Skip to content

Rosslyn Chapel

In Rosslyn Chapel is het verboden om foto’s te nemen.  Enkel de buitenkant van de kapel kan u fotograferen.  U kan echter prachtige foto’s van het interieur kopen voor 5 pond (prijs in 2013).  U kan deze foto’s kopen via de website van Rosslyn Chapel (zie praktische tips) of u kan de foto’s kopen in de souvenirshop.

Rosslyn Chapel (ook wel de Collegiate Chapel of Saint Matthew genoemd) is een 15de eeuwse kapel gelegen in Roslin, zo’n 8 kilometer van Edinburgh in de Schotse regio Midlothian.  In 1446 werd met de bouw begonnen door Sir William St Clair (ook wel Sinclair genoemd), Baron van Roslin en Prins van Orkney.  William overleed in 1484 en werd bijgezet in de onvoltooide kapel.  Zijn zoon en opvolger Oliver zette de bouw niet voort en voorzag enkel het reeds gebouwde koor van een dak.  Ten tijde van de reformatie bleef Oliver St Clair rooms-katholiek en kreeg hij aldus meerdere malen de opdracht om altaren uit de kapel te verwijderen.  Eind augustus 1592 werden ze verwijderd en werd de kapel niet meer gebruikt voor religieuze vieringen en geraakte ze in verval.  In 1688 werd de kapel beschadigd vlak nadat de protestantse Willem III van Oranje Engeland was binnen gevallen en de katholieke Jacobus II van Engeland had afgezet.  De beschadigingen werden toegebracht door een volksmenigte die van Edinburgh naar Roslin trok om alle rooms-katholieke meubels en versieringen te vernietigen.  Vervolgens bleef de kapel weer verlaten tot 1736.  Toen bracht James St Clair glasramen aan en herstelde hij het dak en de vloer.  In het begin van de 19de eeuw werden verdere restauratiewerken uitgevoerd.  In 1861 stond de derde Graaf van Roslin, James Alexander, toe dat de zondagse diensten mochten worden hervat in de kapel en op 22 april 1862 werd de kapel opnieuw ingewijd door de bisschop van Edinburgh.  De kapel werd in de jaren nadien verder hersteld.  In 1954 werd de kapel schoongemaakt met een ammonia-oplossing en werd een mengsel dat onder andere magnesiumfluoride bevatte gebruikt om gaten in de ornamenten te dichten.  Dit leidde echter tot een te grote vochtigheid van de stenen wat op zijn beurt leidde tot condensatie. In 1995 constateerde men een te grote luchtvochtigheid in de kapel en in 1997 werd een stalen constructie over de kapel heen gebouwd zodat de stenen konden drogen en schade werd voorkomen.  De architect James Simpson leidde de restauratiewerken.

Volgende bezienswaardigheden zijn de hoogtepunten van een bezoek aan Rosslyn Chapel:

- Bouw: De buitenkant van de kapel is eenvoudig en doet niets vermoeden van wat er zich binnen bevindt.  Rosslyn Chapel was bedoeld als een kruisvormige kapel met een centrale toren.  Maar opgravingen uit de 19de eeuw wezen uit dat de fundamenten van het schip nog 27,7 meter (!) doorliepen vanaf de westelijke ingang onder de latere doopkapel en het kerkhof door.

- Naast de kapel bevindt zich de grafsteen van de familie St Clair.

- Koor: In het interieur van Rosslyn Chapel zijn vele stenen decoraties te vinden waarvan velen Bijbelse taferelen uitbeelden.  Het tongewelf is verdeeld in vijf delen die versierd zijn met madeliefjes, lelies, bloemen, rozen en sterren.  Op de tweede rib hangt een uitstekende steen met daarop het wapenschild van de familie St Clair.  Het koor is 14,6 meter lang, 5,5 breed en 13,4 meter hoog.  In de kapel bevindt zich de vermoedelijke grafsteen van William St Clair.  Op de grafsteen staat een zwaard afgebeeld.  Het centrale motief is een kruis bestaande uit een cirkel met bloemen die een kelk of een graal vormt, staande op een lange steel.  Een symbool dat vaak wordt geassocieerd met de Orde van de Tempeliers.
Op de vloer voor het altaar is een figuur van een bewapende ridder te zien.  Hij heeft zijn handen omhoog gericht als gevouwen in gebed en aan beide zijden van zijn hoofd is een schild met een leeuw terwijl aan zijn voeten een greyhound is afgebeeld. 
In de zuidelijke beuk is één van de ramen versierd met figuren die volgens sommigen lijken op maïs.  Als dit maïs is dan is de vraag hoe men de plant kende toen de kapel werd gebouwd want maïs was een Amerikaanse plant en Amerika werd pas ontdekt aan het einde van de 15de eeuw.  Er bestaat een verhaal dat zegt dat Henry St Clair, Eerste Prins van Orkney, al in Amerika was geweest lang voor Columbus.
Er is ook een architraaf te vinden met de tekst uit één van de apocriefe boeken: Forte est vinu.  Fortior est rex.  Fortiores sunt mulieres: sup[er] om[nia] vincit veritas.  “Wijn is sterk.  De koning is sterker.  Vrouwen zijn nog sterker: de waarheid overwint alle”.  Op een andere architraaf zijn de zeven werken van Barmhartigheid uitgebeeld met op het eind St Petrus bij de hemelpoort.  Op de andere zijde van de architraaf staan de zeven Hoofdzonden met op het eind de duivel die uit de mond van een monster komt.  De steen met aan de ene kant Liefdadigheid en aan de andere kant Hebzucht is omgekeerd op zijn plaats gezet zodat ze in de verkeerde reeks voorkomen.

- Lady Chapel: Deze kapel van Onze Lieve Vrouw is 4,6 meter hoog, 2,5 meter diep en 10,7 meter breed.  Boven elk van de altaren bevindt zich een dubbel raam met de voorstelling van de twaalf apostelen.  In deze kapel vind je ook de groene man.  Op de ribben van het gewelf zijn ook 16 figuren te zien elk vergezeld van een skelet…de dans van de dood ofwel de “danse macabre”. 

- Pilaren: Er is de Mason’s Pilar (Pilaar van de Metselaar) en de Apprentice Pilar (Pilaar van de Leerling).  Deze laatste is echter rijkelijker versierd dan alle anderen.  Zo zijn er stenen guirlandes om de zuil heen gewonden en bestaat het voetstuk uit 8 draken die mekaar vasthouden.  In de 18de eeuw heeft de zuil de naam van Apprentice Pilar gekregen.  Daarvoor was de pilaar enkel bekend als de Prince’s Pilar (Pilaar van de Prins).  De overlevering die in de 18de eeuw is ontstaan, vertelt het verhaal van een meestermetselaar die het ontwerp van de stichter kreeg voor een prachtige zuil.  De meestermetselaar durfde echter de pilaar niet te maken zonder het origineel te hebben gezien in Rome.  Tijdens zijn afwezigheid maakte de leerling de pilaar echter af.  Bij zijn terugkeer ontstak de meestermetselaar in woede in plaats van trots te zijn op zijn leerling en de meester doodde de leerling.

- Sacristie: Deze is vermoedelijk ouder dan de rest van de kapel.  Ze is rechthoekig van vorm en is zo’n 11 meter lang.  Het plafond is voorzien van het wapen van de familie St Clair.  De sacristie heeft verder vrijwel geen versieringen.

- Doopkapel: Deze werd gebouwd in 1880-1881 samen met de orgelruimte erboven.  Het orgel werd in 1872 gebouwd door David en Thomas Hamilton uit Edinburgh en in 1902 gerestaureerd.

Rosslyn Chapel is door velen geassocieerd met de Orde van de Tempeliers en/of de vrijmetselarij en soms genoemd als een mogelijke locatie van de Heilige Graal.
Er is echter geen geschreven historisch bewijs dat er een verband bestaat tussen de Tempeliers en Rosslyn Chapel hoewel er connecties te vinden zijn tussen de Tempeliers en de familie St Clair.  Hugues de Payens, mede-oprichter en eerste Grootmeester van de Tempeliers tussen 1118 en 1136 was gehuwd met ene Katherine St Clair.  Verder waren er twee leden van de familie St Clair Grootmeester in de 13de en 14de eeuw en aan het begin van de 14de eeuw vluchtten er Tempeliers naar Schotland.

Een aantal bijzonderheden in verband met Rosslyn Chapel zijn de volgende:
- De naam Rosslyn Chapel heeft een Keltische achtergrond.  Het woord “Ros” staat voor oude kennis en het woord “Linn” betekent generatie.  De naam “Rosslyn” (oude spelling) staat dus voor oude kennis die wordt doorgegeven van generatie op generatie.
- Onder de kerk bevindt zich een grote ruimte zonder ingang.  Niemand krijgt toestemming die ruimte te onderzoeken.
- Het leger van Oliver Cromwell vernietigde in 1650 alle katholieke monumenten behalve Rosslyn Chapel.  Niemand weet waarom hij dit spaarde.
- In de kapel bevindt zich de Rosslyn Motet.  Het zijn versieringen met ingewikkelde patronen waaronder 213 kubusvormige ornamenten die uit pilaren en bogen van het tongewelf steken.  Velen proberen deze te interpreteren maar een definitieve interpretatie is nog niet aanvaard.  Er werden eveneens pogingen gedaan om de patronen akoestisch te interpreteren.  Thomas en Stuart Mitchell hebben in deze patronen de “Chladri-patronen” herkend en hebben een reconstructie gemaakt van een mogelijk lied (motet) dat deze figuren zouden kunnen produceren.  Volgens sommigen produceren de kubussen, als ze goed worden geïnterpreteerd, een zeer belangrijke antieke melodie. 

(Op de fotopagina kunt u nog andere foto’s bekijken van Edinburgh)