Skip to content

Reisverslag

Op zondag 26 juli 2015, laat in de nacht of vroeg in de ochtend (het is maar hoe je het bekijkt), ontdekken we op Brussels Airport dat voor onze vlucht het personeel aan de incheckbalie is vervangen door een scanapparaat, een touchscreen en een betaalautomaat.  Ontspannen op vakantie vertrekken is plots ver weg voor ongeveer de helft van de wachtenden voor en achter ons.  Ondanks het gestegen stress-niveau in de rij loopt alles overwegend vlot bij de “doe-het-zelf-luchthavenbalie”.  Ook de gekende groene sticker met bestemming en streepjescode mogen we zelf rond onze bagage kleven en met nog één druk op de knop sturen we onze bagage zelf over de band richting het ruim van het vliegtuig om hopelijk herenigd te worden in Lissabon.

Onze eerste kennismaking met Lissabon is er eentje die recht naar het hart gaat.  In één van de metrohallen botsen we op meerdere ontroerende foto’s van mensen met een handicap waarbij telkens boodschappen staan geschreven over de bijzondere talenten waarover ze beschikken.  Na een tweetal overstappen komen we aan op het Praça do Comércio en probeer ik ons zo snel als mogelijk naar onze B&B te loodsen, een plan dat ik na een half uur al opgeef waarna mijn reisgenote de te volgen weg mag bepalen.  Er wacht ons een warm welkom vermoedelijk om de bittere pil te verzachten die ons nog te wachten staat.  Onze (bijzonder mooi ingerichte) kamer bevindt zich namelijk op de vierde verdieping en gezien er geen lift is, betekent dit een klim van 67 trappen !  We geven ons echter niet snel gewonnen en vertrekken na een korte rustpauze op verkenning.  We nemen alvast de metro naar het Praça de Figueira om daar tot de ontdekking te komen dat we in een lusje zijn gereden en we even snel te voet ter plekke zouden zijn geweest.  We genieten verderop van het Praça do Comércio en het is er heerlijk verpozen aan de rand van de Taag waar een briesje een beetje verkoeling brengt.  Na een wandeltocht door de heerlijke straatjes rond de twee pleinen besluiten we ook de Elevador de Santa Justa te nemen tot aan de Igreja do Carmo.  Er staat een kleine wachtrij aan de bekende lift die volgens ons, ondanks de renovatie, behoorlijk rammelt bij het naar boven gaan.  Het uitzicht bovenaan de lift is echter prachtig hoewel we ons eerst nog moeten wagen over een trap die het ons doet duizelen.  Gedurende een aantal treden lijkt een blik naar beneden er eentje recht in de diepte en niet eentje op het platform dat zich gelukkig snel terug laat opmerken.  Het pleintje aan de Igreja do Carmo roepen mijn reisgenote en ik meteen uit tot het gezelligste pleintje van Lissabon en het is op dat pleintje dat we beginnen te merken dat ik echt moet wennen aan de warmte in Portugal.  Mijn logisch denkvermogen lijkt ter plekke te verdampen wanneer ik begin te denken dat 237 ml meer is dan 250 ml en het gaat helemaal de foute kant op wanneer ik nog later vermoed in de Taag vissen te hebben gespot die even boven water kwamen piepen.  Dit uiteraard tot groot jolijt van mijn reisgenote wiens dag blijkbaar niet meer stuk kan…een dag die we afsluiten met het ondergaan van de zon aan de Taag waardoor ze een zachtroze gloed als een dekentje over Lissabon legt.

De volgende dag begint op één van de pleinen met het aanbod van hasj en marihuana waarvoor we vriendelijke bedanken.  We brengen een bezoek aan de kathedraal en aan het Castelo de Sao Jorge waar we ons naartoe laten brengen door één van de oude trams die rondrijden in de stad.  De eerste keer missen we onze halte (niet opzettelijk hoewel een ritje met de tram erg leuk is) en dus trakteren we onszelf op nog een rondje.  Het complex van het Castelo de Sao Jorge biedt ons een prachtig uitzicht over Lissabon, doet ons zwerven tussen verdedigingsmuren en torens en laat ons wandelen tussen kantelen en poorten.  We brengen ook nog een bezoek aan de Igreja do Carmo (gisteren gesloten en dus vandaag terug de Elevador de Santa Justa in).  Dit keer is het mijn beurt om me vrolijk te maken over de verwardheid van mijn reisgenote want vanop het plein beneden is ze de ruïnes van de kerk helemaal kwijt gespeeld terwijl ze er letterlijk staat op te kijken.  Eens boven genieten we op het plein eerst van een terrasje (ik bestel iets van 237 ml en dus minder dan 250 ml) om dan tot de ontdekking te komen dat de ruïnes van de Igreja do Carmo een verborgen parel zijn die minder lijkt bezocht te worden dan het eigenlijk verdiend.  We stappen nog binnen in het “Poppenmuseum” op de Praça de Figueira en krijgen een rondleiding door het gebouw waar poppen komende uit heel Portugal en omliggende landen worden gerepareerd.  Verbazingwekkend genoeg puilt het “ziekenhuis” niet enkel uit met recente poppen maar zelfs met exemplaren van tientallen jaren oud.  Mijn reisgenote en ik voelen ons eveneens tientallen jaren oud wanneer we de 67 trappen in onze B&B weer bedwongen hebben na een erg fijne dag in Lissabon.

Op onze laatste dag in Lissabon brengen we een bezoek aan de wijk Belém.  Na meer dan drie kwartier wachten blijkt de tram een ongeval te hebben gehad en dus zoeken we naar andere mogelijkheden om op onze bestemming te geraken.  We vragen wat rond bij de taxichauffeurs en merken dat een ritje met de taxi naar Belém ons evenveel zal kosten als een metroticket.  Even later rijden we in een rotvaart in een taxi langs de dokken.  Mijn reisgenote en ik slaken af en toe een half ingehouden gilletje, zijn dankbaar voor de uitvinding van de gordel en zijn nog dankbaarder als de taxi na acht kilometer stopt bij de plaats waar we moeten zijn.  Het taxiritje is echter snel vergeten wanneer we het Mosteiro dos Jeronimos zien. Dit bouwwerk is zo ongeveer het mooiste klooster dat ik ooit heb gezien.  Het oogt monumentaal en toch ingetogen, elke centimeter steen lijkt bewerkt te zijn met versieringen en je krijgt het gevoel ook daadwerkelijk elk stukje steen te willen bekijken.  De torentjes, bogen, versieringen en kloostergangen doen je wegdromen en mijn reisgenote en ik hangen meermaals ettelijke minuten onze ogen uit te kijken, leunend op onze ellebogen op de balustrades van één van de kloostergangen.  Bij het wegwandelen van het Mosteiro dos Jeronimos is het onmogelijk om niet de hele tijd om te kijken tot het uit het zicht verdwenen is.  Maar zelfs dan blijft het klooster nog een hele tijd in gedachten hangen.
We steken langs de nabijgelegen voetgangerstunnel een erg drukke baan over en komen meteen op het plein waar het Padrao dos Descobrimentos staat.  Een bouwwerk dat ik veel kleiner had ingeschat en met de lift gaan we naar het platform waardoor de wereldkaart op het plein voor het monument zich voor ons ontvouwt en we gunnen onszelf wederom nog een laatste, dromerige blik op het klooster.
Ondanks  de loden hitte stappen mijn reisgenote en ik moedig verder langs de Taag richting de Torre de Belém en we lopen de lange rij wachtenden aan de kassa rustig voorbij met het combinatieticket dat we in het klooster hebben gekocht.  Een bezoek aan de Torre de Belém is niet gericht op mensen die het principe niet snappen van een groen en een rood licht.  Gezien de klim naar boven met de trap moet worden gedaan en deze te smal is om een mensenstroom uit twee richtingen te verdragen, is er een systeem uitgewerkt met groene en rode lichten.  Van zodra er een geluidsignaal gaat en het licht op rood springt, is het de bedoeling naar het eerstvolgende platform te gaan en daar te wachten tot het terug groen wordt en je dus kan verder klimmen.  Het duurt al even voor mijn reisgenote en ik de bovenste verdieping van deze prachtige toren bereiken maar het duurt nog veel langer om terug de begane grond te bereiken. De mensenstroom naar boven blijft maar komen en het is meer dan zestig mensen wachten tot er eentje wordt gevonden die doorheeft hoe het eigenlijk moet.
’s Avonds belonen we onszelf met de specialiteit “pasteis de nata”…en bij deze heerlijk zoete lekkernij komen mijn reisgenote en ik tot het besluit dat, hoewel Lissabon niet zoals andere steden bulkt van de bezienswaardigheden, de aantal grote bezienswaardigheden die er zijn een reis naar Lissabon meer dan de moeite waard maken.
Wanneer we de laatste keer de 67 treden naar onze kamer overwinnen en de nacht valt over Lissabon kijken we met spanning uit naar wat de volgende dag zal brengen.  De huurauto moet worden opgehaald en als we het merendeel van de recensies moeten geloven, belooft dat niet altijd veel goeds.  Maar voor ik in slaap val, denk ik echter nog even aan vanmorgen…ik zag aan het ontbijt een man passeren met een rugzak met een schelp…DE schelp…de weg naar Santiago loopt overal om ons heen en het doet iets met mij.

Woensdagmorgen staan we om 10u met onze bagage en formulieren klaar om het kantoor van Thrifty (Hertz) binnen te stappen in Lissabon en dit gewapend met een heel arsenaal redenen om niet in te gaan op eventueel (dwingende) voorstellen omtrent extra verzekeringen en andere toestanden.  Na een vriendelijke ontvangst en geen enkele poging tot het afhandig maken van extra euro’s nemen we de sleutel in ontvangst van een spiksplinternieuwe Fiat Punto met slechts 1300 km op de teller.  We krijgen nog wat uitleg over de wagen en worden erop gewezen geen bagage achter te laten in de koffer…en laat nu net heel onze rondreis tussen Lissabon en Porto daarrond te zijn opgebouwd.  Alvorens we met onze Fiat vertrekken richting Sintra zit er niets anders op dan een hotel in de buurt te zoeken die onze bagage vrijwillig wilt bijhouden.  We vinden er eentje op 4 kilometer van Sintra en toevallig draaien de camera’s daar op volle toeren in de inkomhal zodat we meteen een voltreffer hebben.  Met onze bagage veilig opgeborgen in een viersterrenhotel vertrekken we richting Sintra om al gauw te ontdekken dat je daar beter weg blijft met een auto.  Na anderhalf uur manoeuvreren in de straatjes, tussen fout geparkeerde auto’s en parkings die veel te klein zijn voor het aantal auto’s dat een plaats zoekt hebben we het helemaal gehad. We besluiten nog één keer een grote parking dichtbij het centrum op te rijden en vinden plots als bij wonder nog één parkeerplaatsje.  Na een welgekomen lunch brengen we een bezoek aan het mooie Palacio Real waarna we in het centrum een pendelbusje nemen dat ons naar het Palacio Nacional da Pena brengt.  Terwijl ik de tickets koop moet mijn reisgenote even bekomen van de busrit over de vele haarspeldbochten.  Net wanneer zij terug wat blos op haar wangen heeft, word ik lijkbleek als ik merk dat er nog een wandeltocht nodig is van 750 meter met een stijgingspercentage van 14% om aan het paleis te komen. De bordjes onderweg met het aantal nog resterende meters te wandelen helpen niet echt en hoewel ik het paleis met de felle kleuren prachtig vind, moet ik boven eerst een pauze inlassen.  Maar genieten doe ik er nadien wel met volle teugen van.  Hoewel het paleis een mengelmoes is van kleuren, vormen en stijlen en misschien wel door velen benoemd wordt als “pure kitsch” heeft het iets heel vrolijks en sprookjesachtig en mag je het bij een bezoek aan Sintra zeker niet links laten liggen.
Na het ophalen van onze bagage hebben we nog een hele trip voor de boeg richting Evora.  Een trip die ons bij het begin ervan dolenthousiast maakt en dit enkel en alleen al omdat de gps ons over de Ponte 25 de Abril stuurt.  Lissabon schuift langzaam van ons weg nadat de stad zich nog één keer uitgestrekt aan ons laat zien, omzoomd door de Taag en de oceaan en door het steeds groener en droger wordende landschap rijden we Evora tegemoet, waar we ’s avonds aankomen na een prachtige rit door het Portugese landschap.

Gezien we een halve dag verblijven in Evora besluiten we er ’s morgens vroeg op uit te trekken om zowel te kunnen genieten van de bezienswaardigheden als van het zwembad in ons hotelletje dat ons sinds gisterenavond smeekt om erin te springen.  Na een ochtendwandeling van een tiental minuutjes zijn we reeds in het centrum van Evora waar we beginnen met een bezoek aan de Capelos dos Ossos, een kapelletje helemaal opgetrokken uit menselijke botten.  Dit moet de meest bizarre bezienswaardigheid zijn van Evora en vermoedelijk van heel Portugal.  Terwijl we binnen staan in de kapel bedenk ik me dat ik het langs de ene kant wel iets vind hebben, ook al oogt het allemaal wat luguber.  Nadien lopen we langs gezellige pleinen en straten tot we de Romeinse tempel bereiken en de kathedraal.  Hoewel die er aan de buitenkant erg eenvoudig uitziet, verrast ze ons wel met haar mooie kloostergang en museum.  Om op de bovenste verdieping te geraken van de kloostergang murwen we ons langs een pikdonkere, smalle trap waardoor we een mooi zicht hebben op het binnenplein.  Ondertussen klimt ook  de temperatuur in Evora steeds hoger en hoger waardoor we voor de middag de smeekbede van het hotelzwembad eindelijk beantwoorden.  Het water is ijskoud maar zowel mijn reisgenote als ik trekken ons daar niets van aan en zoeken de verkoeling op (de ene al wat vlotter dan de andere).
Na de middag zetten we onze trip verder en gaan we op zoek naar de marmergroeven in Estremoz.  Een ritje naar het centrum levert niets op (buiten een stukje excellente marmercake) en we geraken niet veel wijzer uit de vele Portugese aanwijzingen die we krijgen.  Wat we uiteindelijk wel verstaan is het woord “kerkhof” en we vermoeden dus dat we ergens in die buurt zullen moeten gaan zoeken.  Mijn reisgenote en ik nemen onze gsm’s bij de hand en googelen dan maar wat in het rond om uiteindelijk het adres te vinden van het kerkhof op het stadsplan dat vlak voor onze neus hangt en daar rijden we dan ook naartoe.  We parkeren bij een klein kerkje, lopen het kerkhof op waarachter zich de marmergroeven bevinden maar geen van ons beiden is groot genoeg om over de kerkhofmuren heen te kunnen kijken.  We lopen dan maar terug naar de parking terwijl ik het op een lopen zet wanneer ik een graf passeer waarvan de steen helemaal opengebarsten is en ik een stuk hout tevoorschijn zie komen.  Mijn reisgenote vraagt zich luidop af waarom ik het op een lopen zet terwijl ik daarstraks wel in een kapel stond gemaakt van botten.  Met mijn antwoorden “dat is iets anders en het ene is het andere niet” en “daarom” moet ze het maar stellen. Wanneer we terug richting onze auto lopen, zien we dat er een grote poort openstaat waarachter zich verschillende ruwe blokken marmer schuil houden en er staat ook een deur open die toegang blijkt te geven tot een werkplaats.  Voetje per voetje sluipen mijn reisgenote en ik over het terrein en wanneer ik een arbeider zie in de werkplaats zwaai ik wat met mijn armen en doet hij teken dat we mogen verder stappen om een kijkje te nemen over het lage muurtje.  Wanneer we dat doen, kijken we meteen de schrikwekkende diepte in van de marmergroeven en blijken we letterlijk aan de rand ervan te staan. Ondertussen zien we ook dat af en toe de werkman eens komt kijken en daarbij breed glimlacht en hij wuift vriendelijk terug als we vertrekken en hem bedanken.
Een aantal kilometers verderop staat ons een andere uitdaging te wachten als we onze bagage weer ergens moeten zien onder te brengen.  Met stoffige sportschoenen, jeansshort en blozend van de hitte stap ik moedig een vijfsterrenhotel binnen waar ik meteen omgeven wordt door maatpakken. Ik vraag hulp, mag onze bagage brengen waarna ze tot de conclusie komen dat we niet in het hotel logeren.  Ik merk op dat ik dit toch duidelijk had gezegd (had ik ook echt wel gedaan) en met en sip gezicht zeg ik dat ik dan wel een andere oplossing zal zoeken.  Het helpt en onze bagage wacht op ons in een vijfsterrenhotel tot we klaar zijn met ons bezoek aan het Hertogelijk Paleis in Vila Viçosa.  Dit prachtige gebouw strekt zich uit aan de rand van een groot plein en blijkt binnenin bijzonder goed bewaard te zijn gebleven.  Het enige minpunt is de rondleiding in het Portugees maar het prachtige interieur van het gebouw compenseert dat minpunt ruimschoots.
Nadat ik onze bagage terug ophaal bij de maatpakken van het vijfsterrenhotel zetten we onze tocht verder naar onze slaapplaats in Marvao dat gekend staat voor zijn prachtige uitzichten en een fantastische zonsondergang.  Marvao vinden is geen enkel probleem…de Quinta daarentegen waar we logeren wel (de gps kan het adres maar niet vinden).  Na meer dan anderhalf uur rondrijden, het tot drie keer toe hulp gaan vragen in plaatselijke cafeetjes waar het onder de gepensioneerden plots muisstil werd omdat er een vrouw hun mannenbastion binnen viel, beginnen we stilaan te vrezen dat we onze slaapplaats niet gaan vinden. Als laatste redmiddel stap ik nog één keer een mannenbastion binnen en blijken we nog 500 meter van de Quinta verwijderd te zijn.  Blij dat we er eindelijk geraakt zijn, stap ik per ongeluk binnen langs de dubbele venster die uitnodigend openstaat.  De ontvangst is er allerminst hartelijk en ik denk dat we de enige onvriendelijke bewoner van Portugal hier hebben gevonden.  Ik krijg meteen de vraag waarom we niet hebben gebeld om de weg te vragen en mijn uitleg dat ik me niet zo goed kan uitdrukken in het Frans wordt niet op applaus onthaald.  Ik krijg ook het verzoek om via de deur binnen te komen. Wanneer ze mijn reisgenote en mij de weg wijst naar onze kamer hoor ik haar bijna denken…twee jonge mensen…kan alleen maar miserie en veel lawaai van komen.  Ik denk dat ze stiekem blij is dat we maar een nacht blijven.  Bij het zoeken naar deze Quinta hebben we veel van Marvao gezien, maar we kunnen enkel vermoeden dat de prachtige uitzichten en de zonsondergang te zien zijn helemaal op de top van de berg…want als dat niet het geval is…dan valt er in Marvao bitter weinig te beleven.  De zon was al helemaal onder toen we de Quinta bereikten…maar we hebben wel een weggetje gezien…gemarkeerd met een blauw bordje met daarop een gele schelp en versierd met allemaal gekleurde vlaggetjes…de weg naar Santiago loopt overal om ons heen en het doet iets met mij.

’s Morgens vertrekken we na een heerlijk ontbijt in de Quinta netjes door de deur.  Aan de openstaande raam durf ik mij niet meer te wagen.  We zetten koers naar Fatima waar we weer zonder veel problemen opvang vinden voor onze bagage.  Ikzelf heb het bedevaartsoord een twaalftal jaren geleden al eens bezocht en tot mijn grote spijt moet ik vaststellen dat vele delen van het domein een modernisering hebben ondergaan. Ook de basiliek blijkt grotendeels gesloten te zijn omwille van renovatiewerken. Wanneer we het domein opwandelen richting de basiliek weerklinken liederen uit de grote aula en net als vele anderen volgen we de muzieknoten tot ze ons in het midden van een misviering brengen. Het gezang klinkt engelachtig en maakt indruk.  We bezoek de graven van de herderskinderen, een stukje Berlijnse muur, de grote eik en de Kapel van de Verschijningen.  Aan de toeristische infobalie wordt er gevraagd naar de taal die we spreken en we krijgen speciaal een Nederlandstalige versie van de Rozenkrans en infoblaadjes over het domein.  We branden ook kaarsen, net als ontelbare anderen en zien onder gefluister diep vanbinnen in onszelf, onze kaarsen in de grote, warme vlammen versmelten tot was.
Na Fatima houden we een twintigtal kilometer verderop halt bij het  Mosteiro de Batalha waar onze koffers zorgvuldig worden bewaakt door een erg vriendelijke dame van het viersterrenhotel vlakbij.  We beginnen met een wandeling langs de buitenkant van het Mosteiro en genieten van de pracht van dit okergele kalkstenen bouwwerk met al zijn luchtbogen, pinakels, vensters en balustrades.  In het interieur dwalen we door de stichterskapel met de prachtige tombes, de kloostergang met prachtige tuin, het graf van de Onbekende Soldaat en eindigen we ons bezoek aan het klooster met één van de hoogtepunten van Portugal…de Onvoltooide Kapellen waar een koning en koningin elkaars hand vasthouden voor de eeuwigheid.
Onze tocht eindigt vandaag nog wat verder in Alcobaça waar we ook overnachten.  We installeren ons in onze kamer (ik krijg de eer te slapen in het gedeelte waar boven de bedden stickers hangen van Minnie en Mickey Mouse) en gezien het niet ver lopen is van aan ons hotel tot aan het klooster besluiten we vandaag ook nog een bezoek te brengen aan het Mosteiro de Santa Maria.  Ondanks de eenvoud van dit klooster, na de pracht en praal van Batalha, is dit gebouw eveneens de moeite waard om te bezoeken al was het maar om de bijzonder prachtige graven van Pedro en Inês.
’s Avonds trakteren we onszelf op een etentje vlakbij het klooster.  We hebben het terras bijna helemaal voor onszelf en daar profiteert ober Joseph van om zichzelf te laten gelden.  Hij voert het hoge woord, laat zich ontvallen dat mijn reisgenote volgens hem de baas is (wat hem niet in dank wordt afgenomen) en speelt met de menukaart alsof hij ermee gaat toveren.  Na ons etentje wil hij graag van ons weten wat we vinden van Alcobaça en hij wordt dolenthousiast als we vertellen wat we al allemaal bezocht hebben in Portugal.  Maar wat nog meer is…hij zorgt ervoor dat onze verwachtingen voor ’s anderendaags, die al heel groot zijn, alleen nog maar groter worden.

Op zaterdagochtend worden we tijdens ons ontbijt in Alcobaça zodanig op onze wenken bediend dat we op de duur geen lepeltje meer durven te vragen om een yoghurt te eten of onze chocomelk te roeren. Wanneer we dit uiteindelijk toch riskeren staat de halve keuken in rep en roer en krijgen we voor twee personen meteen zes lepeltjes toegestoken.  Roeren maar ! Na al deze verwennerij vertrekken we richting het Convento de Cristo in Tomar waar we weer zonder problemen opvang vinden voor onze koffers. Alvorens we beginnen aan het bezoek van het Convento willen we onszelf nog even voorzien van flesjes water maar dat is buiten een bus Nederlanders gerekend die erin slagen zich telkens voor ons richting de kassa te murwen.  Na een kwartiertje keer op keer voorgestoken te worden heb ik er genoeg van. Wanneer de verkoopster vraagt wie er aan de beurt is, zet ik de volumeknop wat hoger en bestel ik luid genoeg twee watertjes tot grote hilariteit van diezelfde verkoopster.  Ze heeft de boodschap en de bedoeling achter het volume duidelijk begrepen.  Vervolgens bezoeken we het Convento de Cristo en het dompelt ons helemaal onder in de wereld van de Tempeliers…een wereld die mijn fantasie altijd helemaal op hol doet slaan. Wanneer we een tweetal uurtjes later het klooster verlaten zijn mijn reisgenote en ik het unaniem eens…de kloostergangen, het venster van Tomar, het binnenplein en vooral het Charola dos Templarios…we hebben naar onze mening de mooiste bezienswaardigheid van heel Portugal bezocht.
Vanuit de wereld van de Tempeliers verplaatsen we ons moeiteloos naar de wereld van de Romeinen in Conimbriga.  Geen hotels te vinden in de buurt maar wel een erg vriendelijke Portugees aan de ticketbalie. Ik leg hem het probleem voor en hij biedt meteen aan onze koffers te installeren achter de balie.  Ik hobbel vervolgens met mijn valiezen over de kasseiweg wat nogal eigenaardige blikken oplevert…maar zolang onze bagage veilig is, zal ons dat een zorg wezen.  De man neemt onze bagage aan en vraagt bezorgd of we voldoende water bij ons hebben voor de wandeling van twee kilometer door de Romeinse ruïnes.  Dat is echt nodig want de hitte is verschroeiend op de open vlakte.  Ondanks de hitte vatten we de tocht aan die ons een blik gunt op het leven van de Romeinen en vooral op de vele prachtige mozaïeken die er nog te vinden zijn.
Vanuit Conimbriga rijden we richting Figueira da Foz waar we, voor het eerst sinds Lissabon, langer dan één nachtje zullen blijven.  Op onze kamer wacht ons een lekker welkomstgeschenk…appels, druiven en drie lekkere chocoladetaartjes.  We vinden het hotel meteen een topper ! We kunnen eindelijk ook terug genieten van een frisse duik.  Ik bereid me alvast voor en neem de bus zonnecrème in de hand met de opening van de spray naar de verkeerde kant en spuit vervolgens alles vol zonnecrème…alles behalve mezelf.  De eerste avond in Figueira da Foz sluiten we af in een restaurantje met zicht op de Atlantische oceaan en de horloge bij de hand.  Mijn reisgenote houdt zorgvuldig in de gaten wanneer we morgen op post moeten zijn op het strand om de mooie zonsondergang niet te missen.
Wanneer ik uitkijk over de oceaan denk ik nog even aan de ruïnes van Conimbriga…ik zag er mensen met een schelp aan hun rugzak en een blauw bordje met een gele schelp op…het pijltje wees naar een klein zandweggetje nabij de ruïnes…de weg naar Santiago loopt overal om ons heen en het doet iets met mij.

Zondag lijkt ons de ideale dag om uit te roepen tot rustdag…althans toch een halve rustdag want we kunnen het niet laten om toch één bezoekje te plannen. We rijden naar Coimbra voor een bezoek aan de universiteit en we stellen vast dat hiervoor een omweg maken een must is. We nemen de lift om de steile helling van in het centrum naar de universiteit te omzeilen en worden in de lift vergezeld door de ticketverkoper die zo gespierd is dat we vermoeden dat hij de lift eigenhandig met een touwtje omhoog zou kunnen trekken. De plaatselijke Vin Diesel blijkt echter te beschikken over een hart van koekebrood en laat ons nadien gratis terug naar beneden gaan met de lift. De rest van de dag brengen we door aan het zwembad waar ik eindelijk de bus zonnecrème naar behoren leer te hanteren en ’s avonds lopen we over de mooi aangelegde vlondertjes de Atlantische oceaan tegemoet. Ik ga even tot aan het water en spring uiteraard niet op tijd weg zodat de oceaan mijn schoenen overspoeld en vervolgens ploffen we ons neer in het zand. De zon zakt langzaam weg en laat ons genieten van een waar kleurenspel alvorens ze zich helemaal laat opslokken door het woelige water van de Atlantische oceaan.

Na onze bagage zorgvuldig te hebben opgeborgen in onze Fiat Punto rijden we door het prachtig, glooiende landschap van de Dourovallei naar Lamego en de rit door de vallei is een niet te missen bezienswaardigheid op zichzelf.  De gps heeft wat moeite met het vinden van het adres en uiteindelijk raken we verzeild in een wirwar van zulke smalle straatjes dat onze kleine Fiat er zelfs niet door geraakt zonder dat we de spiegels dichtklappen. Mijn reisgenote loodst de auto voorzichtig door de straatjes terwijl ik voor de auto wandel en haar instructies geef in een poging de straatjes zonder ongelukken door te komen. Na een half uurtje stapvoets rijden en wandelen in de smalle straatjes hebben we het beiden helemaal gehad. Mijn reisgenote heeft nood aan nicotine na een half uur op het scherp van de snede en ik ga hulp vragen aan een mevrouw die ik net zie thuis komen met haar boodschappentas. Wat zich dan ontspint is één van de meest geweldige conversaties die ik ooit al heb gevoerd op vakantie. Terwijl de vrouw kwettert in een bijzondere vorm van Engels en om de vijf woorden checkt of we nog kunnen volgen, begint haar man eveneens de uitleg tegen ons te doen maar dan in het Portugees. Ondertussen beginnen mevrouw en meneer ook nog tegen elkaar tekeer te gaan en zowel mijn reisgenote als ik snappen er steeds minder en minder van en hebben steeds meer en meer moeite om niet te beginnen schaterlachen. Na tien minuten hevige conversatie waaraan wij molenwiekend met onze armen deelnemen, neemt de man het heft in handen en tekent hij op een papiertje hoe we het snelst uit de smalle straatjes geraken en waar we naartoe moeten. Vijf minuten later zijn we op een grote baan maar vinden we nog steeds het hotelletje niet tot ik plots een bord zie staan waarop een naam prijkt die ik meermaals hoorde vallen in de conversatie. We besluiten dat dan maar te volgen en ploffen twintig minuten later eindelijk, na nog een bijzonder smal straatje  te hebben ingereden, op ons bed neer.  De kamer is oud maar erg  gezellig ingericht en kraaknet en wat meer is…als we de luiken openen ontvouwt de rand van de Dourovallei zich voor ons. De vriendelijke gastheer van de B&B geeft ons, na een korte rustpauze, een plannetje van het centrum van Lamego en we gaan op weg voor een bezoek aan de kathedraal, de gezellige straatjes en het gezellige pleintje dat een fantastisch uitzicht biedt op de trappen en de kerk Santuario de Nossa Senhora dos Remédios. Ik ga eveneens op zoek naar drie postzegels…schijnbaar moeilijk te vinden in de stadjes die we al bezocht hebben. In het postkantoor van Lamego zit ik aan de bron van de postzegels en mijn reisgenote en ik beseffen daar ter plekke dat het stilaan tijd wordt om te genieten van wat verkoeling in ons laatste hotelletje dat over een zwembad beschikt gezien ik postzegels bestel en dit door twee talen door mekaar te spreken.
De volgende ochtend strompel ik om 6u30 uit bed en ga ik op zoek naar mijn fototoestel. We hebben de luiken ’s nachts laten openstaan voor wat verkoeling en wanneer ik ’s morgens vroeg even wakker wordt, worden de heuvels omzoomd door een zachtgele gloed die overgaat in zacht oranje wanneer de zon ontwaakt in de Dourovallei. Het levert prachtige foto’s op waarna ik tevreden mijn hoofd terug op mijn kussen laat zakken. In de voormiddag bezoeken we in Lamego nog het Santuario de Nossa Senhora dos Remédios. We beslissen de 614 trappen niet te doen en rijden tot boven aan de kerk. Ondanks de eenvoud is dit een prachtige kerk en vanop het voorplein kan je een blik werpen op het plein in het centrum van Lamego. Het interieur van de kerk beschikt over prachtige glas-in-loodramen. In de kerk neemt een lieve kloosterzuster mijn reisgenote plots bij de arm en ze neemt ons mee naar een kleine plaats achter het altaar waar portretten hangen van bisschoppen en waar ze ons elk twee bidprentjes welgemeend in de handen drukt. We rijden nadien naar het centrum terug en brengen een bezoek aan het Museo de Lamego dat een topper blijkt te zijn. We zijn op dat moment de enige bezoekers in het museum en één van de zaalwachters loopt de hele tijd met ons mee vanop een afstandje. We stellen hem enkele vragen en merken dat daardoor zijn dag helemaal wordt goedgemaakt. Wanneer ons bezoek aan het museum ten einde is, vraagt hij ons uit welk land we komen en wat we al hebben bezocht. De verbazing is groot als we onze lijst beginnen op te noemen en na een kort maar geanimeerd gesprek stappen mijn reisgenote en ik richting de auto. Wanneer we een paar meter verder zijn, zwaait hij nog eens en roept hij enthousiast nog iets achterna…iets wat ik niet direct begrepen heb. Mijn reisgenote vertaalt “dat hij zegt dat jij kei mooie ogen hebt en dat jij zonder probleem kei mooi Portugees zou kunnen leren spreken”. Ik zwaai uit beleefdheid nog eens terug naar de man en kijk vervolgens naar mijn reisgenote…ze staat te glimlachen naar mij en staat op het punt iets te zeggen.  Alvorens ze dat kan doen val ik haar in de rede.  Ik kan op dat moment gedachten lezen…
Nadat we onze bagage hebben opgehaald en van de vriendelijke meneer van de B&B te horen hebben gekregen dat één nacht in zijn mooie hotelletje logeren echt te weinig is, vertrekken we richting Guimaraes voor een bezoek aan het Hertogelijk Paleis, het kasteel en het gezellige oude stadscentrum.
’s Avonds overdenk ik nog even de hele dag. Lamego is een erg klein stadje met enkel de kathedraal, de kerk met de 614 trappen en het museum als grote bezienswaardigheden maar toch kunnen mijn reisgenote en ik het zeker aanraden om er een tussenstop te maken, net als in Guimaraes waar een bezoek aan het paleis en het kasteel zeker en vast de moeite lonen. Helaas loopt onze vakantie ook stilaan ten einde.  ’s Ochtends vertrekken we om onze laatste etappe te volbrengen richting Porto, waar ons nog anderhalve dag rest alvorens terug te keren naar België.
Ik bedenk me ook nog dat ik in Lamego aan het Santuario de Nossa Senhora dos Remédios een blauw bordje heb gezien met een gele schelp erop en ik word er een beetje emotioneel van…de weg naar Santiago loopt overal om ons heen en het doet iets met mij.

De laatste 55 kilometer in “onze” Fiat Punto loopt op wieltjes maar we vragen ons af of het afleveren van de auto even vlot zal gaan als het ophalen ervan in Lissabon. We vermoedden van niet en gewapend met een hele resem tegenargumenten om geen extra kosten te betalen, stappen we terug het kantoor van Thrifty (Hertz) binnen. Tien minuten later staan we alweer buiten.  Er is gecontroleerd of we de auto hebben volgetankt, er is ons gevraagd of we iets te melden hebben van krasjes of dergelijke en verder krijgen we de afrekening mee…waar er, buiten de kosten van de tolwegen, geen euro extra opstaat dan vermeld stond op de huurovereenkomst. Kort gezegd, onze ervaring met het huren van een auto bij Thrifty (Hertz) is ons erg bevallen.
Ons hotel in Porto bevindt zich op slechts 300 meter van het kantoor van Hertz maar het is een gedenkwaardige 300 meter.  Het is er eentje met een stijgingspercentage van om en bij de 16%. Porto is vermoeiend heb ik twee goede vrienden recent horen zeggen en dat lijkt ons na 300 meter al een behoorlijk understatement. Ons hotel bevindt zich op de tiende verdieping van een flatgebouw en bleek in de jaren tachtig een prachtig hotel te zijn geweest.  Het is nu overduidelijk aan vernieuwing toe maar de kamer is erg ruim en netjes dus klagen doen we absoluut niet. We kunnen zelfs douchen met uitzicht over het hele centrum van Porto. In de namiddag bezoeken we het stadsdeel Vila Nova de Gaia en maken we een boottocht op de Douro waarna we tot het besluit komen dat we beter onze zonnecrème hadden meegenomen.  Na een hele vakantie “verantwoordelijk smeren” komen we uit de boot met rode knieën. Na de boottocht brengen we een bezoek aan de kelders van Sandeman en voor we aan de rondleiding beginnen, krijgen we het voorstel om mee te doen aan een consumptietest voor likeur. Gezien het we het toch op een drinken gaan zetten lijkt ons dit alvast een goed begin. Na de koelte van de Porto-kelders valt de hitte buiten als een blok op ons en besluiten we de klim naar de metrohalte te overbruggen met de kabelbaan waar een fotograaf net iets te enthousiast staat te kirren dat we moeten lachen voor de foto…iets wat in zo’n hitte bij mij tegenovergesteld werkt. Na een verkwikkende douche op de tiende verdieping met uitzicht over Porto begeven we ons terug naar Vila Nova de Gaia. Tijdens ons etentje worden we getrakteerd op een mooi vioolconcert en we besluiten onze geldbeugel boven te halen. De man is ons dankbaar maar staat even later terug aan ons tafeltje waar blijkt dat mijn reisgenote niet enkel centjes in zijn koffer heeft geworpen maar ook een oude proximus-simkaart. We nemen nadien de bus terug naar ons hotel maar kunnen daarmee helaas niet het stijgingspercentage van 16% ontwijken en ook een goede nachtrust zullen we aan ons moeten laten passeren. Recht over het hotel bevindt zich namelijk nachtclub “Eskada” waar vanaf middernacht tot ’s morgens vroeg gefeest wordt dat het een lieve lust is…ook op weekdagen.

Donderdagochtend begint met een dubbel gevoel. Enerzijds kunnen we ontbijten op de dertiende verdieping met een waanzinnig uitzicht over Porto maar anderzijds beseffen we ook dat dit de laatste dag is van onze fantastische trip door Portugal. Een reden te meer om er nog met volle teugen van te genieten. De enorm vermoeiende straten van Porto brengen ons langs de oude boekenwinkel, de Torre dos Clérigos, de kathedraal met zijn kloostergang versierd met prachtige blauwe tegeltjes en langs het Palacio da Bolsa dat met zijn Arabische Zaal een onverwacht waardige afsluiter is van een heerlijke vakantie ! We klinker er ’s avonds op in één van de restaurantjes aan de Cais da Ribeira, zowat het mooiste plaatsje van Porto en ik moet toegeven dat Porto mij als stad veel meer gecharmeerd heeft dan ik ooit had kunnen denken. We zijn niet meer bereid het steile stuk richting ons hotel te voet te overbruggen, nemen een taxi die ons in “fast and furious-stijl” naar ons hotel brengt waar we de laatste nacht ingaan alvorens naar huis terug te keren…wakker…samen met de feestvierders van “Eskada”…

…een roadtrip door Portugal en vele kilometers wandelen…
…een tocht door dorpen, steden, heuvels en valleien…
…liters water en halve liters wijn…
…de zon in al haar glorie en af en toe een verfrissende duik…
…stoffige wegen en wandelpaden en een woelige oceaan…
…kloosterzusters, koningen, koninginnen en museumbewakers…
…Romeinen en Tempeliers…
…pelgrims richting Santiago en waarom doet dat toch altijd zoveel met mij…
…en het besluit dat  fijne dagen met veel belevenissen en indrukken altijd veel te snel voorbij gaan…