet moet betaald worden voor een parkeerplaats.  Gezien het kasteel er eveneens verlaten bij ligt, gaan we eerst een kijkje nemen maar de deur staat open ter verwelkoming en het kasteel blijkt zelfs open te zijn tot 20 u.  Tijd genoeg om eerst nog wat verkoeling te zoeken op het terras van het restaurantje alvorens het kasteel te bezoeken.  Het is even zoeken naar de kassa in het museum maar eens we die hindernis hebben genomen, komen we terecht in mooie tentoonstellingsruimtes die ons leiden langs oude tradities, kunstwerken en een ruimte gewijd aan de tweede wereldoorlog.  In deze ruimte ontdekt mijn reisgenote een nis met daarin een stoeltje, naaigerei en stof.  Hartjes worden uit de rode stof geknipt, er wordt een boodschap opgeschreven en vervolgens wordt het hartje op de witte reep stof vastgenaaid.  Zonder woorden en na één blik op elkaar te hebben gericht gaan we aan de slag met naald en draad en naaien we ons hartje vast aan de reep stof.  Vervolgens komen we terecht in de ongelofelijk prachtige Grote Zaal, het pronkstuk van het kasteel, waarvan elke centimeter beschilderd is met taferelen en figuren en we kijken allebei onze ogen uit te midden van dit stukje “grandeur”.  Anderhalf uur later staan we terug in de verlaten straat en zowel mijn reisgenote als ik vrezen dat het kasteel van Brezice wel eens een verborgen pareltje zou kunnen zijn…zo eentje dat misschien veel te weinig bezoekers trekt.

’s Anderdaags brengen we na het ontbijt een bezoek aan het kasteel van Ptuj al duurt het even eer we geparkeerd geraken.  Het helpt niet dat ik tot drie keer toe het straatje om naar de parking te rijden compleet mis en dus telkens terug een toertje door het smalle stadscentrum van Ptuj moet rijden.  Om het kasteel te bereiken krijgen we een zeer steile klim voor de kiezen maar de beloning volgt al snel wanneer we boven staan en het uitzicht over de omgeving zien.  En bovendien stellen we vast dat dit kasteel ook erg goed bewaard is gebleven.  Het eerste wat we te zien krijgen, en meteen ook het meest bekende in het kasteel, is de zaal met de Kurenti.  Een hele zaal vol “beesten” staart ons aan en mijn reisgenote heeft het schitterende idee om ook op de foto te gaan staan met ogen die alle kanten lijken op te gaan en de tong uit de mond.  Het is geen gezicht maar grappig is het wel.  Wanneer we onze tocht door het kasteel verder zetten komen we doorheen zalen met prachtige portretten en wandtapijten, een balzaal,…en telkens wordt de deur voor ons opengedaan door de vrouwen die in de loden hitte de toeristen de weg wijzen doorheen het kasteel.  De zaal met de collectie muziekinstrumenten zorgt voor “de vrolijke noot” en we zijn net twee kleine kinderen die om de beurt op de topjes willen duwen zodat de klanken van het betreffende muziekinstrument door de ruimte schalt.  Ik vermoed dat, terwijl mijn reisgenote en ik binnen waren in deze ruimte, andere toeristen moeten hebben gedacht dat er een concert gegeven werd in het kasteel gezien we volgens mij niet één knopje hebben gemist.  Wanneer we naar ons aanvoelen voldoende muziek hebben gemaakt, leidt een dame ons nog naar de ridderzaal alvorens we de steile afdaling richting de parking aanvatten.  Het kasteel van Ptuj is een goedbewaarde en bezienswaardige topper onder de kastelen in Slovenië.
Tijdens de terugrit merkt mijn reisgenote een oude kasteelruïne op wanneer we Celje naderen en uiteraard gaan we dat van dichtbij bekijken. De hitte in Slovenië lijkt echter bijna ondraaglijk en het doet deugd om zelfs maar even binnen aan de kassa te staan van het stadskasteel van Celje. Tussen de ruïnes van het kasteel wordt alles in gereedheid gebracht voor een concert terwijl wij genieten van de verre uitzichten en de overblijfselen van het kasteel die er wel op wijzen dat deze plaats vroeger een machtig bouwwerk moet zijn geweest.  We merken een houten trap op die langs de overgebleven muren loopt en die naar de toren leidt en besluiten langs de trap naar boven te gaan.  Dat blijkt geen meevaller te zijn.  De trap is erg stevig maar het hout kraakt bij elke stap, hier en daar ligt een plank wat losser en bij het naar boven gaan kan je tussen de treden door een fantastische blik werpen op het gapende gat dat eronder ligt.  Na een paar trappen bereiken we de toren waar een stevige, niet krakende, ijzeren trap ons naar de top brengt en we niet alleen kunnen genieten van het uitzicht over de bergen en de rivier maar ook van het beetje wind dat we er kunnen voelen.
Wanneer we ’s avonds na een gezellig etentje en een wandeling langs de straatjes, pleintjes en winkels terugkomen in ons hotel wordt ons aangeraden onze auto te verzetten gezien we net buiten de gereserveerde strook staan geparkeerd en we kunnen onze auto parkeren op de afgesloten parking van het hotel.  De hotelbediende geeft ons de keuze.  Of we rijden hem achterna terwijl hij een andere auto naar daar brengt of ik geef hem mijn autosleutel en mijn auto wordt voor mij geparkeerd.  Helaas moet de hotelbediende in het stof bijten en even later rij ik zelf de hotelparking op.  Daar kan mijn auto nog een nachtje blijven voor we de volgende dag op weg gaan naar Ljubljana.

De dag begint met een knap staaltje onhandigheid wanneer ik tijdens het ontbijt de roomkaas naast mijn bord schep in plaats van erop en ik niet anders durf dan met een servetje zelf de vloer op te kuisen in de hoop dat niemand dit stukje drama heeft aanschouwd wat ijdele hoop is gezien mijn reisgenote vlak naast mij staat aan het ontbijtbuffet.  En wanneer het vervolgens een kwartier duurt eer de hotelbediende doorheeft dat hij de poort van de parking moet openen om ons eruit te laten, vrees ik even dat de dag weinig goeds zal voortbrengen.  De korte rit naar Ljubljana verloopt echter bijzonder vlot en zodoende komen we ook een pak vroeger dan voorzien aan in ons hotelletje en hebben we de kleurrijke en gezellige sfeer van de stad al opgemerkt.  Terwijl onze kamer in orde wordt gemaakt, besluiten mijn reisgenote en ik er al met onze rugzak op uit te trekken en beginnen we aan een wandeling in het centrum van Ljubljana. Het valt ons meteen op hoe mooi onderhouden en kleurrijk alles er is en tegelijkertijd merken we tijdens onze wandeling dat het centrum ook erg klein is.  We nemen ruim voldoende de tijd om de bezienswaardigheden te bezoeken en omen na een aantal uurtjes Ljubljana tot de conclusie dat we al bijna alle bezienswaardigheden in Ljubljana die op ons lijstje stonden hebben bezocht ! En dus is er op onze eerste dag daar nog wat tijd over voor extraatjes: we eten in een koffiehuisje een stukje veganistische taart, we gaan op zoek naar de mooie gevel van de Coöperatieve Bank, ondertussen kijken we onze ogen uit naar de old-timers die vertrekken aan de Drievoudige Brug voor de wedstrijd “From Peking to Paris”, we kopen een bakje aardbeien op de markt dat we even snel weggooien dan dat we het hebben gekocht omdat de aardbeien hun beste tijd al een paar dagen achter de rug hebben en lopen meermaals onder de sproeiertjes die “regen” verspreiden op het Preserenplein in de hoop toch iets van verkoeling te vinden.  Na wat gepuzzel in de hotelkamer met de koffers nemen we plaats in één van de gezellige restaurantjes naast de oever van de rivier waar de ober een bijzonder gepassioneerde uitleg geeft over de wijn die we bestellen en hoewel we er niet veel van begrijpen, knikken we kwestie van beleefdheid even gepassioneerd terug. Wanneer de avond is gevallen in de oude stad lijkt de gezellige sfeer er nog groter op geworden te zijn en dwalen we nog even langs pleintjes en straatjes tot mijn reisgenote een heel klein straatje ontdekt dat dient als doorgang en ze vraagt zich af wat voor raars er op de grond ligt in dat straatje.  Gezien er weinig tot geen verlichting is kost het ons wat moeite maar even later merken we dat het midden van het straatje bezaaid is met “gezichten”.  Aan het begin van het straatje vinden we deze tekst…en met iets om over na te denken sluiten we onze eerste dag in de hoofdstad af.
To think for instance, that I have never been aware before how many faces there are.  There are quantities of human beings, but there are many more faces, for each person has several.  There are people who wear the same face for years; naturally it wears out, it gets dirty, it splits at the folds, it stretches, like gloves one has worn one a journey.  R.M. Rilke

Op onze tweede dag in Ljubljana brengen we in de voormiddag een bezoek aan het stadskasteel dat door de jaren heen meer en meer gemoderniseerd is en waarin nu vooral musea over kunst en geschiedenis zijn ondergebracht.  Het stadskasteel biedt een prachtig uitzicht over de stad en wat ons vooral is bijgebleven is de zaal met “National Geographic-foto’s” van over de hele wereld en het piepkleine poppenmuseum waar mijn reisgenote en ik ons naar hartenlust laten gaan.  Ook daar kan weer op topjes worden geduwd, kan er poppenkast worden gespeeld,…  Nadat we met het plan in de hand door het doolhof van kamers en trappen de uitgang weer hebben gevonden, merken we stilaan dat de hitte in Slovenië zijn tol begint te eisen en even later brengt een malse, sappige regenbui verkoeling.  Na even te hebben geschuild wandelen we richting het Tivolipark.  Onderweg worden we aangesproken door twee universiteitsstudenten die wat vragen stellen over toerisme in Slovenië.  Uiteraard vragen ze ook wat we van hun stad vinden en wanneer mijn reisgenote mij hoort zeggen dat ik Ljubljana eigenlijk net dat tikkeltje mooier vind dan Praag omdat de stad kleurrijker en goed onderhouden is, verdenk ik haar er stiekem van dat ze mij mijn mond wil laten spoelen met onverdund bleekwater.  En ik denk dat ze heel blij is dat er verderop gratis water wordt uitgedeeld omwille van de hitte zodat mijn mond toch al iets van spoeling krijgt.  De rust en de stilte in het Tivolipark doen deugd en het is heerlijk verpozen tussen de bomen en aan de vijver met waterlelies wanneer stilaan dikke en donkere wolken zich samenpakken boven de stad en we zijn net terug aan ons hotelletje wanneer de hemelsluizen zich een eerste keer helemaal openzetten.  Na wat platte rust en wat garderobewissels stappen we naar Metelkova Mesto…een stadsdeeltje waar vermoedelijk maar weinig toeristen komen.  Wanneer we Metelkova naderen neemt op de muren van de gebouwen rondom ons ook de graffiti toe en eens de terreinen bereikt ga vooral ik schoorvoetend naar binnen.  Het duurt even eer ik op mijn gemak ben terwijl mijn reisgenote alvast met het fototoestel aan de slag gaat en even later zie ik ook de schoonheid van de prachtige graffiti-tekeningen die op de gebouwen zijn gezet.  Hoewel ik er de sfeer nog altijd niet goed kan plaatsen, wordt er vriendelijk naar ons gekeken en doet iedereen er gewoon verder met zijn bezigheden.
Tegen middernacht heeft de warmte definitief zijn gevecht verloren en barst er een hevig onweer los. Donder buldert door de hemel, bliksemschichten verlichten de hele stad en de regen valt met bakken uit de hemel.

’s Anderdaags besluiten we vanuit Ljubljana en onder een dik pak wolken het Franja Hospital te bezoeken en van daaruit nog verder te rijden naar Lipica.  Hoewel we er al van op de hoogte waren gebracht dat het Hospital moeilijk te vinden was, hadden we goede moed toen we op slechts vijf kilometer van de bestemming een bord richting Franja zagen staan…een vreugde die slechts van korte duur bleek.  Na drie kwartier zoeken vanaf dat punt en herhaaldelijk bellen aan voordeuren in de hoop dat iemand ons de weg kon wijzen, stoppen we aan een schrijnwerkerij waar iedereen zeer verbaasd lijkt te zijn dat twee vrouwen de weg vragen naar Franja. Welgeteld vijf minuten later komen we op onze bestemming aan.  De paadjes die naar het Franja Hospital leiden liggen er glibberig bij omwille van een regenbui maar de aandacht gaat vooral uit naar de kloof waarin het Hospital is gelegen.  De prachtige natuur alleen al maakt een bezoek aan het Hospital de moeite waard. Maar ook de ziekenhuisbarakken zijn bijzonder bezienswaardig.  Niet alleen zijn ze zo oorspronkelijk mogelijk ingericht, de informatieborden die in elk “huisje” te vinden zijn, zijn op zo’n manier opgesteld dat we ze allemaal van begin tot einde willen lezen.  Het is bijna niet te geloven dat in zo goed als geen enkele reisgids informatie te vinden is over dit museum dat door zowel mijn reisgenote als mezelf wordt ervaren als één van de absolute toppers van Slovenië.
Zo enthousiast we waren na het bezoek aan het Franja Hospital, zo teleurgesteld zijn we in de namiddag na het bezoek aan de Lipizanerstoeterij in Lipica.  De (dure) rondleiding van een uurtje leidt ons enkel langs twee stallen en een klein museum en verder wandelen we zelf maar een half kilometertje tussen de weiden door om meer paarden te kunnen zien dan enkel degenen die in de stallen staan.  Voor mijzelf als complete leek wat betreft paarden was de rondleiding matig interessant maar elke paardenliefhebber zal bij een bezoek aan Lipica vermoedelijk teleurgesteld weer naar buiten gaan.
We laten dat echter de pret niet drukken en genieten volop van onze laatste avond in Ljubljana en krijgen er zelfs een gratis concert bij wanneer een boot met een fanfare langzaam over de rivier voorbij glijd.  We zijn klaar voor de volgende tussenstop op onze reis.

In Portoroz worden we welkom geheten door een pak wolken, een frisse zeebries en een angstaanjagend aantal trappen om de ingang van het hotel te bereiken.  Eens we die overwonnen hebben, besluiten we een bezoekje te brengen aan Piran dat slechts een zestal kilometer verderop ligt.  We beginnen met een bezoek aan de stadsmuur waar zich een pijnlijk ongeluk voltrekt.  Het ene moment staan we te genieten van het uitzicht op de zee en het charmante stadje en het volgende moment stoot mijn reisgenote haar hoofd aan een ijzeren balk wanneer ze de trap probeert te nemen naar een van de torens.  Prinses in de toren ziet op dat moment sterretjes maar een paar troostende woorden en wat schouderklopjes zijn voldoende om de tocht door het stadje verder te zetten, de fikse buil buiten beschouwing gelaten. Piran met zijn kathedraal, klooster en Tartiniplein ademt één en al charme uit en de wind die de laatste wolken wegblaast uit Slovenië duwt ons in de richting van de vuurtoren en de waterkant waar de wilde golven metershoog opspatten.  De ruwe schoonheid van de golven staat in schril contrast met de zachte gloed die de zon bij het ondergaan in Portoroz over het marktje legt waar we vol bewondering toekijken hoe een man kunstwerkjes maakt met slechts gekleurd canvas, spijkers en zijdedraad.  Hoewel de zon sinds de namiddag terug volop van de partij is, zoeken we de volgende dagen de koelte op van de grotten in Slovenië.

De grot van Postojna is de eerste die we bezoeken en voor het eerst in meer dan een week kunnen we een kledingstuk met lange mouwen verdragen.  Het elektrische treintje brengt ons de grotten in en bij elke meter die we afleggen daalt de temperatuur tot we in de immense kamers terechtkomen en we onze ogen de kost geven aan de druipstenen, stalagmieten en gordijnen die bovendien een betoverend effect hebben door hun verschillende kleurschakeringen.  Aan het einde van de wandeling verdringt iedereen zich voor een aquarium waarin de grottenolm verstoppertje speelt tot we van eentje een glimp op kunnen vangen. Iedereen stapt, onder de indruk van de grootte en pracht van de grot, terug in het treintje dat ons weer naar de ingang brengt.  Van het treintje stappen we maar meteen op de pendelbus richting het nabijgelegen kasteel van Predjama.  Het pendelbusje scheert gedurende acht kilometer in een hels tempo over de bochtige wegen naar boven en stopt na acht kilometer net op tijd aan het kasteel zodat de reisziekte van mijn reisgenote op het nippertje geen kans ziet om uit te breken.  Wanneer we boven aan het kasteel zijn krijgen we te horen dat het pendelbusje een uur later terug vertrekt richting de parking van de grot wat betekent dat we een uur de tijd hebben om het kasteel te bezoeken…een reden om beter zelf met de auto tot Predjama te rijden.  Het witte kasteel ingebouwd in de pikzwarte rotsen geeft een erg speciale indruk en ook de rondleiding in het kasteel is de moeite waard.  Bij binnenkomst in het kasteel krijgen we een audiogids (zelfs eentje in onze eigen taal) en gaan we op weg door kamers en museums en klimmen we over oude trappen die ons door het kasteel leiden.  Hoewel het op de klok kijken is, slagen we er toch in om het hele kasteel te bezoeken en er is zelfs nog tijd om de “wensbel” te luiden.  Het geluid van de bel galmt voor het eerst (en niet voor het laatst) door Slovenië.
De dag nadien staat een bezoek aan de grot van Skocjan op het programma.  Hoewel deze grot in geen enkel opzicht te vergelijken is met de vorige is ze daarom niet minder de moeite waard.  Waar we de vorige dag getrakteerd werden op druipstenen, gordijnen en stalagmieten,…is deze grot een schouwspel van de kracht van de natuur !  Samen met de gids wandelen we 700 meter tot in ingang van de grot en van zodra we de grot binnenkomen, horen we het stille ruisen van de rivier dat bij elke stap dieper in de grot krachtiger en krachtiger wordt tot we op een brug staan te staren in de duizelingwekkende diepte en we een blik kunnen werpen op de rivier die beneden krachtig verder stroomt.  Luisterend naar het ruisen van de weg die het water aflegt, stappen we samen met de gids terug naar boven en het aantal trappen dat we daarvoor moeten overwinnen zorgt ervoor dat we bij het laatste stukje rondleiding in de grot geen lange mouwen meer nodig hebben.  Na deze fantastische ontmoeting met de natuur krijgen we de keuze om te voet of met de lift terug naar boven te gaan.  Mijn reisgenote en ik kiezen toch maar voor de lift die kan bereikt worden door het nemen van een heel aantal…trappen…
Gezien we beseffen dat er in ons hotel in Portoroz ook nog een angstaanjagend aantal trappen wacht, besluiten we onderweg eerst nog halt te houden bij het stadje Koper waar we flaneren langs de oude gebouwen in het centrum en vooral genieten van de zondagse gezelligheid die er heerst op de dijk.
En nadien…nadien is het tijd voor de eerste frisse duik tijdens deze vakantie…zwembad…we komen eraan.

Die frisse duik wordt ’s anderdaags in de namiddag herhaald nadat we de “zoutpannen” hebben bezocht en daardoor dringend aan verkoeling toe zijn. De zon schijnt vanaf ’s morgens op volle kracht, wat een broeierig gevoel oplevert bij het wandelen en fietsen door de vlakke zoutpannen van Slovenië.  De wandeling loopt over mooi aangelegde vlondertjes van waarop we een mooi uitzicht hebben op de zoutvlaktes en de werkmannen wiens noeste arbeid wordt weerspiegeld in het vlakke water.  Na een poosje wandelen komen we aan bij het winkeltje waarvan de deur gesloten is.  Mijn reisgenote vindt het jammer maar ik hang al aan de deurklink en val met de deur in huis.  Ik vermoed dat de winkeljuffrouw met een gesloten deur vooral de hitte buiten wilt houden.  Na het kopen van zout en het proeven van chocolade wandelen we terug naar de auto om vijf kilometer verderop halt te houden aan de vertrekplaats voor een bezoek aan het zoutmuseum waar de gratis fietsen klaar staan.  Om aan het vertrekpunt te geraken moeten we eerst de Kroatische grens over en voor ik het goed en wel besef ben ik niet enkel de dubbele grenscontrole voorbij maar ook het straatje richting het zoutmuseum.  We rijden terug, passeren weer de eerste grenscontrole en na heel wat gemanoeuvreer om een grote tractor voorbij te rijden in het smalle straatje komen we aan bij de “fietsenstalling” van de zoutpannen.  Tot mijn grote opluchting moet er in totaal slechts vijf kilometer gefietst worden (ik ga nog liever te voet) en hoewel we af en toe moeten stoppen het om het zadel van de fiets terug hoger te zetten, is het ontzettend fijn om door te zoutpannen te kunnen fietsen.  Mijn reisgenote geniet nog meer gezien ze de helft van de tijd voor mij rijdt met haar fototoestel in de aanslag en denkt dat mijn fietskunsten iets is wat op gevoelige plaat moet worden vastgelegd.  Na 2,5 kilometer komen we aan bij het piepkleine zoutmuseum maar vooral de trip met de fiets door de ronduit schitterende natuur van de zoutpannen is de moeite meer dan waard.  Bij de terugrit naar Portoroz moeten we nog één grenscontrole terug voorbij en wanneer ik in het “hokje” kijk bedenk ik me dat de agent daarstraks aan de andere kant van de controles de wacht hield.  Bij controle van onze identiteitskaarten zegt hij met een strenge blik dat hij ons herkent en vraagt hij of het niet raar is dat wij een uurtje geleden Kroatië zijn binnen gereden en nu al terug weg rijden.  Op de één of andere manier slaag ik erin het Sloveense woord voor de zoutpannen feilloos uit te spreken en wanneer ik vraag of hij graag ons inkomticket wil zien, zegt hij vriendelijk dat een bezoek aan de zoutpannen geen enkel probleem is en hij wenst ons nog een fijne dag.

Een stevig ontbijt is nodig wanneer we onze bagage van het angstaanjagende aantal trappen van het hotel terug naar beneden moeten zien te krijgen alvorens we onze trip verder zetten richting Nova Gorica. We maken nog een kleine omweg naar Hrastovlje om daar het kerkje te bezoeken.  We komen in het dorpje terecht in een wirwar van kleine straatjes en ik rij voorzichtig terug achteruit naar beneden wanneer ik merk dat mijn auto het kleine stukje bergop niet trekt.  Wanneer we even aan het bekijken zijn of we een ander weggetje kunnen nemen, duikt er ineens vlak voor onze auto een boer op.  Hij zwaait vanop zijn brommertje met zijn arm naar boven en geeft een teken dat lijkt op iets als “volle gas geven” en hij rijdt alvast voor.  We besluiten zijn advies dan maar op te volgen en na wat bemoedigende woorden gericht aan mijn auto duw ik het gaspedaal goed in en twee minuten later staan we netjes geparkeerd in een berm aan het kerkje.  Weer komen mijn reisgenote en ik tot het besluit dat ook dit kerkje met zijn muren waarvan elke vierkante centimeter is bedenkt met prachtige fresco’s en de “dans macabre” wel eens een vergeten stukje Slovenië zou kunnen zijn.
Aangekomen in ons hotelletje-voor-één-nacht besluiten we een autotocht te maken langs de bekende Solkanbrug en willen we graag wijn gaan proeven.  Helaas zijn de grote wijnhuizen al vroeg in de namiddag gesloten en we rijden hier en daar zijstraatjes in die leiden naar kleinere wijndomeinen.  Ook die zijn tot onze teleurstelling allemaal gesloten.  We besluiten nog één poging te ondernemen en stoppen in een klein straatje bij een huis waar een vriendelijke man ons te woord staat waarna er nog een tweede van tussen de wijnranken tevoorschijn komt.  Beiden discussiëren een tijdje onderling in het Engels over de juiste afstand en als ze eruit zijn neemt er eentje het woord.  Ze raden ons aan om nog 1,5 kilometer verder te rijden en te stoppen bij domein “Radikon”.  Anderhalve kilometer verder parkeren we ons op de oprit van een ongelofelijk mooi huis omgeven door oleanders en wijnranken en de boer des huizes komt een kijkje nemen.  Ik loop op de man af, geef hem een stevige handdruk en leg uit dat we naar hier zijn gestuurd door zijn buren en vraag of het mogelijk is om wijn te kunnen proeven maar dat als dit niet mogelijk is we hiervoor ook alle begrip hebben.  Even later zitten we op domein Radikon aan tafel, de glazen worden meteen klaargezet, de wijn en het bruiswater worden voorzien, twee Duitse herders houden de wacht onder de tafel en de zoon des huizes komt vanuit de velden even vragen of zijn vader ons al aan het verder helpen is.  De man doet alle moeite van de wereld om het naar onze zin te maken maar excuseert zich daarbij tientallen keren omdat hij geen Engels spreekt maar vooral Duits.  Mijn reisgenote en ik halen ons beste “Sturm der Liebe”-Duits boven en het gesprek kan worden verder gezet.  Wanneer de man merkt dat we een beetje nieuwsgierig naar binnen kijken naar de wijnvaten krijgen we meteen een rondleiding door alle ruimtes waar de vaten staan en de hammen omhoog hangen om te drogen.  Mijn reisgenote en ik kopen elk een fles rode wijn en moeten onze gastheer er vervolgens op wijzen dat we wel met de auto zijn en nog moeten terug geraken in het hotel.  Hij probeert telkens bij te schenken met de woorden “ein bisschen” maar na het zoveelste “bisschen” wijn is het hoog tijd om afscheid te nemen.  Mijn reisgenote en ik krijgen allebei een schouderklopje, meerdere dankwoorden en een stevige handdruk waarbij hij onze hand met zijn beide handen omklemt en allebei denken wij dat deze man oprecht heeft genoten van de onverwachte doortocht van twee meiden in een blauwe Peugot met een Belgische nummerplaat die op een schone dag ineens zijn domein kwamen opgereden.  Wanneer we klaar zijn om te vertrekken komt de vrouw des huizes thuis van het werk, ze krijgt in sneltempo de uitleg van haar man en ze komt meteen op onze auto afgelopen.  We krijgen ook van haar een stevige handdruk, ze luistert met open mond naar al de dingen die we al bezocht hebben in hun land en bedankt ons daarvoor en samen met haar man wuift ze ons uit wanneer we hun domein afrijden…met een zalig gevoel dat ons zegt dat we er ons erg welkom hebben gevoeld.

De laatste stop van onze rondreis brengt ons naar Bled waar we na aankomst meteen kennis gaan maken met het bekende meer, het eilandje in dat meer en de burcht van Bled.  De overtocht naar het eilandje maken we over het schilderachtige meer met de boot en bij aankomst heeft mijn reisgenote het gevoel dat ze met een zeilschip heeft gevaren over metershoge golven.  De terugtocht moet gedaan worden met hetzelfde bootje en dat geeft ons ongeveer drie kwartier de tijd om het kerkje op het eiland te bezoeken. Dat kerkje kan bereikt worden door naar boven te gaan via 99…trappen.  De fresco’s in het kerkje worden gerestaureerd maar het belangrijkste deel van het kerkje werkt nog wel en dus profiteren mijn reisgenote en ik er allebei van om voor de tweede keer een wensbel te luiden.  Drie keer staat op het bordje maar een keertje extra lijkt me geen kwaad te kunnen en dus galmt de bel iets luider dan anders over het eilandje. Het water lijkt op de terugweg voor mijn reisgenote een pak rustiger te zijn en we geraken ook afgeleid door een geanimeerd gesprek met een Sloveense vrouw en drie Canadezen.  Er worden vragen gesteld, er worden verhalen verteld, er wordt gelachen…en de Canadese vrouw geeft aan de twee kinderen van de Sloveense vrouw een dollarmunt die ze moeten bewaren en die ze kunnen gebruiken als ze ooit gaan reizen.  Mijn reisgenote en ik geraken allebei vertederd door dit mooie gebaar en hebben nood aan comfort-food wat vrij vertaald betekent dat we een excuus nodig hebben om na ons boottochtje een lekker Sloveens gebakje te bestellen met veel pudding en slagroom.  Na deze verwennerij wagen we ons terug in de felle zon en brengen we nog een bezoek aan de burcht van Bled die bovenop de rotsen staat aan de rand van het meer.  De burcht is ingericht als museum maar zorgt vooral voor een prachtig uitzicht over het meer van Bled en het eilandje.  Na dit bezoek komen onze laatste twee dagen vakantie eraan…en die gaan we besteden aan het genieten van een paar stukjes Sloveense natuur…natuur die ons al een aantal keer met verstomming heeft geslagen.

We zorgen ervoor dat we tegen openingstijd kunnen beginnen aan de wandeling door de Vintgarkloof, iets waar we geen spijt van hebben op de terugweg wanneer er zoveel volk klaar staat om de kloof in te gaan dat het alleen maar frustratie zou opleveren bij het wandelen en het nemen van foto’s.  Wanneer we de kloof instappen over de smalle paadjes die bevestigd zijn aan de rotswand worden we meteen overdonderd door het ruisen van de rivier en de kracht van het helder blauwgroene water dat op sommige plaatsen kolkt op een manier dat het zelfs kleine mistbankjes tevoorschijn tovert om vervolgens over te gaan in een turquoise poel van rust.  Het is anderhalve kilometer genieten van een magnifiek staaltje natuurpracht dat eindigt aan de 16 meter hoge waterval die onder ons naar beneden stort.  We lopen wat heen en weer want we willen de waterval niet alleen onder ons horen maar ook voor ons zien.  Na wat te staan ronddraaien spreekt een Nederlandstalige jongen ons aan die zegt dat de waterval niet te bereiken is want hij heeft zelf al meer dan een half uur naar een weggetje gezocht.  Desondanks zien mijn reisgenote en ik wel een bruggetje niet ver van de waterval.  Wanneer we de wandeling terug willen beginnen zie ik plots naast het cafeetje een trap (!) naar beneden die we volgen, vervolgens steken we een zandparking over, we stappen over het bruggetje het bos in en na vijftig meter zetten we ons op de grond om een tijdje te genieten van het water dat zich vlak voor onze ogen 16 meter naar beneden stort.   Na het stromende, kolkende en neerstortende water zoeken we in de namiddag de rust op van het meer van Bled waar de zwempret van mijn reisgenote enkel wordt verstoord door de kiezelsteentjes en het ontbreken van “watersloefjes”.

Afscheid nemen van Slovenië doen we met een bezoek aan het Triglav National Park waar we de bergen ingaan bij het skigebied Vogel dat in de zomer wordt omgetoverd tot een paradijs voor wandelaars en mountainbikers.  De gondel die ons 900 meter hogerop moet brengen wordt werkelijk volgepropt waardoor mij het angstzweet al uitbreekt.  Aan sfeer ontbreekt het echter niet wanneer een paar medereizigers niet alleen bij het instappen maar ook tijdens de “gondelrit” de Arabische muziek uit hun gsm laten schallen. Ik vind het geweldige muziek maar moet de neiging onderdrukken om niet uit te roepen dat ik liever heb dat ze in deze overvolle gondel alleen “met de handjes” dansen en niet met de voetjes.  Na tien minuten gondel te hebben overleefd staan we op 1500 meter hoogte te genieten van een magistraal uitzicht over de bergen waarvan sommige toppen zijn gehuld in een dekentje van mist.  Helemaal beneden, lijkend op een klein plasje, ligt het meer van Bohinj helemaal omarmd door de bergen.  Even verderop nemen we de stoeltjeslift die ons nog hoger de bergen inbrengt en stappen we via een klein en steil pad naar boven op een heuveltje waarop boven een kruis staat met daaraan een…wensbel en voor de derde keer luiden zowel mijn reisgenote als ik de bel…baat het niet dan schaadt het niet.  De tocht met de gondel terug naar beneden verloopt een pak rustiger en met veel minder volk al ontbreekt het dit keer wel aan goede muziek.
Een viertal kilometer verderop parkeren we onze auto en beginnen we na een deugddoend terrasje aan de klim naar de Slap Savica-waterval die we na twintig minuten zouden moeten bereiken.  We doen er een tiental minuutjes langer over en onderweg kijken mijn reisgenote en ik elkaar af en toe eens aan niet wetend of we nu moeten lachen of net niet.  Af en toe stoppen we onderweg onder het mom van een foto te nemen terwijl we eigenlijk alleen maar even op adem willen komen tot we uiteindelijk boven geraken. Daar aangekomen ga ik eerst tien minuten zitten alvorens ik het kan opbrengen om foto’s te gaan nemen terwijl mijn reisgenote begin te stretchen in de hoop mogelijke spierkrampen preventief te bestrijden.  Als het rustmoment en de turnoefeningen achter de rug zijn nemen we het kleine trapje (hoe kan het ook anders) dat leidt naar de plaats waar we kunnen genieten van de mooie waterval en naar hartenlust foto’s kunnen nemen.   Mijn reisgenote en ik zouden onszelf niet zijn als we op de terugweg niet zouden afspreken om de treden te tellen…kwestie van onderweg op iets anders geconcentreerd te zijn dan pijnlijke spieren…wanneer we helemaal beneden zijn aangekomen zegt de telling ons dat de weg naar de waterval bestaat uit 560 treden…enkel tripje welteverstaan.
Mijmerend terugkijkend op veertien heerlijke dagen vakantie doen we aan het meer van Bohinj waar ik met mijn fototoestel aan de slag ga terwijl mijn reisgenote zich waagt in het water, de nieuwsgierigheid van de vissen wekt en zichzelf voorneemt om volgende vakantie te investeren in “watersloefjes”.

…kastelen, kerken, grotten en bergen…
…balzalen, fresco’s, stalagmieten en rivieren…
…zoutvlaktes, meren, zee en stad…
…watervallen, bruggen en wijndomeinen…
…wensbellen waarvan verwacht wordt dat ze wensen doen uitkomen…
…deze groene long die Slovenië heet, ademt met alles wat het in zich heeft charme en schoonheid uit…
…de eerste herinnering aan weer een mooi avontuur borrelt meteen al op bij thuiskomst waar ik, van zodra ik de deur achter me sluit, geconfronteerd wordt met…hoe kan het ook anders…trappen…