Skip to content

Reisverslag

Dit jaar staat begin augustus de inpak van de bagage op het programma en wanneer het eindelijk zover is, vertrekken we voor dag en dauw richting Hongarije.  De eerste etappe van de tocht verloopt zonder problemen tot we halverwege Duitsland zijn.  De Vlaamse schone die in ons gps-toestel huist en ons al door vele landen heeft geloodst, besluit zich niet meer te laten zien maar enkel nog hoorbaar te maken.  De stem navigeert ons door Duitsland en Oostenrijk en wijst ons de weg naar een gezellige huis  tussen de bergen dat opgefleurd wordt door een massa prachtige bloemen.  Deze “zimmerfrei”  lijkt ons een garantie voor een goede nachtrust.  Van zodra we de auto geparkeerd hebben, staat de eigenares ons ondanks haar vergevorderde leeftijd, enthousiast toe te zwaaien.  Deze dame blinkt uit in vriendelijkheid en gastvrijheid maar poetsen in de hoekjes van de kamers blijkt niet haar sterkste kant te zijn.  De kamers zijn groot, de geur van vers gewassen lakens waait ons tegemoet, het is er eenvoudig maar heel comfortabel…maar na het ontdekken van drie spinnen in mijn kamer kom ik tot het besluit dat drastische maatregelen zich opdringen.  Die bestaan uit het oversteken van de gang, reisgenoot en vriend onder lichte dwang van mekaar te scheiden, die vriend mijn kamer toe te wijzen en me te installeren in de kamer met de daarin onverwacht alleen achtergebleven reisgenoot.  Mijn nachtrust is gegarandeerd en na een ontbijtje in de woonkamer van de vriendelijke dame gaat de tocht verder richting Hongarije begeleid door de Vlaamse schone die nog steeds handelt volgens het principe “wel klank maar geen beeld”.
De rit verloopt verder prima maar van zodra we de grens met Hongarije oversteken en ons in Hongarije bevinden, rijden we door een landschap dat een vreselijk troosteloze indruk geeft.  Kilometers lang zien we enkel een dor landschap, elektriciteitsmasten, asfalt, fabrieken,…tot er zich plots stilletjes aan een landschap ontvouwd dat hoop geeft op beterschap en een half uurtje later rijden we door het prachtige, groene landschap van Hongarije.
De uiteindelijke bestemming voor de eerste dagen van ons reis is Boedapest en hoewel we de juiste straat hebben ingegeven in ons gps-toestel blijken we terecht te komen in een woonwijk waar geen hotelletje te bespeuren valt maar vanwaar we wel een geweldig uitzicht hebben over de stad !  Na lang zoeken, vragen, googelen,…merken we dat we in de juiste straat staan maar in het verkeerde district en hoewel we een kwartier later vlakbij ons hotelletje zijn, geraken we maar niet aan de ingang ervan.  Gedurende een uur rijden we in cirkeltjes, draaien en keren we van hier naar ginder, proberen we alle mogelijke straten uit…maar omdat een straat rechts nemen nooit lijkt toegestaan in het centrum van Boedapest lukt het ons maar niet.  We vragen  hulp aan de “arm der wet” die ons een plannetje en bijbehorende uitleg aanreikt en zodoende geraken we uiteindelijk ter plekke.  We installeren ons in het hotelletje dat te midden van een appartementsgebouw ligt (onderaan heeft een huisarts zijn praktijk en op de bovenverdieping wonen gezinnen) en ons ontdekkingstocht van Boedapest kan beginnen.

De volgende ochtend trekken we erop uit, gewapend met veel water en zonnecrème om de verstikkende hitte het hoofd te kunnen bieden.  We wandelen langs de Centrale markthal (waar we verkoeling vinden tussen een gigantische massa voedingswaren en souvenirs) en de Vrijheidsbrug en wandelen zo omhoog naar de Rotskapel…een prachtige kapel die rust en stilte brengt te midden van de drukke stad.  Van daaruit stappen we verder naar de top van de heuvel waar de Citadel en het Vrijheidsbeeld staan.  De klim is steil en schaduw is er niet te vinden.  Wanneer we bijna aan de top van de heuvel zijn en  de zweetdruppels aan de puntjes van onze neuzen bengelen, zie we sproeiers staan op de grote grasvelden.  We besluiten aan de rand van de sproeiers rond te lopen om zo een klein beetje verkoeling te krijgen maar al gauw is de lokroep van het frisse water te groot…alsook het feit dat we één keer te laat wegsprongen toen het sproeiwater eraan kwam.  We gooien onze rugzak af en lopen dan maar gewoon het water in waardoor we een paar minuten later kletsnat richting een terrasje lopen.  Tot onze verbazing zijn we tien minuten later al terug opgedroogd en vertelt de ober dat ze zelden zo’n grote en langdurende hitte hebben meegemaakt in Boedapest.  Desondanks besluiten we dezelfde dag ook de Burchtheuvel nog te bezoeken maar in plaats van de klim te voet aan te vatten, kopen we een ticketje voor de Siklo die ons in een mum van tijd tot boven aan de heuvel brengt.  Het vroegere paleis is indrukwekkend, de Matthiasfontein en de Leeuwenpoort geven een statige indruk maar voor de Matthiaskerk op de Burchtheuvel is een absolute must !  Het verblindende wit van de kerk, de bontgekleurde majolicategels op de daken en de adembenemende fresco’s in het interieur maken van de Matthiaskerk één van de toppers van Boedapest.  Als kers op de taart staat even verderop het Vissersbastion en hoewel de naam “bastion” iets robuusts doet vermoeden, gaat het hier om een bouwwerk met torentjes en prachtige figuren waardoor het een sprookjesachtige indruk nalaat.
Na een vermoeiende dag worden we ’s avonds in een restaurantje voor het eerst geconfronteerd met de economische situatie in Hongarije wanneer we bij het afrekenen denken dat er een wel heel grote rekenfout is gemaakt (in ons voordeel weliswaar).  Maar niets is minder waar…eten en drank zijn “bespottelijk” goedkoop.

’s Morgens vertaalt de armoede zich meteen ook in de straten.  Ze staan vol met spullen die zullen opgehaald worden door de containerdienst maar mensen van alle leeftijden snuisteren tussen de spullen op zoek naar iets bruikbaars.  En even verderop zien we mensen plastic flesjes drank uit de vuilbakken halen om de restjes die er nog inzitten te kunnen opdrinken…en het contrast met het weelderige Parlementsgebouw waar we naartoe wandelen kon niet groter zijn.  Het Parlementsgebouw wordt het mooiste gebouw van Europa genoemd, een verwachting die het zonder enige moeite inlost en alleen al met het bekijken van de buitenkant van het gebouw zou je een halve dag zoet kunnen zijn.
Van daaruit wandelen we naar de Kettingbrug waar de leeuwen de wacht houden en bezoeken we de Sint Stefanusbasiliek.  Een aanrader en vooral het plafond met mozaïeken is alleen al de moeite waard.  In een aangrenzende kapel gaan we kijken naar de “Heilige Rechter”, een relikwie waarbij het zou gaan om de rechterhand van koning Stefanus I.  Mijn reisgenoot wordt na enkele minuten aangesproken door de toezichter van de kapel.  Hij wordt verzocht buiten te gaan omdat hij een mouwloos shirt draagt.  We proberen nog even te onderhandelen maar het helpt niet en dus moet hij verslagen afdruipen.  Twee minuten later ben ik het die de toezichter terug aanspreekt.  Ik merk dat er in het kapelletje twee meiden rondlopen in een shirtje met “spaghetti-bandjes” en zij worden niet de deur gewezen.  Wanneer ik bij de toezichter sta wijs ik naar hen en naar hun blote schouders.  Even later lopen er in de kapel twee meisjes rond met een handtas ter hoogte van hun nek…om hun blote schouders te bedekken.  Een kleine boodschap aan die twee meiden…het feit dat jullie daar zo moesten rondlopen was geheel mijn verantwoordelijkheid vanuit een soort rechtvaardigheidsgevoel en “iedereen gelijk voor de wet”-principe…waarvoor mijn oprechte excuses.
Vanuit de basiliek wandelen we verder langs de Donau en passeren we het beeld van het “Narrenmeisje”.  Ik ga naast het beeldje zitten op de reling (twee narrenmeisjes naast elkaar) en oogst daarmee wat blikken maar wanneer we verder wandelen en ik achterom kijk, klautert er al een volgende toerist op de reling.  We brengen nog een bezoek aan de synagoge waar de “levensboom” een verpletterende indruk op ons achterlaat, bekijken het House of Terror langs de buitenkant (na mijn bezoek aan het KGB-museum in Vilnius is het bekijken van de buitenkant voor mij voldoende) en eindigen we onze dag op het Heldenplein.

Onze derde dag in Boedapest brengen we vooral door op Margaretha-eiland, de groene long van de stad.  We genieten van de fonteinen, de bloemenpracht, de uitgestrekte grasvelden en nemen in de namiddag een duik in het immense grote openluchtzwembad dat zich op het eiland bevindt.  En na een heerlijke pizza genieten we van “Boedapest by night”.  We zien op een bankje langs de Donau de zon ondergaan, zien het Parlementsgebouw oplichten in de duisternis, nemen de Siklo en zien de Matthiaskerk en vooral het Vissersbastion sprookjesachtig en feeëriek verlicht worden en komen allemaal tot het besluit dat Boedapest één van de mooist verlichte steden van Europa is (zo niet de mooiste).

Vrijdagochtend maken we nog een tochtje met de Floatingbus.  Deze bus rijdt eerst langs verschillende bezienswaardigheden in de stad om vervolgens volle vaart het water in te rijden voor een “bustochtje” op de Donau. Ik ben de enige van het reisgezelschap die vindt dat een bus gewoon op de weg hoort te rijden maar gelukkig ben ik avontuurlijk genoeg ingesteld om er vanuit te gaan dat drijven ook wel zal kunnen en na een tocht van een tweetal uurtjes over land en water rijden we met de auto over de weg…zoals het tenslotte hoort…naar het Velence-meer waar we onze vakantie nog een weekje zullen verder zetten.

Onze Vlaamse schone heeft het inmiddels helemaal opgegeven…ze laat zich ook niet meer horen.  We besluiten haar een plaats te geven in het handschoenkastje en laten ons leiden door printjes van google-maps die ons nog naar een aantal mooie plaatsen brengen in de omgeving van het Velence-meer.
We ondernemen onder andere een tochtje naar het Balaton-meer.  We doorkruisen een paar kleine, mooie stadjes maar ontdekken dat je aan de rand van het Balaton-meer vooral mooie wandelingen kan maken en dat een boottochtje op het meer een rustgevende aanrader is.
Na een dagje rust brengen we een bezoek aan het Buffelreservaat en Kanyavar Island. Het Buffelreservaat is een heel eenvoudig ingericht park waar één van de oudste rassen van de Hongaarse dieren leven en het is een  wake-up call van moeder Natuur.  Het is een raar gevoel om te weten dat er in dit park nog 200 dieren leven van een soort die in de rest van Europa bijna uitgestorven is.  In het park is een korte maar mooie wandeling uitgestippeld langs de dieren, langs een schuur die is ingericht als museumpje, langs strobalen en grasvelden,…  We besluiten ook meteen een bezoek te brengen aan de prachtige houten bruggen van Kanyavar Island die in de buurt zouden moeten liggen van het Buffelreservaat maar ze blijken moeilijk te vinden.  We komen uiteindelijk terecht in het infocentrum van het Kisbalaton natuurpark, waarvan de bruggen een onderdeel vormen, en de jongeman aan de balie legt ons gedetailleerd uit waar we moeten zijn.  Naast het infocentrum ligt nog een klein kapelletje dat in het oog springt door zijn vorm en ik besluit toch maar vlug een kijkje te gaan nemen.  Ik vind in het kapelletje een vergulde boom waarvan de takken reiken tot in de nok van het dak en takken die volhangen met vergulde bladeren waarop telkens een naam geschreven staat.  Bovendien wordt de stam van de boom bewaakt door vier koningen.  Ik spoor mijn reisgenoten aan ook een kijkje te gaan nemen maar ze vinden er niets aan.  Smaken verschillen.  Nog geen tien minuten later hebben we de houten bruggen gevonden die wandelaars en vogelspotters naar Kanyavar Island leiden.  De prachtige houten constructie heeft als resultaat een knappe brug die uitzicht biedt op een wondermooi moerasgebied.  En terwijl de hagedisjes rond onze voeten trippelen, snuiven we met volle teugen de gezonde lucht op en genieten we van de natuurpracht en de stilte rondom ons.
Een laatste bezoek, voor we onze vakantie afsluiten met twee daagjes rust, brengt ons naar de abdij van Pannonhalma.  Hoewel de abdij langs de buitenkant een heel eenvoudige indruk geeft, is het interieur adembenemend mooi.  De Porta Speziosa, de deur met zuilenwanden in rood marmer, de witte kapitelen van zandsteen, de kruisgang en de crypte met kruisribgewelven en het hart van Otto van Habsburg zijn een bezoek meer dan waard.  Maar de blikvanger van de abdij is de immense bibliotheek met een collectie waardevolle Codices en andere werken.  We blijven zeker een half uur rondkijken in de bibliotheek en hoe meer we er rondwandelen hoe meer zin we hebben om één van de boeken van de plank te halen !  Zelfs wie niet graag leest zou van deze bibliotheek onder de indruk geraken !  We sluiten ons bezoek aan Pannonhalma af met een rondleiding in de wijnmakerij die door de monniken terug werd opgestart begin jaren 90 en zijn er zeker van dat dit op één na kleinste wijndistrict van Hongarije een schitterend product zal afleveren.

Na twee dagen rust en waterpret vertrekken we terug naar België met een wel heel grote print van google-maps (wie heeft er eigenlijk een gps nodig).
We hebben ervaren dat de eerste kilometers op Hongaarse bodem niets zeggen over de natuurpracht waarover het land beschikt en we hebben met Boedapest één van de mooiste steden van Europa bezocht.
We hebben de rijkdom ervaren die de Hongaarse cultuur bezit maar hebben ook de armoede gezien die er heerst bij jong en oud.
Wij daarentegen hoeven over niets te klagen…bij thuiskomst staat er ’s anderdaags een klein tuinfeestje gepland…de kleine avonturier is terug thuis.
Ik wens de Hongaren en hun prachtige land een hoopvolle toekomst toe !