Skip to content

Reisverslag

Een groot rood uitroepteken in onze agenda luidt in de zomer van 2012 de eerste dag van onze vakantie in.  Om 14u zit de dienst erop, de kaart gaat in de prikklok, de rit naar huis verloopt met de glimlach en na een sprong in de douche beginnen we aan de rit naar Istrië.  Het verkeer is ons gunstig gezind en uiteindelijk belanden we om middernacht reeds in Munchen.  Met nog slechts 650 kilometer te gaan en dus ruimschoots over de helft kunnen we de volgende ochtend ontspannen aan de laatste etappe van de rit beginnen.  Dat gevoel is echter snel voorbij wanneer we beseffen dat op zaterdag de woorden verkeer en ontspannen niet samen in een zin passen.  Na meer dan 7 uur rijden hebben we nog niet de helft gedaan van de overblijvende kilometers. We zijn al lang gestopt met het tellen van het aantal minuten dat we stil staan.  We schakelen over naar andere tijdsmaten (een half uur, een uur) en we bekwamen ons in het verorberen van chips om te tijd te doden.  Tijdens het eindeloze wachten en begeleid door het knapperende geluid van chips kan ik het niet laten om mijn reisgenoot met vliegangst er fijntjes op te wijzen dat we er met het vliegtuig al lang zouden zijn.  5 uur later dan voorzien, om 21u30, komen we eindelijk aan in Istrië…verwelkomd door een warme maar felle wind. 
 
Na een deugddoende nachtrust rijden we ’s morgens naar het wisselkantoor en onderweg passeren we een klein kabbelend riviertje omzoomd door bomen dat door hevige wind wordt omgetoverd tot een razende rivier die een kolkende massa water voortbrengt en waarnaast zwiepende bomen bijna hoorbaar kreunen en kraken.  Na de hittegolf van midden juli zorgt de natuur zelf even voor afkoeling door de hitte bijna weg te blazen…maar het hotelpersoneel stelt elke toerist gerust…binnen twee dagen is het terug 40 graden !! Bij terugkomst van het wisselkantoor besluiten we ons toch te wagen aan een middagje zwembad.  We zijn lekker uitgewaaid aan het einde van de dag.  We weten ondertussen hoe we rondvliegende parasols moeten vangen, mijn zwemtas lijkt bij momenten over wieltjes te beschikken en verplaatst zich vanzelf en de bladzijden van mijn boek flapperen van hier naar daar en de lettertjes lijken alle kanten op te gaan.
 
’s Anderdaags schijnt de zon al terug volop en hoewel het nog stevig waait gaan we op pad om een bezoek te brengen aan Pula, het economische en culturele centrum van Istrië.  Toegekomen in Pula zijn we omgeven door Romeinse overblijfselen.  Het amfitheater schitterd prachtig onder een goudgele zon, de tempel van Augustus prijkt statig op het Forumplein en de Triomfboog van Sergii is een waardige afsluiter van de voetgangerszone.  We besluiten de smalle straatjes naar boven op te klimmen en komen uit bij de Franciscanenkerk en het -klooster gewijd aan Franciscus van Assisi.  Een zeer eenvoudige kerk maar de bijna vervaagde inscriptie gewijd aan Franciscus van Assisi en de beroemde houten polyptiek achter het hoofdaltaar maken dat deze kerk zeker een bezoekje waard is.  Op ons plannetje van Pula staat ook de Rimski Mozaik maar die vinden is een andere zaak.  We volgen nauwgezet het stratenplan maar lopen tot drie keer toe in een cirkeltje en telkens staan we terug in de voetgangerszone.  Mijn reisgenoot en ik besluiten terug te gaan tot aan de laatste wegwijzer naar de mozaïek en onze aandacht wordt getrokken door een nogal bouwvallig afdak aan de achterkant van een moderne building.  Volgens ons wijst de pijl naar daar !?!  We lopen door een speeltuin die bezaaid is met grote stenen blokken (het lijken wel overblijfselen van pilaren), lopen vervolgens een kleine parking over, sluipen langs een paar geparkeerde auto’s en kijken vervolgens onder het afdak…en daar ligt de Rimski Mozaïk te pronken.  Het is een onvoorstelbaar prachtig bewaard gebleven mozaïek die een legende uit de Griekse Mythologie uitbeeld.  Wie Pula bezoekt, moet deze mozaïek zeker gezien hebben.  Wanneer we de stad verlaten, bezoeken we nog even de kathedraal van Pula die een grote teleurstelling is.  Ze  laat een koude en kille indruk achter.  Op vier kilometer van Pula breng ik alleen nog een bezoek aan het Zeekerkhof waar je een wandeling kan maken door de graven uit de Oostenrijkse-Hongaarse tijd.  De graven houden sereen de wacht en de sfeer wordt er bepaald door de prachtige beeldhouwwerken die schitteren in de zonnestralen die doorgelaten worden door de wuivende palmbomen. 
 
Een dag na ons bezoek aan Pula valt er in de voormiddag terug een malse regen (waar is de zon).  We besluiten dan maar een bezoek te brengen aan Labin.  Volgens de reisbrochure een hooggelegen, pittoresk Middeleeuws stadje met prachtige huizen en paleizen.  Een half uur nadat we er zijn toegekomen vertrekken we er ook meteen terug.  Paleizen heb ik niet gevonden (niet goed gezocht of gesloten), de prachtige huizen zijn me niet opgevallen, de straten zijn vuil en bij een winkeltje weet ik niet wat te zeggen als de oude verkoper vraagt of ik het beleid van Tito goed vond of niet. Persoonlijk vind ik Labin geen aanrader. 
Ondertussen is het opgehouden met regenen en worden we terug opgevrolijkt door de zon die steeds meer en meer begint te schijnen.  We leggen ons alvast aan het zwembad om de eerste zonnestralen terug in ontvangst te nemen en de teleurstelling van Labin door te spoelen.  De dag erna doen we hetzelfde onder een zon die de temperaturen doet oplopen tot 40 graden !
 
Na een dagje bakken en braden bezoeken we een prachtig stukje natuur in de buurt van Vrsar.  We rijden richting de Limski Fjord.  Ondanks de naam gaat het hier niet om een echte fjord maar om een gezonken karstdal met oevers die op het verste punt landinwaarts tot 100 meter hoog reiken.  Op weg naar de Limski Fjord zien we her en der grote houten constructies staan die je kan beklimmen door de krakende, versleten trappen te nemen.  We nemen het risico en worden boven in de uitkijktoren beloond met een magnifiek uitzicht over de fjord.  Aangekomen in het haventje van Vrsar gaan we aan boord van een rondvaartboot die ons meeneemt voor een twee uur durende vaart of het Limski Kanal.  Ik heb zelden zo’n mooie, heldere en felle tinten blauw en groen zien samenkomen in de natuur.
 
Terug aangekomen in het hotel zijn we blijkbaar in het vizier geraakt van de hotelmanager.  Ze komt naar ons toe gestapt en vraagt zich af of we het wel naar onze zin hebben.  We vertellen erg tevreden te zijn over ons verblijf.  Ze vindt het raar zegt ze dat we zo vaak weg zijn.  Ondertussen komt een van de animatoren erbij staan die zegt dat ze net fier moet zijn dat er mensen zijn die het land echt willen zien en beleven.  De hotelmanager zwicht en begint honderduit te vertellen over haar oma die olijfgaarden bezit die helemaal verdroogd zijn door de hittegolf, over haar job als manager, over de droogte van de afgelopen maanden,…De animator van zijn kant vraagt uit welk land we komen en voegt er meteen aan toe dat hij hoopt dat wij het beter hebben als zij.  En voor het eerst sinds Labin komt Tito weer ter sprake.  Ik zeg hem dat ik te weinig weet over die periode om er deftig over mee te kunnen spreken maar dat vindt hij niet erg.  Hij wil alleen maar duidelijk maken dat ze onder Tito alles hadden en nu niets meer…of toch heel weinig.  In die tijd kon iedereen studeren, iedereen had werk en er was een betere sociale zekerheid.  Nu moeten jonge Kroaten vaak zes maanden in het buitenland gaan werken om het volgende half jaar in eigen land financieel makkelijker te kunnen overleven.  Ook studeren is niet meer zo evident vaak wegens te duur.
 
De volgende dag zwaait de manager ons vriendelijk uit wanneer we op uitstap vertrekken. Dit keer staat een bezoek aan Porec, bekend omwille van de Euphrasiabasiliek, op het programma.  Als van bij het uitstappen en het zien van de oude stadsmuren weet ik dat dit bezoek de moeite waard zal zijn.  Al is er nog een moment van lichte twijfel wanneer we de inkompoort van het complex zien (een kleine stenen boog met een mozaïek en een gietijzeren deur).  Maar de twijfel ebt meteen weg wanneer we ontdekken wat voor een immens complex zich schuil houdt achter de kleine poort.  Het binnenplein, de doopkapel, de klokkentoren, het bisschopspaleis en de magnifieke mozaiëkcollectie zijn slechts een klein voorsmaakje van het hoogtepunt van het bezoek en verdwijnen bijna in het niets bij het zien van de rijkelijk versierde apsis bij het binnenkomen van de basiliek.  Overdonderd door de aanblik gaan we even op de banken zitten om te kijken en pas nadien gaan we over tot het nemen van een heleboel foto’s.  We kuieren na dit bezoek nog even door de straten van Porec om te genieten van de bloemenpracht, de Romeinse overblijfselen die her en der verspreid liggen, het gezellige haventje en de hoofdstraat met zijn huizen in Romaanse en Gotische Stijl en gaan dan op weg naar de Jama Baredine, een van de vele druipsteengrotten van Kroatië.  De 250 trappen brengen ons 66 meter diep de aarde in en we bezoeken vijf grote zalen met prachtige druipsteenformaties.  En op het diepste punt maken we kennis met de Olm…het blinde visje zonder pigment…bizar.  Hoewel we in de grot ook genieten van de frissere temperaturen breekt het (angst)zweet ons uit wanneer we plots beseffen dat we ook wel terug 250 trappen naar boven moeten klauteren.  De gids moet blijkbaar in de grot altijd als laatste naar boven gaan wat maakt dat we allemaal een beetje het gevoel krijgen opgejaagd wild te zijn…want mevrouw de gids houdt er achter in de rij een behoorlijk tempo op na wat wil zeggen dat iedereen voor haar hetzelfde tempo moet aanhouden…willen of niet…  Half uitgeput komen we terug aan het aardoppervlak piepen en merken we dat het buiten zo mogelijk nog warmer is geworden.  Bij terugkomst in het hotel ligt op bed een briefje met de vraag een douchemoment zo kort mogelijk te houden en de melden dat auto’s wassen verboden is wegens een dreigend watertekort in Istrië.  De hitte begint zijn tol te eisen.
 
De daaropvolgende dag maken we de manager blij door een dagje aan het zwembad door te brengen en genieten we van de danspasjes van de animator.  Het half uurtje aquagym is iets om naar uit te kijken.  Niet omdat we meedoen…dat in geen geval…maar omdat we zelden iemand hebben gezien die zo met zijn heupen kan zwieren op het ritme van de muziek dan de animator.   
 
Ondanks de hitte die nog steeds feller en feller lijkt te worden staan er nog twee bezoeken op ons lijstje te beginnen bij Rovinj.  Een absolute aanrader in Istrië !! De felgekleurde huizen bezorgen je een vrolijk gevoel, de straatjes zijn enorm gezellig, de haven straalt bedrijvigheid en tegelijk rust uit en de Kathedraal bezoeken is een must !!  De Kathedraal met zijn kleurige glasramen en prachtige schilderijen ligt aan het felblauwe water omgeven met bomen in alle tinten groen waardoor deze plek een bijzondere sfeer uitstraalt.
 
’s Anderdaags staan we extra vroeg op op in Fazana de boot te nemen richting het Brijuni National Park, het vroegere buitenverblijf van Tito.  Het National Park moet sowieso op het lijstje staan van iedereen die Istrië bezoekt.  Na de korte boottocht over het kanaal stappen we in het toeristentreintje dat ons door het safaripark rijdt dat in 1978 werd opgericht door Tito.  Vervolgens bezoeken we het Monument van Koch en de Kerk van Saint Germaine waarin je een kopie kan bezichtigen van een belangrijk tablet waarin een glagolische tekst staat gebeiteld.  De rondrit met het treintje eindigt bij het Museum van Tito.  Het eerste deel van het museum (opgezetten dieren) laten we aan ons voorbij gaan en we nemen op de bovenverdieping van het museum de tijd om langs de overzichtstentoonstelling te lopen van het leven van Tito.  En hoewel we er onze tijd voor nemen wordt ik er niet echt wijzer van.  Aan het einde van de tentoonstelling staat een jongeman die ons aanspreekt en vraagt waar we vandaan komen.  Ook hij als prille dertiger verlangt terug naar de tijd van Tito.  Wanneer we vragen welk werk hij doet wijst hij naar een groepje mensen in het museum.  Ik ben gids zegt hij en hij voegt er met een grijns aan toe…ik gids nu een groepje Serviërs…en hij zegt er met een knipoog ook nog meteen bij dat het dit keer brave Serviërs zijn.

Hoewel het treintje ons op heel wat plaatsen op het eiland heeft gebracht zijn er nog een aantal dingen die op ons verlanglijstje staan.  We kopen twee liter water om het hoofd letterlijk koel te kunnen houden en we lopen langs de 1600 jaar oude olijfboom en bezoeken de botanische tuin. Helaas zijn de Byzantijnse en Romeinse opgravingen te ver om te voet te doen in de hitte en ook de voetsporen van de dinosaurussen zijn te ver.   Maar mijn reisgenoot heeft de perfecte oplossing.  Ze verhuren namelijk golfkarretjes om mee rond te rijden op het eiland.  Hij vindt dat we onszelf best een extraatje mogen gunnen en na lang beraad verklaren we ons akkoord met zijn voorstel.  En vervolgens rijden we aan de maximumsnelheid over het eiland.  We bezoeken de opgravingen die aan de rand van een meer en aan zee liggen en dan gaan we op zoek naar de voetsporen van de dinosaurussen.  Ze liggen verder dan we dachten en we scheuren met ons karretje over het eiland heen en houden de klok in de gaten.  Niet tijdig terug zijn met het karretje betekent een flinke hap extra uit ons budget.  Uiteindelijk vinden we de plaats van de voetsporen maar omwille van tijdsdruk ben ik niet meer helder genoeg om ze daadwerkelijk te vinden.  “Ik vind de voetsporen niet”. “   “Ik zie de voetsporen niet”.  Dat is zo ongeveer het enige dat nog uit mijn mond komt tot mijn reisgenoot en tevens deskundig chauffeur van het golfkarretje rustig opmerkt…als je zou stoppen met gillen zou je zien dat je OP die voetsporen staat !!  Een paar foto’s later zitten we alweer in ons golfkarretje en drie minuten voor het verstrijken van onze tijd staan we netjes geparkeerd bij het verhuurcenter.
 
Onze laatste twee dagen besluiten we in alle rust door te brengen aan het zwembad en in de bar.  Uiteraard komt de hotelmanager nog eens polsen hoe het met ons gaat en ze vertelt dat ze erg bezorgd is over het weer.  Ze hoopt dat het eens regent…maar dan liefst op een moment dat de toeristen nog in hun bed liggen zegt ze.  ’s Avonds heeft ze een verrassing voor alle gasten maar ze weet pas tien minuten op voorhand of haar verrassing kan plaatsvinden of niet. Ondertussen valt er in de bar heel wat te beleven.  De Olympische Spelen zijn volop aan de gang en de handbalwedstrijd tussen Kroatië en Servië wordt op dat moment gespeeld.  De sfeer die er hangt bij de Kroatische fans in de bar is hevig.  Het lijkt alsof de oorlog zoveel jaren later terug wordt uitgevochten op het speelveld van de handbalwedstrijd.  Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat als Servië wint de bar een woelige nacht tegemoet zal gaan.
 
Wanneer het donker wordt zien we de manager met een grote glimlach van hier naar daar hollen.  Ze heeft ondanks de hitte, de droogte en de aanwezigheid van veel bomen het fiat gekregen om een groots vuurwerk af te steken !!  Onze laatste avond in Kroatië is er een waarbij de hemel gedurende twintig minuten onophoudelijk alle kleuren van de regenboog krijgt !!
 
’s Morgens vroeg vertrekken we terug richting België.  De razende rivier is terug een kabbelend beekje geworden en de bomen die het omzomen wiegen mee met een zachte bries.  Verderop wordt en een hooischuur geblust die door de hitte door de vlammen werd verteerd.
Ik wens de hotelmanager toe dat ze zo snel mogelijk van middernacht tot ’s morgens vroeg kan dansen in de regen…