Skip to content

Reisverslag

Op 29 mei 2009 sta ik ’s morgens met mijn bagage klaar om te vertrekken.  Het is het jaar dat mensen een heleboel vraagtekens plaatsen bij het horen van mijn vakantiebestemmingen.  Het is het jaar van de eerste reis naar het Midden-Oosten maar twee maanden eerder staat eerst nog een bezoek aan de Litouwse hoofdstad Vilnius op het programma.  Een nieuwe bestemming in de reisbrochure en een spontane keuze.
Wanneer ik 2,5 u na het inchecken aankom in Vilnius vrees ik voor het eerst een verkeerde keuze te hebben gemaakt.  De taxirit van de luchthaven naar het hotel brengt mij doorheen woonwijken met appartementsblokken die door hun grijze en grauwe kleuren een enorme triestheid uitstralen.  Ik hoop dat ze niet de maatstaf zijn voor heel Vilnius.  Eens de buitenwijken door en aangekomen in het centrum wacht mij gelukkig een aangename en onverwachte verrassing.  Het centrum van Vilnius oogt gezellig, rustgevend, kleurrijk en eenvoudig mooi.

Na vlug te hebben uitgepakt neem ik mezelf voor om nog even een wandeling te maken en de Romanov-kerk te bezoeken.  Ik loop door het gezellig ogende centrum en kom na enig zoekwerk aan bij de kerk met de felgroene torentjes.  Net als bij de andere kerken die ik onderweg tegenkom is het in deze kerk een komen en gaan van Litouwers.  Na het werk op de terugweg naar huis lijkt het de gewoonte om nog even een kaarsje te gaan branden, tijd te nemen voor een gebed,…  Ik bezoek de kerk, probeer de kortste weg naar het hotel terug te vinden en kijk uit naar de volgende dag en het verder ontdekken van Vilnius.

’s Morgens is het tijd om een grote wandeling aan te vatten.  Op 20 meter van het hotel sta ik meteen op het Domplein met het Gedyminasmonument, de klokkentoren en de Dom van Vilnius.  De beelden buiten aan de Dom zijn eenvoudig maar laten tegelijkertijd een knap staaltje beeldhouwkunst zien en ook het interieur van de Dom blinkt uit in eenvoud maar laat een sierlijke indruk na. 
Korte tijd later neem ik de kabelbaan naar de Gedyminastoren om te kunnen genieten van het uitzicht over Vilnius en eens boven valt mijn blik op een heuvel verderop met drie grote witte kruisen.  Het blijkt moeilijker dan gedacht om die heuvel te vinden en ik vraag de weg aan een Litouws gezin dat ik onderweg tegenkom.  Ze geven een boze indruk en ik heb het gevoel dat ik een beetje wordt afgeblaft.  Verlegen bedank ik hen voor het wijzen van de weg en wanneer ik de juiste straat instap, hoor ik plots geroep.  Ik draai me om en het hele gezin wuift naar mij en ze steken allemaal hun duim op ten teken dat ik op de goede weg ben.  Ik wuif vriendelijk terug…  Het lijkt of ze letterlijk een beetje afstand nodig hadden om wat meer open te kunnen zijn.  Wanneer ik de volgende dagen meer leer over de geschiedenis van Litouwen bij het Plein van de Onafhankelijkheid, de televisietoren en het KGB-museum begrijp ik ten volle de wantrouwigheid van de Litouwers.  Hun gevecht voor vrijheid en onafhankelijkheid staat nog vers in hun geheugen gegrift en op hun ziel gekrast.

Eens boven op de heuvel bij de drie witte kruisen geniet ik wederom van het uitzicht over het centrum van Vilnius en ik vraag een paar mensen of ze een foto willen nemen.  Ze spreken Russisch maar begrijpen de vraag en hoewel ik maar om één foto had gevraagd, krijg ik mijn fototoestel niet direct terug.  Wanneer ik het uiteindelijk na een reeks foto’s terug vraag duwen ze mij nogal ruw tegen de schouder en duwen ze mij achteruit tegen de reling terwijl ze vriendelijk blijven lachen.  Even later heb ik het door…ze zetten mij letterlijk op de plaats waarvan zij denken dat het de mooiste foto zal opleveren.  Ik bedank hen even later hartelijk en hoop tegelijkertijd dat er geen blauwe plekken tevoorschijn komen.

In de namiddag breng ik nog een bezoek aan de Poort van het Ochtendrood.  Binnen in de kapel is de dienst bezig die ik besluit te volgen.  Op een bepaald moment wordt er opgeroepen om degene die naast je staat een hand te geven en te knielen als teken van verbondenheid.  Als toerist voel ik me hierbij een beetje een indringer maar ik had niet gerekend op de Litouwse dames naast mij in de kapel.  Ze bieden mij hun hand aan, leggen mijn hand in de hunne en samen met een honderdtal anderen knielen we en volgen we de dienst tot het einde…in verbondenheid.
Enkele uurtjes later volg ik nog een dienst in de orthodoxe Heilige Geestkerk die maar liefst twee uur duurt.  Een aanrader voor wie wil kennismaken met rituelen die wij niet kennen (gelovigen lopen de hele tijd rond en kussen iconen) en een dienst die bovendien wordt opgeluisterd door een koor dat lijkt te zijn samengesteld uit engelenstemmen.  Met het prachtige gezang nog in mijn hoofd loop ik terug naar het hotel…met een heleboel indrukken van de eerste dag.

De volgende morgen word ik wakker onder een stralend Litouws zonnetje en maak ik me weer klaar voor een lange wandeling.  Dit keer door het Joodse gedeelte van Vilnius of wat er nog van rest.  De wandeling brengt mij eerst langs het Presidentieel Paleis en de universiteit waarna ik de Oostenrijkse ambassade tegenkom en ik dus ben binnen gewandeld in wat vroeger het ghetto was.  Het valt me op dat het heel rustig is in deze wijk en er hangt een enorme stilte in de straatjes op weg naar de synagoge waarvan ik hoop dat de poort om 10u zal open gaan.  Om kwart na tien pas komt er een joodse man naar buiten en ik vraag hem of  ik de synagoge kan bezoeken en dat blijkt geen probleem te zijn.  Hij opent de poort en eens ik binnen ben doet hij de poort terug dicht EN op slot en vriendelijk wijst hij mij de weg naar binnen.  Hij vraagt me eventjes te wachten en even later ontmoet ik een jonge joodse vrouw die de naam Rosjna draagt en die me uitleg geeft over de synagoge en een gesprek aanknoopt over godsdienst.  Ze heeft zelf vragen over de katholieke godsdienst, of er bij ons nog veel mensen naar de kerk gaan en hoe verder het verhaal gaat en hoe meer ze zelf begint te vertellen hoe triester ze wordt.  Ze vertelt over het groot aantal joodse inwoners van Vilnius vroeger, hoe de oorlog hier een schaduw over wierp en de joodse bevolking van Vilnius werd uitgedund tot bijna niets meer en hoe ze ooit terug hoopt wakker te worden in de joodse gemeenschap van Vilnius van voor de uitroeiing.  Als laatste vergelijkt ze hoopvol en overtuigd godsdienst (eender welke) met liefde en na een stevige handdruk en een schouderklop wenst ze me nog een liefdevol en fijn leven toe.  De poort wordt weer geopend voor mij en even later ben ik op weg naar het Joods Museum…een klein groen houten huisje dat een berg interessante informatie huisvest.  Wanneer ik toekom blijkt de deur open te staan en niemand is aanwezig.  Er hangt een briefje dat bij afwezigheid op een belletje gedrukt mag worden en wanneer ik dat doe komt de mevrouw van het museum uit het huisje van de buren tevoorschijn waar ze gezellig koffie zat te drinken.  Ik krijg een boekje ter ondersteuning van het museumbezoek en vervolgens laat ze mij alleen in het kleine museum dat ondanks zijn kleinschaligheid zeker een bezoekje waard is.  Ze vraagt me nog of ik aan het einde van het bezoek het boekje terug op zijn plaats wil leggen en de deur wil dicht trekken want ze gaat terug koffie drinken bij de buren.

In de namiddag voert een korte wandeling mij van het Domplein naar het Plein van de Onafhankelijkheid.  Een plaats met een historische betekenis die vergeten lijkt te zijn.  Vanop het Plein van de Onafhankelijkheid zie ik een zilveren koepel glinsteren aan de overkant van de brug.  De Znamenskojikerk.  Een kleine kerk die prachtig is versierd met pastelkleuren en een paar bijzonder mooie glasramen.  Vrolijke kleuren die in schril contrast staan met de gebeurtenissen die plaats vonden op het Plein van de Onafhankelijkheid en met het gebouw waar ik een uurtje later binnen stap…het KGB-museum.  Voor het eerst in mijn leven krijg ik binnen in een museum een verschrikkelijk beklemmend gevoel en sommige foto’s zijn zo expliciet dat de meeste bezoekers, inclusief mezelf, een misselijkmakend gevoel krijgen.  Het groepje mensen voor mij breekt zijn bezoek voortijdig af….ze kunnen de vreselijke foto’s niet meer aanzien…Het beklemmende gevoel bereikt ook bij mij zijn hoogtepunt en na alles te hebben bekeken in het museum ben ik blij dat ik bij de uitgang ben en de milde zonnestralen weer op mijn gezicht voel.  Maar op de één of andere manier kan ik er niet echt van genieten.  Ik ga even verderop op een bankje zitten…recente geschiedenis en al overwegend vergeten. 

Ik besluit om nog niet te vergeten en nogmaals een confrontatie aan te gaan met het verdriet van de Litouwers en breng een bezoek aan de televisietoren.  Ik neem de bus vlakbij de groene brug en wacht tot de chauffeur zegt hoeveel ik moet betalen.  Een Litouwse arbeider tikt mij plots op de schouder.  Ik moet mijn geld in het bakje gooien alvorens reactie en een ticketje te krijgen van de chauffeur.  Even later wijst dezelfde man naar mijn ticketje en doet hij teken dat ik op iets moet slaan.  Boven de zitjes in de bus hangen ijzeren klepjes.  Ticketje ertussen steken, ijzeren klepje dicht slaan en je kaartje is geknipt. 
Aangekomen bij de televisietoren neem ik de lift naar boven en heb ik uitzicht op het groene Litouwen maar ondanks het mooie uitzicht hangt ook hier bij de televisietoren een schaduw van verdriet.  Ook hier hebben mensen het leven gelaten voor hun hoop op vrijheid. 
Terug richting het centrum zitten twee Duitse jongens op de bus…wachtend tot de chauffeur reageert en niet wetend hoe ze hun kaartje moeten knippen…ik leg het hen geduldig en deskundig uit…ik ben een ervaren busreiziger in Vilnius denken ze…

Op de voorlaatste dag in Vilnius staat er in de voormiddag nog een bezoekje aan Panderai op het programma.  Een laatste confrontatie met een gruwelijk verleden.  Ik vertrek ’s morgens richting het station maar krijgt ter plaatse maar moeilijk uitgevist hoe laat de trein vertrekt.  Een oudere Litouwer probeert het uit te leggen en raad mij aan toch al maar in te stappen.  Een uurtje later zit ik nog steeds in de stilstaande trein die ondertussen al wel helemaal gedweild is met een citroentjesgeur.  Wanneer ik uiteindelijk toch aankom in Panderai lijkt het alsof ik in de krottenwijken ben terecht gekomen.  Mensen aan het stationnetje in Panderai wijzen mij heel vriendelijk de weg naar het Memorial.  Het is nog één kilometer stappen door de wijk die helemaal lijkt uitgestorven te zijn uitgezonderd van het geblaf van een hond.  Na één kilometer te hebben gelopen kom ik aan bij het bos en blijk ik op twee gemeentearbeiders na de enige bezoeker te zijn en na wat foto’s te hebben genomen en te hebben gewandeld naast de gedenktekens voor de vele Joden die hier in dit bos zijn geëxecuteerd besluit ik terug te wandelen naar het station.  Onderweg langs de huisjes zie ik plots een zevental mannen staan.  Ze zien mij aankomen en stoppen hun bezigheid en net wanneer ik besluit een pak sneller te gaan stappen knikken ze, ze steken hun hand op en gaan verder met hun bezigheid.  Een uurtje later ben ik terug in het gezellige Vilnius…het Panderai Memorial is de moeite waard vanuit historisch oogpunt…maar toch misschien best bezoeken  in groep.

Na een onderdompeling in het verdriet van Vilnius besluit ik in de namiddag de zware geschiedenis van mij af te schudden en nog wat meer luchtige en vrolijke uitstapjes te plannen.  Ik wandel tot aan het gotisch ensemble en geniet van de bouwkunst om vervolgens binnen te stappen in de Republiek Uzupis.  Zodra ik daar binnen wandel wordt ik overvallen door een gevoel van vrolijkheid ook al is het er erg rustig en stil.  Er hangt een ontspannen sfeer in de lucht die je meteen doet rondlopen met een glimlach op je gezicht.  Ik wandel een tweetal uurtjes door de Republiek en bezoek onder andere het Bernarduskerkhof waar studenten massaal in het gras zitten en tekeningen maken van de prachtige beelden die nog te vinden zijn op de graven.  Eens terug richting de brug loop ik langs de muur waarop de grondwet van de Republiek staat vermeld.  Ik lees hem helemaal en af en toe begin ik plots ongedwongen te giechelen bij een aantal wetten.  Maar wanneer ik even later uitrust op een terrasje begint de grondwet te bezinken en ik bedenk me plots dat ondanks de gekheid en grappigheid van de wetten het een mooie basis zou zijn om samen te leven en er veel waarheid schuilt in wat er op die muren geschreven staat.

Op de laatste dag van mijn bezoek aan Vilnius regent het onophoudelijk maar ik neem toch de bus richting Trakai voor een bezoek aan de oude burcht van de grootvorsten.  Door de regen stappen we over een vlonder naar de grote inkompoort en krijgen we een rondleiding door het vroegere centrum van Vilnius.  Bij het buitenkomen tekent de regen volop kringetjes in de meren maar hier en daar wagen toeristen zich toch nog aan een boottochtje.  De meren met het kasteel in het midden…een statig beeld.
In de namiddag ren ik door een enorme plensbui nog naar het Nationaal Museum.  Binnen is het lekker droog en is het de ogen uitkijken bij de prachtige schilderijen en iconen. 

De volgende ochtend is het weer tijd voor het vertrek naar huis.  Ik ben onder de indruk van het eenvoudige maar mooie centrum van Vilnius en van de geschiedenis van de Litouwers…net als in Kroatië een recente strijd…maar een reeds vergeten strijd. 
Volgend jaar is Vilnius de Culturele Hoofdstad van Europa…ik denk dat ze er klaar voor zijn…
En Rosjna…dat ze ooit mag ontwaken in het Vilnius van haar dromen…